Conclusie AG over de aanvang van de termijn ex art. 66 lid 1 Sr (vervolging op klacht) indien “het gepleegde feit” als bedoeld in die bepaling verduistering betreft. Verdachte wordt verweten een groot geldbedrag van zijn vader, waarmee hij had afgesproken dat hij diens geld zou b
Wetboek van Strafvordering
Art. 164 Sv
Genoemd in 135 uitspraken · Officiële wettekst
135 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
mishandeling, bedreiging. OM niet-ontvankelijk ten aanzien van vervolging belediging omdat niet is voldaan aan klachtvereiste.
Mishandeling en belediging. Verweren: N-O OM omdat er geen klacht was van aangever inhoudende een wens tot vervolging. Daarnaast noodweer-verweer.
Veroordeling ter zake van belaging (feit 1) en smaadschrift (feiten 2 en 3). De verdachte heeft gedurende een langere periode op meerdere manieren veelvuldig en tegen haar wil (eenzijdig) contact gehad of gezocht met (personen uit de omgeving van) een van de aangeefsters. Hij hee
Veroordeling voor belaging van drie vrouwelijke slachtoffers en het overtreden van een opgelegd contactverbod. De rechtbank veroordeelt de man tot een gevangenisstraf van 230 dagen. Daarnaast legt de rechtbank de maatregel van tbs met voorwaarden op. Die voorwaarden bestaan onder
Belaging, art. 285b Sr. Verwerping verweer dat OM n-o is in de vervolging, terwijl AG bij Hof in navolging van verweer heeft gevorderd dat OM n-o zal worden verklaard. Het middel berust op de opvatting dat als de AG heeft gevorderd dat het OM n-o moet worden verklaard in de vervo
Verdachte wordt veroordeeld voor belaging, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en mishandeling van zijn ex-vriendin. Verdachte krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden en een taakstraf voor de duur van 120 uur.
De rechtbank spreekt verdachte vrij van belaging en overweegt daarbij dat het vier maal bellen en twee maal een sms-bericht versturen binnen een periode van twaalf uren niet zonder meer een omstandigheid oplevert die als een stelselmatige inbreuk in de zin van artikel 285b Sr kan
Smaad en laster d.m.v. het verspreiden van brieven aan de Amerikaanse ambassadeur en minister van buitenlandse zaken m.b.t. kunstsmokkel, artt. 261.1 en 262.1 Sr. 1. Klachtvereiste. 2. Bewijsklacht ‘ruchtbaarheid geven’. Ad 1. OM niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een kla
Ruchtbaarheid geven ex art. 262.1 Sr (laster). Bewezen is verklaard dat de verdachte aan diverse personen heeft medegedeeld dat zij was verkracht en/of aangerand door de wijkagent Y tijdens haar aanhouding en daardoor in verwachting was geraakt, en tezamen en in vereniging met ee
Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij in de woonplaats van slachtoffer, te weten Linschoten, gemeente Montfoort, bedreigingen aan diens adres heeft geuit. Deze bedreigingen zou verdachte telefonisch op twee verschillende manieren hebben geuit. De rechtbank spreekt verdachte vri
Na uithuisplaatsing en plaatsing in een gezinshuis van zijn dochters heeft verdachte op een website allerlei uitlatingen gedaan over dit gezinshuis en zijn medewerkers. 1. Klachtvereiste smaad, art. 269 Sr. 2. en 3. Smaad, “bepaalde feiten” a.b.i. art. 261.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt
Verdachte heeft gedurende een periode van ruim een half jaar een ex-vriendin belaagd. Hij heeft haar veelvuldig gebeld, ge-e-maild en ge-sms't. Ook heeft hij haar brieven geschreven, zich veelvuldig opgehouden in de nabijheid van haar woning/flat, een aantal van haar medebewoonst
HR: art. 81.1 RO.
Marktplaatsoplichting. Slagende bewijsmotiveringklacht. Het aannemen van een valse hoedanigheid kan niet z.m. volgen uit de bewijsmiddelen.
Vernieling van goederen toebehorende aan vader van verdachte. Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in strafvervolging wegens ontbreken van klacht.
Medeplegen van (poging tot) afdreiging. Klachtvereiste a.b.i. art. 318.2 (oud) Sr. De klacht bestaat ex art. 164.1 Sv uit een aangifte met verzoek tot vervolging. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1994:ZC8448. Het Hof heeft geoordeeld dat is voldaan aan het
Medeplegen van (poging tot) afdreiging. Klachtvereiste a.b.i. art. 318.2 (oud) Sr. De klacht bestaat ex art. 164.1 Sv uit een aangifte met verzoek tot vervolging. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1994:ZC8448. Het Hof heeft geoordeeld dat is voldaan aan het
HR: 81.1 RO.
1. Verwerping noodweer. 2. Bewijsklacht belaging. Ad 1. HR stelt relevante overwegingen uit HR NJ 2006/509 voorop. ’s Hofs oordeel dat verdachte een mogelijke aanranding door de aangever heeft uitgelokt door provocatie en dat hij aldus uit was op een confrontatie en verdachte zic
De zaak is aangevangen bij de rechtbank Alkmaar zittinghoudende te Amsterdam in 2012. Na aanhouding is de behandeling van de zaak na 1 januari 2013 voortgezet. Het Besluit nevenvestigings- en nevenzittingsplaatsen - op grond waarvan eerder de bevoegdheid van de rechtbank Alkmaar,
Belediging. Art. 269 Sr en art. 164 Sv klachtvereiste. Het bepaalde in art. 164 Sv strekt ertoe te doen vaststaan dat de tot klacht gerechtigde persoon uitdrukkelijk heeft verzocht een strafvervolging in te stellen. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof vastgesteld dat X in he
Art. 285b Sr en 164 Sv. Belaging en klacht. Indien een stuk wel een aangifte bevat maar geen uitdrukkelijk verzoek tot vervolging inhoudt, kan het bestaan van een klacht ex art. 164.1 Sv worden aangenomen. Voorwaarde is dat wordt vastgesteld dat de klager ten tijde van het opmake
Art. 285 Sr. Belaging. Klacht. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de klacht van het slachtoffer tevens kon worden beschouwd als een klacht van zijn echtgenote in de zin van 285b.2 Sr. is onjuist. HR verwijst naar HR LJN AQ4289. Het Hof heeft zijn oordeel dat ook ten aanzien van de ki
1. Art. 359.3 Sv. 2. Ontvankelijkheid OM. Ad 1. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens de verdachte ttz. vrijspraak is bepleit. ’s Hofs (kennelijke) oordeel dat i.c. kon worden volstaan met een