Belaging door honderden sms-berichten te sturen naar medewerkers van ouderenzorgorganisatie, art. 285b.1 Sr. Is voldaan aan klachtvereiste a.b.i. art. 66.1 Sr? Klachtgerechtigde kan bij een delict als het onderhavige zijn bevoegdheid slechts gedurende de in de wet genoemde klacht
Wetboek van Strafvordering
Art. 164 Sv
Genoemd in 135 uitspraken · Officiële wettekst
135 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
1. Art. 10 EVRM. Eerdere civielrechtelijke veroordelingen. Strafrechtelijke vervolging noodzakelijk in een democratische samenleving? 2. Art. 261.3 Sr. Ad 1. HR: het Hof heeft geoordeeld dat een strafrechtelijke veroordeling van verdachte gerechtvaardigd is ter bescherming van de
Na uithuisplaatsing en plaatsing in een gezinshuis van zijn dochters heeft verdachte op een website allerlei uitlatingen gedaan over dit gezinshuis en zijn medewerkers. 1. Klachtvereiste smaad, art. 269 Sr. 2. en 3. Smaad, “bepaalde feiten” a.b.i. art. 261.1 Sr. Ad 1. HR herhaalt
Smaad en laster d.m.v. het verspreiden van brieven aan de Amerikaanse ambassadeur en minister van buitenlandse zaken m.b.t. kunstsmokkel, artt. 261.1 en 262.1 Sr. 1. Klachtvereiste. 2. Bewijsklacht ‘ruchtbaarheid geven’. Ad 1. OM niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een kla
Belaging en klacht. 1. Bij belaging ex art. 285b Sr kan bij pluraliteit van klachtgerechtigden niet worden volstaan met één rechtsgeldige klacht. 2. Indien een stuk wel een aangifte bevat maar geen uitdrukkelijk verzoek tot vervolging inhoudt, kan niettemin het bestaan van een kl
Medeplegen van (poging tot) afdreiging. Klachtvereiste a.b.i. art. 318.2 (oud) Sr. De klacht bestaat ex art. 164.1 Sv uit een aangifte met verzoek tot vervolging. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1994:ZC8448. Het Hof heeft geoordeeld dat is voldaan aan het
Eenvoudige belediging gezinshuis en hulpverleners die betrokken waren bij opvang van verdachtes kinderen, die onder toezicht waren gesteld en uit huis waren geplaatst (art. 266.1 Sr). Klachtvereiste, art. 66.1 en 269 Sr en 164.1 Sv. OM n-o in vervolging t.z.v. gezinshuis op de gr
Art. 285b Sr en 164 Sv. Belaging en klacht. Indien een stuk wel een aangifte bevat maar geen uitdrukkelijk verzoek tot vervolging inhoudt, kan het bestaan van een klacht ex art. 164.1 Sv worden aangenomen. Voorwaarde is dat wordt vastgesteld dat de klager ten tijde van het opmake
Medeplegen van (poging tot) afdreiging. Klachtvereiste a.b.i. art. 318.2 (oud) Sr. De klacht bestaat ex art. 164.1 Sv uit een aangifte met verzoek tot vervolging. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1994:ZC8448. Het Hof heeft geoordeeld dat is voldaan aan het
HR: 80a RO. Dat brengt met zich dat de HR niet kan toekomen aan een beoordeling van rechtspunten betreffende de vordering van de b.p. (vgl. HR ECLI:NL:HR:2012:BX0146, rov. 2.5).
