De rechtbank Gelderland heeft een 53-jarige ondernemer vrijgesproken van oplichting. Wel heeft de rechtbank hem veroordeeld voor verduistering, meermalen gepleegd, tot een werkstraf van 240 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Tev
Wetboek van Strafvordering
Art. 152 Sv
Genoemd in 374 uitspraken · Officiële wettekst
374 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 12 · live
De rechtbank verwerpt het niet-ontvankelijkheidsverweer van de verdediging. Weliswaar hebben de opsporingsambtenaren bepaalde bevindingen niet of te laat geverbaliseerd maar de beginselen van een behoorlijke procesorde zijn niet doelbewust of met grove veronachtzaming geschonden.
Wraking. Het Hof heeft het betoog van verdachte kennelijk niet opgevat als een wrakingsverzoek, maar als een aankondiging van verdachte dat hij, indien niet aan bepaalde voorwaarden zou worden voldaan, een wrakingsverzoek zou doen. Die uitleg is niet onbegrijpelijk. Het Hof was n
Opsporingsmethode “stille sms”. Het toezenden van voor de gebruiker van de telefoon niet-waarneembare sms-berichten is als zodanig niet in een daarop toegesneden wettelijke bepaling geregeld. Voor een dergelijke wijze van opsporing moet worden aangenomen dat de opsporingsambtenar
Zaak moord zonder lijk. Art. 359a Sv. Verwerping verweer strekkende tot n-o OM. Onjuist p-v op ambtseed opgemaakt. Dat kan slechts dan tot n-o van het OM in de vervolging leiden, indien aannemelijk is dat door toedoen van de met opsporing en vervolging belaste functionarissen ern
Tussenarrest: horen verbalisanten
Uitspraak Sneep 2. Veroordeling mensenhandel, medeplegen mishandeling en deelname criminele organisatie.
Promis; invoer verdovende middelen (cocaïne) te Schiphol; bekennende verklaring van verdachte; bewezenverklaring; strafoplegging; strafmaatverweren gericht op strafvermindering; oplegging deels voorwaardelijke gevangenisstraf met algemene en bijzondere voorwaarden.
Top-600aanpak, geen sprake van stelselmatige observatie, ontvankelijkheid OM. Bewijswaarde enkelvoudige en meervoudige fotoconfrontaties, strijd met brancherichtlijn politie. Voorbereidingshandelingen cocaïnetransport.
Hortvathzaak Verdachte 15 jaar, eendaadse samenloop van medeplegen van moord en diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichz
De Noordelijke Fraudekamer is het niet eens met de stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Wel heeft de rechtbank geconstateerd dat de opsporingsambtenaren niet alle door hen uitgevoerde opsporingshande
De Noordelijke Fraudekamer is het niet eens met de stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Wel heeft de rechtbank geconstateerd dat de opsporingsambtenaren niet alle door hen uitgevoerde opsporingshande
De Noordelijke Fraudekamer is het niet eens met de stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Wel heeft de rechtbank geconstateerd dat de opsporingsambtenaren niet alle door hen uitgevoerde opsporingshande
De Noordelijke Fraudekamer is het niet eens met de stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Wel heeft de rechtbank geconstateerd dat de opsporingsambtenaren niet alle door hen uitgevoerde opsporingshande
De Noordelijke Fraudekamer is het niet eens met de stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Wel heeft de rechtbank geconstateerd dat de opsporingsambtenaren niet alle door hen uitgevoerde opsporingshande
De Noordelijke Fraudekamer is het niet eens met de stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Wel heeft de rechtbank geconstateerd dat de opsporingsambtenaren niet alle door hen uitgevoerde opsporingshande
De Noordelijke Fraudekamer is het niet eens met de stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Wel heeft de rechtbank geconstateerd dat de opsporingsambtenaren niet alle door hen uitgevoerde opsporingshande
De Noordelijke Fraudekamer is het niet eens met de stelling van de verdediging dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging. Wel heeft de rechtbank geconstateerd dat de opsporingsambtenaren niet alle door hen uitgevoerde opsporingshande
Onderzoek Windhalm. Afwijzing verzoek van de raadsman tot terugwijzing naar de rechtbank ex artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Afwijzing verzoek van de raadsman tot het horen van een aantal getuigen. Verwerping beroep op niet-ontvankelijkheid Openbaar Mi
De rechtbank acht bewezen verklaard dat er sprake is van: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II en III, meermalen gepleegd; handelen in strijd met artikel 26,
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van het een gewoonte maken van het plegen van witwassen. De rechtbank acht verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van één jaar en zes maanden. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ0392, BZ3
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van medeplegen van moord. De rechtbank verklaart verdachte daarvoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van tien jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ0392, BZ3412, 1289, 1290,1291, 1294, 1295, 1296)
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van: medeplegen van het door beloften en het verschaffen van middelen en inlichtingen opzettelijk uitlokken van moord; medeplegen van voorbereiding tot moord; medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens
De rechtbank acht bewezen dat sprake is van medeplichtigheid aan het medeplegen van moord. De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van zes jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ3412, BZ0392, 1289, 1290,129
De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de volgende feiten: medeplegen van het door beloften, het verschaffen van middelen en inlichtingen, en bedreiging opzettelijk uitlokken van moord; medeplegen van moord, meermalen gepleegd; medeplegen van pogi