OM-cassatie. Checkpoint-zaak. Het middel slaagt op de gronden als vermeld in het arrest onder nummer 12/01359, LJN BZ6654.
Wetboek van Strafvordering
Art. 167 Sv
Genoemd in 475 uitspraken · Officiële wettekst
475 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
openbaar ministerie ontvankelijk in vervolging, instructeur zweefvliegtuig vrijgesproken van schuld aan luchtvaartongeval waarbij leerling -vlieger is omgekomen (169 Sr, 307 Sr, 5 WL)
Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging van advocaat die hem in een eerdere procedure heeft bijgestaan. De door de verdachte gevoerde verweren strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie worden verworpen.
Suïcidaal meisje loopt langs het spoor en wordt vervolgd ter zake van overtreding van de Spoorwegwet 1875. Het gerechtshof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk op nader in het arrest aangegeven gronden.
Dagvaarding nietig ten aanzien van feit 1A (innerlijk tegenstrijdig). Niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 1B primair en subsidiair, 1C en 2 is ten laste gelegd. Vrijspraak. Met het oog op de beperkte bewijsbestemming van een aan de Belast
Veroordeling ter zake van overtreding van artikel 1 aanhef en onder a van de Wet op de kansspelen. Het hof deelt niet de opvatting van de verdediging dat het openbaar ministerie verdachte uitsluitend op grond van artikel 30c en 30d van de Wet op de kansspelen had mogen vervolgen.
1. Art. 82 Wtk 1992 richt zich tot eenieder. 2. Vordering benadeelde partij niet van eenvoudige aard. Ad 1. De klacht dat het hof niet uitdrukkelijk heeft beslist op het verweer dat het overtreden voorschrift niet is gericht tot een persoon als verdachte die in haar positie van w
Dagvaarding door hopper. 's Hofs oordeel dat de betrokken hopper heeft te gelden als een bij het parket werkzame ambtenaar ex art. 126 lid 1 RO is, tegen de achtergrond van HR LJN AF3366, onbegrijpelijk, nu 's hofs overwegingen niets inhouden omtrent de opleiding van de betrokken
Dagvaarding door hopper. 's Hofs oordeel dat de betrokken hopper heeft te gelden als een bij het parket werkzame ambtenaar ex art. 126 lid 1 RO is, tegen de achtergrond van HR LJN AF3366, onbegrijpelijk, nu 's hofs overwegingen niets inhouden omtrent de opleiding van de betrokken
Dagvaarding door hopper. Gelet op 's hofs vaststelling dat de betrokken hopper (rechtspositioneel politieambtenaar) is aangesteld bij het parket A'dam en dat bij het parket aangestelde hoppers voldoen aan de voorwaarden in de brief van de MvJ van 31-5-1999 aan het college van PG'
Dagvaarding door hopper. Gelet op 's hofs vaststelling dat de betrokken hopper (rechtspositioneel politieambtenaar) is aangesteld bij het parket A'dam en dat bij het parket aangestelde hoppers voldoen aan de voorwaarden in de brief van de MvJ van 31-5-1999 aan het college van PG'
23 september 2003 Strafkamer nr. 00377/03 B LR/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Zwolle van 22 januari 2003, nummer RK 03/5, gegeven op een klaagschrift als bedoeld in artikel 164, achtste lid, van de Wege
-
-
-
-
-
-
-
-