Belediging. Art. 269 Sr en art. 164 Sv klachtvereiste. Het bepaalde in art. 164 Sv strekt ertoe te doen vaststaan dat de tot klacht gerechtigde persoon uitdrukkelijk heeft verzocht een strafvervolging in te stellen. Blijkens zijn overwegingen heeft het Hof vastgesteld dat X in he
Medeplegen afdreiging (meermalen gepleegd) door zich samen met medeverdachte meermalen schuldig te maken aan webcamsekschantage waarbij mannen zijn gedwongen grote geldbedragen over te maken (art. 318.1 Sr) en medeplegen dwang (art. 284.1.1 Sr). (Omzeilen) klachttermijnvereiste a
1. Art. 359.3 Sv. 2. Ontvankelijkheid OM. Ad 1. Uit de bewoordingen van art. 359.3 Sv volgt dat deze bepaling in ieder geval geen toepassing kan vinden indien door of namens de verdachte ttz. vrijspraak is bepleit. ’s Hofs (kennelijke) oordeel dat i.c. kon worden volstaan met een
Promis arrest. Smaad en smaadschrift (artikel 261 Sr). Door op televisie, in een landelijk dagblad en bij herhaling op zijn weblog een andere persoon aan te wijzen als de dader van de moord op de weduwe W. in Deventer dan degene die voor die moord strafrechtelijk was veroordeeld,
Zedenzaak. Klachtvereiste. Termijn waarbinnen een klacht moet worden ingediend. Het hof heeft uit de verklaring van het slachtoffer, afgelegd op de terechtzitting van het hof, afgeleid dat zij de bedoeling had dat een vervolging zou worden ingesteld. Hierin ligt besloten dat het
Verdachte heeft zich gedurende ongeveer een jaar tijd schuldig gemaakt aan het plegen van meerdere misdrijven. Verdachte heeft door veelvuldig te bellen met een telefooncentrale en het opzetten van zogeheten conference calls, de toegang tot een geautomatiseerd werk belemmerd. Daa
Conclusie AG. Medeplegen van afdreiging. 1. Staat de omstandigheid dat een aantal slachtoffers niet binnen de termijn van art. 66.1 Sr aangifte heeft gedaan dan wel een klacht heeft ingediend in de weg aan de ontvankelijkheid van het OM? 2. Mocht de politie vermoedelijke slachtof
Conclusie AG. Belaging (art. 285b Sr). Middelen over 1. oordeel hof dat klachttermijn a.b.i. art. 66.1 Sr niet is geschonden en 2. motivering oplegging vrijheidsbeperkende maatregelen en dadelijke uitvoerbaarheid daarvan. Ad 1. AG is van mening dat mede in het licht van door verd
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging. Relatief klachtdelict. Op grond van artikel 316, lid 2 Sr in samenhang met artikel 324 Sr vindt - indien de verdachte een bloed-of aanverwant, hetzij in de rechte linie, hetzij in de tweede graad van de zijlinie,
Conclusie AG. Belaging. Art. 285b Sr. Rechtsklacht en motiveringsklacht m.b.t. oordeel hof dat (telkens) is voldaan aan het klachtvereiste. Welke betekenis moet worden toegekend aan eis die HR stelt in ECLI:NL:HR:2018:2242, inhoudende dat van wens tot vervolging binnen termijn va
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan identiteitsfraude door de persoonsgegevens van zijn ex-partner te misbruiken. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan belaging, ‘sextortion’ en het openbaar maken van video’s van seksuele aard van een andere ex-partner.
Conclusie AG. Middelen over o.m. de vraag of het openbaar ministerie ontvankelijk is in de vervolging voor belaging, nu een schriftelijke volmacht voor het indienen van een klacht ontbreekt. De AG adviseert de Hoge Raad om het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO te verwe
Veroordeling wegens tweemaal ‘eenvoudige belediging’ tot gevangenisstraf van een week (met aftrek). Tweemaal toewijzing van de vordering van een benadeelde partij, met oplegging van schadevergoedingsmaatregel. Ambtshalve overweging ten aanzien van een van de feiten, met betrekkin
Bedreiging (meermalen gepleegd) en groepsbelediging (meermalen gepleegd) van anderen dan b.p. door verdachte uit naam van b.p. Rechtstreeks verband tussen bewezenverklaarde feiten en schade? Middel b.p. over oordeel Hof dat b.p. gedeeltelijk n-o is in haar vordering. Hof heeft, d
Ruchtbaarheid geven ex art. 262.1 Sr (laster). Bewezen is verklaard dat de verdachte tezamen en in vereniging met een ander aan diverse personen heeft medegedeeld dat X in het bezit was van kinderporno; dat X haar kleinzoon en andere kinderen seksueel had misbruikt; dat alle kind