Conclusie AG. Poging tot diefstal met braak (311 Sr). Klacht m.b.t. afwijzing voorwaardelijk gedaan getuigenverzoek slaagt. Geen belang bij cassatie nu onvoldoende stellig en duidelijk getuigenverzoek. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Wetboek van Strafvordering
Art. 263 Sv
Genoemd in 171 uitspraken · Officiële wettekst
171 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
“Concl. plv-AG. Medeplegen van voorbereidingshandelingen om het opzettelijk vervoeren van 287 kg cocaïne vanuit Suriname via Zuid-Afrika naar Mozambique voor te bereiden, deelneming aan een criminele organisatie en medeplegen van gewoontewitwassen. 1. Oordeel hof dat het niet aan
Regiebeslissingen op EncroChat betrekkelijke verzoeken in onderzoek-Messina
Afwijzing getuigenverzoeken. 1. Het verzoek om aanhouding voor het (doen) horen van getuige X is een verzoek a.b.i. art. 331.1 jo. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv. Maatstaf bij de beslissing op een zodanig verzoek is of de noodzaak daarvan is gebleken. Uit ’s H
Onderzoek Marengo. Regiebeslissingen. Perikelen rechtsbijstand en voortgang. Omvang hoger beroep Openbaar Ministerie: akte, schriftuur en mondelinge toelichting advocaat-generaal. Overwegingen en beslissingen n.a.v. verzoeken: aan responsieplichtige verzoeken te stellen eisen; (v
(Medeplegen) (poging tot) afpersing (art. 317.1 jo. 312.2 Sr), medeplegen valsheid in geschrift (art. 225.1 en 225.2 Sr), mishandeling met voorbedachte raad (art. 301.1 Sr), medeplegen zware mishandeling met voorbedachte raad (art. 303.1 Sr), medeplegen diefstal met geweld (art.
PUBLICATIE BIJ ARREST. Conclusie AG. Tweede cassatieronde. Veroordeling wegens valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (feit 1) en medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (feit 4 en 5). Middel 1: klacht over miskenning terugwijzingsopdracht en afwijzing getuigenverzoeken. Mid
Tussenbeslissing onderzoekswensen t.a.v. EncroChat en SkyECC. De verdediging heeft zich o.a. op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie betrokkenheid van Europol heeft verzwegen. In dit licht is de betrouwbaarheid van Sky- en Encro-berichten ter discussie gesteld.
Conclusie AG. Art. 45 jo. 244 Sr. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis), voorwaardelijk verzoek en afwijzing verzoek horen getuige (art. 288, eerste lid onder b, Sv). Klacht dat hof niet heeft gereageerd op voorwaardelijk verzoek tot het horen van verbalisant slaagt. Conclus
Conclusie plv-AG. Poging doodslag door het op korte afstand afvuren van een kogel in de buik. Het eerste middel dat het hof het verzoek tot het horen van twee getuigen/deskundigen die hebben gerapporteerd over de risico’s van een schotwond in de buik op onjuiste gronden heeft afg
Conclusie AG. De woning van de verdachte en zijn partner is voor tonnen verbouwd en de betalingen daarvoor zijn gedaan met contant geld, dat hij naar eigen zeggen contant uit Suriname heeft opgehaald (€ 260.000,-). Middelen over gewoontewitwassen en de verbeurdverklaring van de w
Conclusie AG. Slagende klacht dat het hof met betrekking tot een beroep op psychische overmacht heeft verzuimd te beslissen op een gedaan verzoek tot een nieuwe psychologische rapportage, art. 315, 328 en 330 Sv. De AG stelt zich op het standpunt dat, ondanks de omstandigheid dat
Conclusie AG. Afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen van belastende getuigen en schending van art. 6 EVRM. Toepassing criteria HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015. De AG is van mening dat de afwijzing van het getuigenverzoek onvoldoende is gemotiveerd en geeft de Hoge Ra
