Gewapende overvallen op coffeeshop en woningen. 1. Verzoek tot gijzeling van getuige, art. 294.1 Sv, 2. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling, art. 15i Sr, 3. Vordering b.p., onevenredigheidscriterium. Ad. 1. Afwijzing van het verzoek tot gijzeling van getuige.
Wetboek van Strafvordering
Art. 221 Sv
Genoemd in 18 uitspraken · Officiële wettekst
18 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Vordering van PG tot cassatie in het belang der wet. Getuigenverhoor door een senior gerechtsjurist. In een pilot van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geschiedt het verhoor van getuigen, na een verzoek van de verdediging aan de raadsheer-commissaris tot het horen van de getuigen
Conclusie AG. Gijzeling van een getuige, art. 221 en 223 Sv. Omdat de gijzeling van de getuige reeds is beëindigd, adviseert de AG de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren wegens gebrek aan belang (vgl. ECLI:NL:HR:1997:AB9988, NJ 1998/227).
Art. 221 lid 2 jo. art. 222 Sv. Bevel gijzeling van een getuige, omdat hij zonder wettige grond heeft geweigerd een aan hem gestelde vraag te beantwoorden.
Gewapende overvallen op coffeeshop en woningen. 1. Verzoek tot gijzeling van getuige, art. 294.1 Sv, 2. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling, art. 15i Sr, 3. Vordering b.p., onevenredigheidscriterium. Ad. 1. Afwijzing van het verzoek tot gijzeling van getuige.
Verschoningsrecht. Art. 219 Sv. Casus: betrokkene is beschoten tijdens een schietincident en wordt als getuige gehoord bij de RC. De RC oordeelt dat betrokkene de vragen wie hem heeft beschoten en met wie hij t.t.v. het incident had afgesproken heeft geweigerd te beantwoorden. De
Bevel van de rechtbank dat de getuige voor de duur van 12 dagen in gijzeling zal worden gehouden. Art. 221, lid 2 en 222 Sv.
Art. 81 lid 1 RO. Onrechtmatige daad. Schade door bij politie afgelegde valse verklaringen? Passeren aanbod getuigenbewijs. Stelplicht.
Art. 81 lid 1 RO. Vordering tot verklaring voor recht; onrechtmatig handelen door opzettelijk afleggen van onjuiste verklaringen.
Beklag, verschoningsrecht notaris (art. 98 en 125l Sv), ABC-transacties. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT4418. De Rb heeft het geval voor ogen dat de notaris zich tav de inbeslaggenomen voorwerpen op zijn verschoningsrecht kan beroepen, tenzij zich zeer uitzonderl
Beklag, verschoningsrecht notaris (art. 98 en 125l Sv), ABC-transacties. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT4418. De Rb heeft voorwerpen voor ogen ten aanzien waarvan de notaris zich op zijn verschoningsrecht kan beroepen, tenzij zich zeer uitzonderlijke omstandighed
Beklag, verschoningsrecht notaris (art. 98 en 125l Sv), ABC-transacties. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT4418. De Rb heeft het geval voor ogen dat de notaris zich tav de inbeslaggenomen voorwerpen op zijn verschoningsrecht kan beroepen, tenzij zich zeer uitzonderl
Beklag, verschoningsrecht notaris (art. 98 en 125l Sv), ABC-transacties. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT4418. De Rb heeft het geval voor ogen dat de notaris zich tav de inbeslaggenomen voorwerpen op zijn verschoningsrecht kan beroepen, tenzij zich zeer uitzonderl
Beklag, verschoningsrecht notaris (art. 98 en 125l Sv), ABC-transacties. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT4418. De Rb heeft voorwerpen voor ogen ten aanzien waarvan de notaris zich op zijn verschoningsrecht kan beroepen, tenzij zich zeer uitzonderlijke omstandighed
Beklag, verschoningsrecht notaris (art. 98 en 125l Sv), ABC-transacties. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT4418. De Rb heeft voorwerpen voor ogen ten aanzien waarvan de notaris zich op zijn verschoningsrecht kan beroepen, tenzij zich zeer uitzonderlijke omstandighed
Beklag, verschoningsrecht notaris (art. 98 en 125l Sv), ABC-transacties. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT4418. De Rb heeft voorwerpen voor ogen ten aanzien waarvan de notaris zich op zijn verschoningsrecht kan beroepen, tenzij zich zeer uitzonderlijke omstandighed
wraking; onpartijdigheid van de rechter; De wrakingskamer is van oordeel dat de leden van de raadkamer geen onbegrijpelijk standpunt hebben ingenomen over de vraag of de jongste rechter over de vereiste onpartijdigheid beschikt en wijst het wrakingsverzoek af.
Ex art. 359.1 jo. art. 415 Sv dient het arrest, op straffe van nietigheid (art. 359.8 Sv) de vordering van de AG te bevatten. Het hof heeft het PR-vonnis bevestigd. Het zittings-pv vermeldt de inhoud van de vordering. In ’s hofs arrest staat dat het “heeft kennis genomen van de v