De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van medeplegen van moord. De rechtbank verklaart verdachte daarvoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van tien jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ0392, BZ3412, 1289, 1290,1291, 1294, 1295, 1296)
Wetboek van Strafvordering
Art. 167 Sv
Genoemd in 475 uitspraken · Officiële wettekst
475 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 18 · live
De rechtbank acht bewezen verklaard dat er sprake is van: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II en III, meermalen gepleegd; handelen in strijd met artikel 26,
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van het een gewoonte maken van het plegen van witwassen. De rechtbank acht verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van één jaar en zes maanden. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ0392, BZ3
De verdachte heeft in de periode van 4 september 2009 tot en met 25 september 2009 meermalen ontuchtige handelingen gepleegd met het destijds 15-jarige slachtoffer dat hij kende van de reddingsbrigade. Het Hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (t
HR: 81 RO.
Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. Verdachte heeft zich samen met een ander meermalen schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift door facturen inzake vijf bouwprojecten valselijk op te maken. Door op deze manier te handelen heeft verdachte ervoor gezorgd da
HR: 81 RO.
Het hof komt tot veroordeling inzake het nalaten van het melden van effectentransacties en misbruik van voorwetenschap. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, geheel voorwaardelijk, en tot een geldboete van € 135.000. Naar het oordeel van het hof i
Mensenhandel-Criminele organisatie-Sneepzaak
Onrechtmatige overheidsdaad; onvoldoende informatie door opsporingsdienst aan aangevers over al dan niet instellen van opsporingsonderzoek; betekenis rapport Nationale ombudsman
Dagvaarding nietig ten aanzien van feit 1A (innerlijk tegenstrijdig). Niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 1B primair en subsidiair, 1C en 2 is ten laste gelegd. Vrijspraak. Met het oog op de beperkte bewijsbestemming van een aan de Belast
OM-cassatie. Beklag. BTW-carrousel. Vervolgde zaak, art. 552a.3 Sv. Middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag, nu de Rb heeft vastgesteld dat een rechter bij de zaak betrokken is geweest zodat sprake is van een vervolgde zaak a.b.i. art. 552a.3 Sv.
De verdachten van een overval op Jimmy Woo in 2007 worden alsnog vervolgd. In 2007 werden zij reeds door de rechtbank veroordeeld, maar in hoger beroep is het OM niet ontvankelijk verklaard omdat het strafdossier zoek was. Na reconstructie van het dossier heeft het OM de zaak opn
De verdachten van een overval op Jimmy Woo in 2007 worden alsnog vervolgd. In 2007 werden zij reeds door de rechtbank veroordeeld, maar in hoger beroep is het OM niet ontvankelijk verklaard omdat het strafdossier zoek was. Na reconstructie van het dossier heeft het OM de zaak opn
In deze zaak is tenlastegelegd het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting voor het opslaan van afvalstoffen, bestaande uit (natte) aardappeltarragrond, afkomstig uit het proces van aardappelverwerking van een fritesfabriek, het lozen van vocht afkomstig van natte
Verzoek tot schadevergoeding niet ontvankelijk nu er een overeenkomst is gesloten dat het openbaar ministerie geen hoger beroep zou instellen als de verzoeker geen schadevergoeding zou indienen.
Verzoek tot schadevergoeding niet ontvankelijk verklaard nu het openbaar ministerie en de verzoeker een overeenkomst hebben gesloten dat verzoekers geen verzoek tot schadevergoeding zouden indienen als de officier van justitie niet in hoger beroep zou gaan.
Beslag. Van een vervolgde zaak i.d.z.v. art. 552a.3 Sv is geen sprake wanneer een zaak, zonder dat een rechter in de zaak betrokken is, met een sepot is geëindigd. In een dergelijk geval is sprake van een vervolging die niet is ingesteld a.b.i. art. 552a.4 Sv en geldt dat een kla
De politierechter heeft uitspraak gedaan in een strafzaak over de vraag of het uitbrengen van een (verkorte) dagvaarding kan worden opgedragen aan een andere bij het parket werkzame medewerker als bedoeld in artikel 126, eerste lid, wet op de Rechterlijke Organisatie, en daarmee
Veroordeling ter zake van overtreding van artikel 1 aanhef en onder a van de Wet op de kansspelen. Het hof deelt niet de opvatting van de verdediging dat het openbaar ministerie verdachte uitsluitend op grond van artikel 30c en 30d van de Wet op de kansspelen had mogen vervolgen.
zie ook BB0631 gasexplosie Herman Costerstraat Den Haag; vrijspraak, niet-ontvankelijkheid benadeelde partijen.
1. Uitleg tenlastelegging door hof. 2. Giften of beloften ex art. 177 Sr. 3. Verbeterde lezing door HR van misslag in bewezenverklaring. Ad 1. Uit de gedingstukken volgt dat de bank een deugdelijk namens de provincie ondertekende schriftelijke overeenkomst verlangde. Het hof heef
1. Art. 82 Wtk 1992 richt zich tot eenieder. 2. Vordering benadeelde partij niet van eenvoudige aard. Ad 1. De klacht dat het hof niet uitdrukkelijk heeft beslist op het verweer dat het overtreden voorschrift niet is gericht tot een persoon als verdachte die in haar positie van w
Verdachte heeft zich meermalen schuldig gemaakt aan schending van een geheimhoudingsplicht die hem was opgelegd als lid van de vertrouwenscommissie die advies moest geven over het al dan niet herbenoemen van de burgemeester van de gemeente [gemeente]. Verdachte heeft op 22 en 23
niet- ontvankelijkheidsverweer: fundamentele veronachtzaming van de rechten van de verdediging op een eerlijk proces, schending van het gelijkheidsbeginsel, geen proces-verbaal van opsporingshandelingen in Suriname, ten onrechte gebruik gemaakt van infiltratie en pseudokoop, sche