Cassatie in het belang der wet. Verhouding tussen zittingsrechter en RC. 1. Art. 238.2 Sv. Na de kennisgeving van de OvJ dat tot dagvaarding zal worden overgegaan is de RC bevoegd tot voortzetting van zijn o.g.v. art. 181 - 183 Sv reeds lopende onderzoek zolang het onderzoek ttz
Wetboek van Strafvordering
Art. 183 Sv
Genoemd in 16 uitspraken · Officiële wettekst
16 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Uitvoerig gemotiveerde beslissing op bezwaarschrift ex artikel 182 lid 6 Sv. Alvorens toe te komen aan de concrete beoordeling van het bezwaarschrift bespreekt de rechtbank de nieuwe positie en de nieuwe bevoegdheden van de rechter-commissaris Op grond van de Wet versterking posi
Beslissing tot niet-ontvankelijkheid van de bezwaarde inzake bezwaarschrift op grond van artikel 182, lid 6, Sv. Het bezwaar richt zich tegen de weigering van de rechter-commissaris de door de bezwaarde gewenste onderzoekshandelingen te verrichten c.q. te gelasten. De bezwaarde s
De rechtbank overweegt dat in de wet niet expliciet is bepaald tot welk tijdstip een verdachte schriftelijk onderzoekswensen aan de rechter-commissaris kenbaar kan maken, als bedoeld in artikel 183 lid 1 Sv. Dit kan naar het oordeel van de rechtbank wel worden afgeleid uit het st
Uitvoerig gemotiveerde beslissing op bezwaarschrift ex artikel 182 lid 6 Sv. Alvorens toe te komen aan de concrete beoordeling van het bezwaarschrift bespreekt de rechtbank de nieuwe positie en de nieuwe bevoegdheden van de rechter-commissaris. Op grond van de Wet versterking pos
Bezwaar ex art. 186 lid 6 Sv niet-ontvankelijk. Geen weigering van de RC, maar een aanhouding van zijn beslissing. RC bepaalt dat verdachte eerst moet worden gehoord. Geen strijd met strafprocesrecht of art. 6 EVRM.
Conclusie AG. Caribische zaak. Veroordeling tot levenslange gevangenisstraf wegens drie schietincidenten in Sint Maarten in de periode 2018-2020. M1: verwerping verweer m.b.t. verzuim in eerste aanleg om zaken formeel te voegen. M2: vonnis Hof specificeert niet naar aanleiding v
Veroordeling tot levenslange gevangenisstraf voor liquidaties en pogingen daartoe in Sint Maarten. Overwegingen met betrekking tot de betrouwbaarheid van de verklaringen van de medeverdachte, medeplichtigheid of medeplegen, het bewijs en de straf.
gegrondverklaring hoger beroep tegen beschikking ex artikel 196 Sv van de RC; bevel van de RC tot observatie van verdachte in het PBC onbevoegd gegeven
De raadkamer verklaart het Openbaar Ministerie in het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Verzoek afgewezen. De kern van het wrakingsverzoek is dat verzoekers van mening zijn dat de afwijzing van het verzoek tot aanhouding onbegrijpelijk is en daarom getuigt van vooringenomenheid. Het getuigenverhoor is door de rechter bepaald op grond van de vordering van de officie
Arubaanse Strafzaak. Medeplegen van opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift. Verdachte had in de periode van ruim 2 jaren in totaal 33 cheques voor medeverdachte (zijn ex-echtgenote) ter verzilvering bij de bank aangeboden. Verdachte moet hebben begrepen dat die cheques
Beschikking raadkamer. In de onderhavige zaak heeft de zittingsrechter de zaak op de voet van art. 316 Sv verwezen naar de rechter-commissaris (RC). De raadsvrouw heeft daarop een verzoek aan de RC gericht tot het verrichten van onderzoekshandelingen. De RC heeft het verzoek deel
Cassatie in het belang der wet. Verhouding tussen zittingsrechter en RC. 1. Art. 238.2 Sv. Na de kennisgeving van de OvJ dat tot dagvaarding zal worden overgegaan is de RC bevoegd tot voortzetting van zijn o.g.v. art. 181 - 183 Sv reeds lopende onderzoek zolang het onderzoek ttz
Met de Wet versterking positie rechter-commissaris is, zoals de raadsman terecht betoogt, mede een vereenvoudiging en flexibilisering van het onderzoek beoogt, maar enkel daaruit kan niet worden afgeleid dat de rechter-commissaris ook nog na aanvang van het onderzoek ter terechtz
Met de Wet versterking positie rechter-commissaris is, zoals de raadsman terecht betoogt, mede een vereenvoudiging en flexibilisering van het onderzoek beoogt, maar enkel daaruit kan niet worden afgeleid dat de rechter-commissaris ook nog na aanvang van het onderzoek ter terechtz