afwijzing ondanks vrijspraak: belastende feiten en omstandigheden in risicosfeer verzoeker die tot in verzekering stelling konden leiden
Wetboek van Strafvordering
Art. 136 Sv
Genoemd in 70 uitspraken · Officiële wettekst
70 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
andermaal: geen vergoeding wanneer dag van in verzekering stelling dezelfde is als de dag van invrijheidstelling
Verzoek ex artikel 89 Sv. Verzocht wordt om ook voor de dag waarop verzoeker in vrijheid werd gesteld het forfaitaire bedrag toe te kennen. De rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank hanteert voor immateriële schade in beginsel de normbedragen van het LOVS. Daarmee wordt de
Verzoek ex artikel 89 Sv: afwijzing verzoek verdriedubbeling standaardvergoeding voor een dag politiecel. Verzoek ex artikel 591a Sv: afwijzing verzoek vergoeding kosten advocaat in verband met afgifte van toevoeging aan voorganger. Niet gebleken dat de raadsman of zijn voorgange
De rechtbank heeft het eerst het verzoek ex artikel 89 en 591a Sv toegewezen en vervolgens het verzoek van de officier van justitie ex artikel 90 lid 3 Sv toegewezen. Dat laatste houdt in dat de rechtbank opdracht geeft tot verrekening van het in het verzoekschrift ex artikel 89
Uitleg van het begrip ‘maand’ in de strafbepalingen van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Volgens art. 88 Sr wordt onder een maand een tijd van 30 dagen verstaan. Dit artikel behoort niet tot de bepalingen die ingevolge art. 91 Sr ook toepasselijk zijn op feiten waarop bij and
Poging doodslag. Voorwaardelijk opzet. Het Hof heeft blijkens de gebezigde bewijsmiddelen vastgesteld dat de verdachte het slachtoffer met een mes in de buik heeft gestoken, 5 cm onder de ribbenboog. Dat het Hof daaruit kennelijk heeft afgeleid dat de verdachte daarbij op zijn mi
Vordering tot schadevergoeding ex 89 Sv na sepot toegewezen. Ingevolge artikel 90, eerste lid Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn. Het moet ga
Vordering tot schadevergoeding ex 89 Sv na vrijspraak deels toegewezen. Ingevolge artikel 90, eerste lid Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
1. Geldigheid inleidende dagvaarding. 2. Grondslagverlating. Ad 1.: De opvatting dat de niet-inachtneming van de in art. 4.1 van het Besluit kennisgeving gerechtelijke mededelingen genoemde termijn van 7 dagen leidt tot nietigheid van de betekening van de desbetreffende gerechtel
Verdachte is vrijgesproken van het hem telastegelegde. Gelet op de Europeesrechtelijke jurisprudentie en op het standpunt van de officier van justitie en de raadsvrouw, waarmee de rechtbank zich verenigt, acht de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van b
De zaak tegen verzoeker is onvoorwaardelijk geseponeerd wegens gebrek aan bewijs. Gelet hierop en op de omstandigheid dat de rechtbank ook anderszins niet is gebleken dat thans nog gronden van verdenking aanwezig zijn, ligt hierin geen beletsel voor toekenning van een schadevergo
De strafzaak tegen verzoeker is bij brief van de officier van justitie d.d. 28 januari 2009 onvoorwaardelijk geseponeerd. Op grond van de Europeesrechtelijke jurisprudentie met betrekking tot de onschuldpresumptie mag de rechter zich bij de beoordeling van verzoekschriften om sch
Geen beslissing op verzoek tot oproeping getuigen. Middel kan niet tot cassatie leiden op gronden als vermeld in conclusie AG, o.m. inhoudend dat afwijzing van het verzoek in de strafzaak zich mede uitstrekte tot het verzoek in de ontnemingszaak.
O.a. klacht over gebruik van CIE-pv als bewijsmiddel. HR: art. 81 RO.
Ontvankelijkheid cassatieberoep. Bij de stukken bevindt zich een brief van mr. X aan de strafgriffie van de HR van 13-11-06 waarin hij zich stelt als raadsman van verdachte. Bij de stukken bevindt zich tevens het dubbel van de aanzegging ex art. 435.1 Sv en een daarbij behorende
Redelijke termijn. Verdachte heeft op 18-11-05 cassatie ingesteld en de stukken zijn door de HR ontvangen op 18-7-06. De i.h.k.v. de overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM op 8 maanden gestelde termijn voor het inzenden van de stukken naar de HR, vangt aan m
Redelijke termijn. Verdachte heeft op 18-11-05 cassatie ingesteld en de stukken zijn door de HR ontvangen op 18-7-06. De i.h.k.v. de overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM op 8 maanden gestelde termijn voor het inzenden van de stukken naar de HR, vangt aan m
Voorwaardelijk opzet op medeplichtigheid aan gewapende overval. Hoewel het hof dienaangaande geen bijzondere bewijsoverweging in zijn arrest heeft opgenomen, moet worden aangenomen dat het van oordeel was dat sprake was van voorwaardelijk opzet, nu de verdachte zich willens en we
Openlijke geweldpleging met strafverhogend gevolg. 1. Indien in de bewezenverklaring onderscheiden alternatieven (“en/of”) zijn opengelaten, dient elk van die alternatieven door de bewijsmiddelen te worden geschraagd. 2. De in art. 141.2.1 Sr opgenomen zwaardere strafbedreiging i