-
Wetboek van Strafvordering
Art. 258 Sv
Genoemd in 95 uitspraken · Officiële wettekst
95 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Verstekverlening in hoger beroep na betekening van dagvaarding of oproeping door toezending per gewone post naar adres van verdachte in buitenland (Polen) op de voet van art. 36e.3 Sv. 1. Stelt het Unierecht, i.h.b. (a) Richtlijn 2012/13/EU (recht op informatie in strafprocedures
-
-
Voortgezette handeling van medeplegen valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en gebruik maken van vervalst geschrift (art. 225.2 Sr), meermalen gepleegd. Relatieve competentie, art. 2.2 Sv. Is Rb Midden-Nederland bevoegd tot kennisneming van het aan verdachte tlgd. feit? Relatieve
Conclusie AG. Voortgezette handeling medeplegen valsheid in geschrift en opzettelijk gebruikmaken van een vervalst geschrift. Het eerste middel betreft het oordeel van het hof over de relatieve bevoegdheid van de voormalige rechtbank Utrecht (in 2013 'opgegaan' in de rechtbank Mi
Conclusie AG over de rechtsgeldigheid van een betekening van een dagvaarding in persoon op het moment dat de verdachte is aangehouden op het politiebureau met toepassing van art. 587 lid 2 Sv. De dagvaarding is door de verbalisant aan de verdachte overhandigd, waarop de verdachte
-
Conclusie AG. Art. 6 lid 1 Richtlijn 2012/13/EU. Art. 4 bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ. Art. 8 en 9 Richtlijn 2016/343. Klacht over oordeel hof dat dagvaarding in hoger beroep geldig is betekend. Aangevoerd wordt dat oordeel met name in strijd is met art. 6 lid 1 Richtlijn 2012/13
Conclusie AG. Ontvankelijkheid h.b. en recht op vertaling essentiële processtukken, art. 366.4 Sv. Aan in Guinee geboren verdachte is geen vertaling mededeling verstekvonnis verstrekt.
De verdachte wordt ter zake van mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel (feit 1), handelen in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, meermalen gepleegd (feit 2) en handelen in strij
De rechtbank veroordeelt een 40-jarige man tot een gevangenisstraf van acht jaren en betaling van een schadevergoeding van € 3.500,00 aan de zus van het slachtoffer. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van doodslag.
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de belediging van een wethouder. De verdachte heeft beledigende berichten geplaatst op een openbare Facebookpagina.
De verdachte werd vervolgd voor feitelijke leidinggeven aan het door twee rechtspersonen al dan niet opzettelijk kopen, verkopen, ten verkoop voorhanden of in voorraad hebben van blikjes met eieren van steurachtigen (kaviaar), een beschermde uitheemse diersoort. Deze handelingen
Vrijspraak (mede)plegen moord, veroordeling brandstichting. Geen sprake van nietigheid van de dagvaarding. Ook geen sprake van grondslagverlating door de rechtbank na een uitlating omtrent de tenlastelegging van de officier van justitie. Het hof kan niet vaststellen dat verdachte
Medeplegen van het zich verschaffen en in voorraad hebben van valse bankbiljetten, art. 209 Sr. Tallon-criterium. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2020:1889 m.b.t. niet-ontvankelijkverklaring van het OM in het geval dat verdachte door opsporingsambtenaar dan wel
Door de verdediging is bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zou moeten worden verklaard, onder andere vanwege het feit dat een deel van het dossier in het ongerede is geraakt. Het hof verwerpt dit verweer. Het hof stelt vast dat er inderdaad een aantal delen van
Conclusie AG. Ontvankelijkheid h.b. en recht op vertaling essentiële processtukken, art. 386.1 jo. 260.5 Sv. Aan Roemeense verdachte is geen vertaling oproeping voor tz. Ktr verstrekt.
Conclusie AG over toegang van slachtoffers tot zitting in strafzaak tegen minderjarige in de zin van van art. 495b, eerste lid, Sv in geval verschillende feiten in één dagvaarding zijn opgenomen.
Art. 591a Sv > zaaksbegrip, toewijzen forfaitaire kosten.
zaaksbegrip, voeging afgewezen, bezien op welke feiten de voorlopige hechtenis betrekking had
Verzoek ex artikel 591a Sv, niet-ontvankelijkheid verzoeker ivm zaaksbegrip.
Verzoek ex artikel 89 Sv, niet-onvankelijkheid verzoeker ivm zaaksbegrip.
Bij beoordeling gronden van billijkheid voor toekenning van schadevergoeding moet ook verdenking ten aanzien van verzamelfeit en verzoekers houding daarin betrokken worden. Omstandigheid dat verzamelfeit niet op dagvaarding staat doet daar niet aan af.
De rechtbank overweegt dat verzoeker tegen het arrest van het gerechtshof cassatie heeft ingesteld bij de Hoge Raad. De rechterlijke beslissing is derhalve nog niet in kracht van gewijsde gegaan. In dat licht bezien, alsmede vanuit het oogpunt van wetsystematiek, is de rechtbank