In strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat
Wetboek van Strafvordering
Art. 243 Sv
Genoemd in 90 uitspraken · Officiële wettekst
90 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Bestuursrechtelijke sanctie van huisverbod in combinatie met strafrechtelijke vervolging t.z.v. mishandeling, beroep op niet-ontvankelijkheid OM. Huisverbod a.b.i. art. 2 Wet tijdelijk huisverbod punitieve sanctie? Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het huisverbod opgelegd door d
Fraude met aangiften omzetbelasting. Rechtbank is van oordeel dat eerder opgelegde vergrijpboetes ex artikel 67f AWR (niet tijdig betalen van omzetbelasting) zijn opgelegd voor andere feiten dan het feit waarvoor verdachte strafrechtelijk wordt vervolgd (te weten opzettelijk onju
Conclusie AG. Tweede cassatieronde, vervolg op ECLI:NL:HR:2022:1364. Opzettelijk de belasting welke op aangifte moet worden voldaan niet betalen, meermalen gepleegd, art. 69a.1 AWR. 1. Hetzelfde feit i.d.z.v. art. 68 Sr en art. 243 en 255 Sv, ontvankelijkheid van het OM. 2. Beroe
Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk ten aanzien van een deel van de periode van het onder 1 tenlastegelegde en het gehele onder 2 tenlastegelegde feit, wegens toepassing van artikel 243 lid 2 Sv (na oplegging van een bestuurlijke boete). Het hof veroordeel
verzoekschrift schadevergoeding ex art. 530 Sv toewijzen
Conclusie plv. AG. Art. 2 onder C Opiumwet. Verdachte heeft, na eerder opgelegde bestuurlijke last onder dwangsom, dwangsom verbeurd i.v.m. aanwezig hebben cocaïne, en is daarna strafrechtelijk vervolgd. Strijd met aan art. 68 Sr ten grondslag liggende ne bis in idem-beginsel zoa
Ex-echtgenote van de directeur van een 8-tal vakantieparken en de moedermaatschappij, die ook voor het bedrijf werkte, wordt veroordeeld voor belastingfraude. Bewezenverklaring: - medeplegen van ingevolge de belastingwet verplicht zijnde tot het voeren van een administratie overe
Dochter van directeur van een 8-tal vakantieparken en de moedermaatschappij, die ook voor het bedrijf werkte, wordt veroordeeld voor belastingfraude. Het betreft twee opzettelijke overtredingen van bepalingen uit de Algemene wet op de rijksbelastingen. Het gaat om medeplegen met
Conclusie plv. AG. Niet voldoen aan administratieplicht belastingen (art. 68 AWR). Middel over vervolging na eerdere vaststellingsovereenkomst en bestuurlijke boete voor niet juist doen van aangifte en niet juist doen van betaling. Daarnaast middel tegen de bewezenverklaring. Bei
Conclusie plv. AG. Als feitelijk leidinggever niet voldoen aan administratieplicht belastingen (art. 68 AWR). Middel over vervolging na eerdere vaststellingsovereenkomst en bestuurlijke boete voor niet juist doen van aangifte en niet juist doen van betaling. Daarnaast middelen te
- Geen schending Protocol AAFD - Ne bis in idem-beginsel niet geschonden De door de verdediging (in dit verband) naar voren gebrachte argumentatie ter onderbouwing van de punten i (hetzelfde feit), ii (een dubbele vervolging) en iii (een samenvallende natuurlijke en rechtspersoon
- Geen sprake van strijd met het una via beginsel. - Beroep op strafuitsluitingsgrond op grond van artikel 69a, lid 3, AWR verworpen. - Schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel (9a Sr.) Het hof is van oordeel dat er een aanzienlijk verschil bestaat tussen de aar
Onderzoek Trailers, onderdeel Trailers 1. BTW-carrouselfraude, gedeeltelijke bewezenverklaring. Onjuiste en/of onvolledige aangiften omzetbelasting en valsheid in geschrift. Feitelijke leidinggeven. Taakstraf 216 uur en voorwaardelijke gevangenisstraf 6 maanden.
Una via-beginsel; Ne bis in Idem; artikel 68, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht; verdachte vervolgt ter zake van het valselijk opmaken van geschriften en niet van het gebruik maken daarvan; artikel 225, eerste en tweede lid van het Wetboek van Strafrecht.
Conclusie AG. Feitelijk leidinggeven aan rechtspersoon die valse facturen aan de Belastingdienst voor raadpleging beschikbaar heeft gesteld met als gevolg dat te weinig belasting is geheven (art. 68.1.c jo. art. 69.2 AWR). 1. Klacht over verwerping verweer inzake ontvankelijkheid
Verdachte heeft zich samen met anderen langdurig schuldig gemaakt aan mensenhandel. Aangever is gedurende meer dan tien jaar in het bedrijf uitgebuit. Deze uitbuiting kwam er op neer dat het slachtoffer vele door hem gewerkte uren niet kreeg uitbetaald, hij bij ziekte ertoe werd
Verdachte heeft zich samen met anderen langdurig schuldig gemaakt aan mensenhandel. Aangever is gedurende meer dan tien jaar uitgebuit in de onderneming. Deze uitbuiting kwam er op neer dat aangever veel door hem gewerkte uren niet kreeg uitbetaald, hij bij ziekte ertoe werd bewo
Conclusie AG. Fiscale zaak met 'una via' problematiek. Het eerste middel slaagt gelet op ECLI:NL:HR:2022:364. De rechtsklacht uit het tweede middel dat de bijzondere strafuitsluiting van art. 69a, derde lid, AWR betreft faalt. In het kader van die bepaling is voor een beroep op s
Inkomsten – en omzetbelastingfraude gedurende vier jaren. Niet-ontvankelijkheidsverweren verworpen: geen sprake van een onrechtmatig boekenonderzoek, misbruik van bevoegdheden, de vervolgingsuitsluitingsgrond van art. 69, lid 4, AWR en schending van het una via beginsel. Mede gel
Belanghebbende heeft in zijn aangiften IB/PVV 2012 en 2013 giften aan een instelling opgevoerd als aftrekpost. De Inspecteur heeft de giften na door belanghebbende verstrekte giftkwitanties in aftrek toegestaan. Belanghebbende is in het kader van een strafrechtelijk onderzoek als
Minimega Beerenberg I. Dagvaarding partieel nietig. Officier van justitie ontvankelijk. Vervolging niet in strijd met una via beginsel en ne bis in idem. Geen sprake van vervolging voor hetzelfde feit en van dezelfde persoon. Vrijspraak witwassen en deelname criminele organisatie
Economische zaak. Een vervolgingsbeslissing die niet strookt met de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) is geen reden voor niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de vervolging, nu de LHS geen recht is in de zin van artikel 79 RO. Volgt vernietiging van het v
Veroordeling voor medeplegen van gewoontewitwassen. Verweer misbruik van strafvorderlijke bevoegdheden strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie wordt verworpen. Verweer bestuurlijke boete en niet naleven van artikel 243 lid 2 Sv strekkende tot niet-
Verdachte heeft zich in 2014 en 2016 schuldig gemaakt aan (het medeplegen van) verkrachting en mishandeling van drie vrouwen. De slachtoffers hadden in eerste instantie (al dan niet tegen betaling) ingestemd met seks met verdachte, maar verdachte overschreed in verregaande mate h