Conclusie AG. Afwijzing voorwaardelijk verzoek tot het horen van belastende getuigen en schending van art. 6 EVRM. Toepassing criteria HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015. De AG is van mening dat de afwijzing van het getuigenverzoek onvoldoende is gemotiveerd en geeft de Hoge Ra
Economische zaak. Taxivervoer zonder vergunning. Middelen over 1. afwijzing door poortraadsheer en Hof van verzoek nader onderzoek geestvermogens verdachte, 2. verwerping beroep ontoerekeningsvatbaarheid en afwijzing verzoek toepassing art. 9a Sr en 3. begrijpelijkheid oordeel Ho
Afwijzen getuigenverzoek. Het Hof heeft door het bij appelschriftuur gedane en ttz. in h.b. gehandhaafde verzoek X als getuige te horen af te wijzen omdat het dit verzoek onvoldoende onderbouwd achtte en verdachte door die afwijzing niet in zijn verdediging is geschaad de juiste
Klimop-zaak. Witwassen. Art. 420bis Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2008:BF5557, inhoudende dat ook misdrijven die zijn gepleegd vóór de inwerkingtreding van art. 420bis Sr op 14 december 2001 kunnen gelden als “enig misdrijf” in de zin van die bepaling. Voo
Afwijzing verzoek horen getuige. ’s Hofs oordeel dat het verzoek tot het horen van de aangeefster als getuige moet worden afgewezen op de grond dat “de getuige twee keer eerder is gehoord ten overstaan van een rechter” en “dat er niets nieuws is opgeworpen ten opzichte van de eer
Vervolg op HR LJN BJ6949. Getuigenverzoek na terugwijzing HR. HR herhaalt HR LJN BL3964 m.b.t. de niet-toepasselijkheid van de artt. 410.3, 414.2 tweede volzin en 418.3 Sv en de toepasselijkheid van de artt. 263, 264 en 418.2 Sv in de procedure na terugwijzing. Het Hof heeft na t
Afwijzing getuigenverzoeken. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BW9036 m.b.t. vereisten voor opgave van getuigen of deskundigen a.b.i. art. 410.3 Sv en de beperkte toetsing door de HR van het oordeel of sprake is van een dergelijke opgave. Het Hof heeft kennelijk de bi
Afwijzing getuigenverzoek. Appelschriftuur. Fax. Een op de voet van art. 410.3 Sv door verdachte bij schriftuur gedane opgave van te horen getuigen wordt ingevolge die bepaling aangemerkt als een opgave i.d.z.v. art. 263.2 Sv. Nu een opgave in laatstbedoelde zin ook per fax kan w
Profijtontneming. Art. 359.2 Sv (u.o.s.). Het pv t.t.z in h.b. houdt niet in dat de raadsman aldaar het woord heeft gevoerd overeenkomstig de pleitnota van mr. X en houdt evenmin in dat het Hof heeft ingestemd met het verzoek van de raadsman om die pleitnota “hier als herhaald en
Getuigenverzoek. Horen gelijktijdig berechte medeverdachte als getuige. Het middel berust op de opvatting dat een medeverdachte die i .v.m. de gelijktijdige behandeling van zijn zaak ttz. aanwezig is, o.g.v. de enkele omstandigheid dat de verdediging verzoekt hem in de zaak van v
Afwijzing aanhoudingsverzoek. Het ter terechtzitting in appel door de raadsman gedane aanhoudingsverzoek voor het (doen) ondervragen van getuigen, is een verzoek ex art. 331.1 i.v.m. art. 328 Sv om toepassing te geven aan art. 315 Sv. Die bepalingen zijn ex art. 415 Sv ook in app
De opvatting is onjuist dat het vertrouwensbeginsel meebrengt dat, wil een dagvaarding ex art. 261.3 Sv als een zgn. ‘voorlopige dagvaarding’ kunnen worden aangemerkt, daarop met zoveel woorden moet zijn vermeld dat het om een zodanige dagvaarding gaat.