Clickfondszaak 1. Dubbele strafbaarheid ex art. 5.1.2° Sr. 2. In cassatie kan niet met vrucht worden geklaagd dat de feitenrechter het recht van een andere staat verkeerd heeft uitgelegd en aldus heeft geschonden. 3. Art. 140 Sr en bekendheid met andere leden organisatie. 4. Nade
Wetboek van Strafvordering
Art. 255 Sv
Genoemd in 155 uitspraken · Officiële wettekst
155 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Beklag. OM-cassatie. Art. 94a.2 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:BL2823 m.b.t. de aan te leggen maatstaf. Uit de overwegingen van de Rb. blijkt niet dat zij de van toepassing zijnde maatstaf heeft gehanteerd. De toe te passen maatstaf sluit niet uit dat de Rb
Cassatie in belang der wet. Beschikking Rb inhoudende toewijzing verzoek ex art. 36 Sv tot verklaring dat zaak geëindigd is. 1. Op welk moment neemt “vervolging” a.b.i. art. 36 Sv aanvang? 2. Kan verklaring ex art. 36 Sv dat zaak is geëindigd worden gegeven wanneer onderzoek ttz.
OM-cassatie. OM n-o in vervolging t.z.v. feitelijke leiding geven aan opzettelijk niet doen van aangifte omzetbelasting begaan door rechtspersoon, art. 69.1 AWR. Una via-beginsel en hetzelfde feit (ne bis in idem). Art. 243.2. jo. 255.1 Sv. Is verdachte als natuurlijke persoon op
OM-cassatie. Hetzelfde feit (ne bis in idem). Strafvervolging en bestuurlijke boete. Art. 68 Sr en art. 243.2 jo. 255.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. Bij de artt. 197a en 197b Sr - waarin gedragingen zijn omschreven die als misdrijven strafbaa
Alcoholslotprogramma (asp). Art. 8 WVW 1994. Bij de huidige Nederlandse regelgeving is de strafvervolging van een verdachte t.z.v. het rijden onder invloed van alcoholhoudende drank in strijd met de beginselen van een goede procesorde in die gevallen waarin verdachte o.g.v. datze
Uitspraak in Piranha-onderzoek. Verdachte is, na verwijzing door de Hoge Raad, veroordeeld voor het deelnemen aan een criminele organisatie en het voorhanden hebben van wapens beide met een terroristisch oogmerk. Verschillende niet-ontvankelijkheidsverweren, gebaseerd op het ‘ne
Schorsing van vervolging t.z.v. vernieling van urnen op begraafplaats (art. 350.1 Sr) en handelen in strijd met gedragsaanwijzing (art. 184a Sr), art. 16.1 Sv. Had hof het OM n-o moeten verklaren in vervolging van verdachte, omdat verdachte lijdt aan zodanige psychogeriatrische a
1. Una via beginsel. Art. 243.2 Sv. Art. 5:44 Awb. De klacht berust op de opvatting dat het ‘una via-beginsel’ a.b.i. in art. 243.2 Sv en art. 5:44, eerste lid, Awb in onderlinge samenhang bezien, zo moet worden uitgelegd dat een opgelegde bestuurlijke boete steeds aan een strafv
Profijtontneming. Art. 511b.1 en 4. Sv, termijn (afzonderlijke) ontnemingsvordering en oproeping ter terechtzitting (ttz). Het Hof heeft geoordeeld dat de vanwege de OvJ uitgebrachte ontnemingsvordering van 28 december 2005, gelet op de datum van de uitspraak in eerste aanleg op
-
Conclusie AG. Beklag tegen inbeslagneming. De AG wijdt algemene opmerkingen aan de hantering van het ‘hoogst-onwaarschijnlijk’-criterium, ook in verband met de rechtspraak van het EHRM en aan de (on)mogelijkheden van een hernieuwd beklag in de zin van art. 552a Sv. Volgens de AG
Conclusie AG. 1. Ne bis in idem. Klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in de strafvervolging van de verdachte ter zake van hennepteelt en elektriciteitsdiefstal, omdat ter zake daarvan reeds op grond van art. 13b.1 Opiumwet d
Vordering AG tot cassatie in het belang der wet. De vordering richt zich tegen een beschikking van de rechtbank Noord-Nederland van 23 mei 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:1986. Centraal in de vordering staat de functie die tegenwoordig aan art. 36 Sv moet worden toegekend. Het artikel v
Verwerping verweer n-o OM wegens schending art. 255.1 en 3 Sv. Het oordeel van het Hof dat de OvJ niet gehouden was om na het doen uitgaan van de kvnvv in 1999, welke kennisgeving was gegrond op de omstandigheid dat verdachte onvindbaar was voor de justitiële autoriteiten, de in
Conclusie AG. Cold case. Doodslag op [slachtoffer] uit 2010. Middelen over het bestaan van nieuwe bezwaren a.b.i. art. 255 Sv. Verzuim om machtiging nieuw opsporingsonderzoek te vorderen wordt voor gedekt gehouden. Bewijs van voorwaardelijk opzet op de dood. Klachten over afwijzi
Medeplegen poging tot diefstal met geweld (art. 312.2.2 Sr). 1. Nieuwe bezwaren na kennisgeving niet verdere vervolging. Is sprake van nieuwe bezwaren a.b.i. art. 255 Sv op grond waarvan verdachte opnieuw kan worden vervolgd? 2. Toepasselijkheid jeugdstrafrecht, art. 77c Sr. Kon
Onderzoek Trailers, onderdeel Trailers 1. BTW-carrouselfraude, gedeeltelijke bewezenverklaring. Onjuiste en/of onvolledige aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift. Geldboete € 47.500.
Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Ontvankelijkheid OM in de vervolging. Gerechtvaardigd vertrouwen dat strafbeschikking en geen dagvaarding zou volgen? Bij constatering van het tlgd. is aan verdachte een z
Meststoffenwet, boete Artikel 5:44, tweede lid, van de Awb schrijft niet voor in welke vorm het bestuursorgaan en het OM dienen overeen te komen dat van voorlegging van een gedraging die bestuurlijk kan worden beboet maar tevens een strafbaar feit is, kan worden afgezien. Evenmin
Directeur van een 8-tal vakantieparken en de moedermaatschappij wordt veroordeeld voor belastingfraude. Het betreft vier opzettelijke overtredingen van bepalingen uit de Algemene wet op de rijksbelastingen. Het gaat om feitelijk leidinggeven ex artikel 51 Sr. Ten minste vijf jaar
Conclusie AG. Mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f, sub 1, 4, 6 en 9 Sr). Post Keskin. Slagende klacht dat het hof het bij appelschriftuur gedane en ttz. herhaalde verzoek tot het oproepen en horen van een belastende getuige ten onrechte heeft afgewezen. Conclusie strekt t
Conclusie AG. OM-cassatie. Middelen zijn gericht tegen de beslissing van het hof tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging van het aan de verdachte tenlastegelegde feitelijke leidinggeven aan het door de rechtspersoon opzettelijk niet of niet ti
Onttrekken ruimte aan de woningvoorraad door er een hennepkwekerij te vestiging is hetzelfde feit als telen en voorhanden hebben van hennep en diefstal elektriciteit in een hennepkwekerij. Nu voor het eerste feit een bestuurlijke boete is opgelegd en niet is voldaan aan de voorwa
Mega Fuji. Langdurige omzetbelastingfraude in georganiseerd verband binnen restaurant-concern. Verdachte rechtspersoon maakte deel uit van dit concern. Eerder is bestuurlijke boete opgelegd aan en betaald door concern. De officier van justitie kan de verdachte rechtspersonen niet