Art. 197 Sr en Terugkeerrichtlijn. Hof heeft verdachte, die zich in vreemdelingenbewaring bevond, wegens verblijf in NL na ongewenstverklaring veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:BY3151 en
Wetboek van Strafvordering
Art. 132 Sv
Genoemd in 248 uitspraken · Officiële wettekst
248 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 8 · live
1. Art. 359a Sv. Falende rechts- en motiveringsklacht over verwerping verweer dat sprake is van een vormverzuim (onrechtmatige vordering tot identificatie ex art. 2 Wet op de Identificatieplicht en daaropvolgende aanhouding van verdachte) begaan ‘bij het voorbereidend onderzoek’.
Artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht. De verdachte heeft opzettelijk gebruik gemaakt van hem betreffende valselijk opgemaakte loonstroken en een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd om in aanmerking te komen voor een huurwoning. Ook heeft hij op een aanvraagformulier te
leerplicht zaak tegen vader van jongere; beroep op vrijstelling van leerplicht vanwege overwegende bedenkingen tegen de richting van het onderwijs op redelijke afstand van de woning
Art. 359a Sv. 1. Geen beslissing op verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het OM in de vervolging op de grond dat de politie een bestuursrechtelijke bevoegdheid heeft ingezet voor een strafrechtelijk doel. 2. Toepassingsbereik art. 359a Sv; vormverzuim moet zijn
Profijtontneming en witwassen. W.v.v. vastgesteld o.b.v. geldbedragen die in bewezenverklaarde periode zijn gestort op Marokkaanse bankrekening van betrokkene na veroordeling wegens schuldwitwassen. 1. Bedragen die voorwerp zijn van schuldwitwassen. 2. W.v.v. gegenereerd in perio
OM-cassatie. Vormverzuim, art. 359a Sv. Zelfs indien ervan wordt uitgegaan dat bij het vorderen van het ID-bewijs en het onderzoek in de auto ter vaststelling van de identiteit van verdachte sprake is geweest van een vormverzuim waarop art. 359a Sv toepassing dient te vinden is ’
Arnhem 30 december 2015 – Enkelvoudige Raadkamer. Uiteenzetting beoordelingskader van artikel 591a Wetboek van Strafvordering. De raadkamer oordeelt dat het verzoek tot schadevergoeding zoveel onduidelijkheden bevat dat niet kan worden beoordeeld of en zo ja in welke mate een sch
Celstraf voor bedreiger burgemeester Katwijk De rechtbank Den Haag veroordeelt een 26-jarige man voor een doodsbedreiging aan het adres van de burgemeester van Katwijk. Ook is hij schuldig aan het dealen van soft- en harddrugs en het onttrekken van een minderjarig meisje aan het
Art. 359a Sv. Vormverzuim. De klacht dat het handelen van verbalisant in strijd met de Ambtsinstructie door bij de aanhouding van verdachte daadwerkelijk gebruik te maken van vuurwapens geen vormverzuim in de zin van art. 359a Sv oplevert onjuist is, slaagt. De klacht leidt evenw
Gevangenisstraf voor seksueel misbruik van stiefdochter en een jong meisje tijdens de zwemles. Geen gronden voor ontzetting uit het recht tot uitoefening van het beroep van zwemleraar.
Klimop. Oud projectontwikkelaar/directeur van Bouwfonds veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar. Verwerping verweer niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie. Gedeeltelijke vrijspraak. Veroordeling voor valsheid in geschrift, omkoping en deelneming aan een
Klimop. Verjaring art. 328ter Sr (omkoping). Veroordeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden. Verwerping verweer bewijsuitsluiting. Gedeeltelijke vrijspraak. Veroordeling voor valsheid in geschrift en witwassen. Toepassing LOVS oriëntatiepunten voor fraude.
Witwassen van pseudo-koopgeld i.v.m. diefstal schilderijen Frans Hals Museum Haarlem. De klacht doet een beroep op recente rechtspraak van de HR over i.h.b. de kwalificeerbaarheid als witwassen van het ‘verwerven of voorhanden hebben’ van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstig
Verdachte wordt vrijgesproken van vervalsen van bankbiljetten / in voorraad hebben van vervalste bankbiljetten.
Art. 81 lid 1 RO. Vordering tot schadevergoeding door de Staat wegens strafrechtelijke vervolging gevolgd door vrijspraak; toepassing Begaclaim-criteria.
Zaak moord zonder lijk. Art. 359a Sv. Verwerping verweer strekkende tot n-o OM. Onjuist p-v op ambtseed opgemaakt. Dat kan slechts dan tot n-o van het OM in de vervolging leiden, indien aannemelijk is dat door toedoen van de met opsporing en vervolging belaste functionarissen ern
MTV II-zaak. Staandehouding en onderzoek in de auto hebben plaatsgevonden in het kader van de Vreemdelingenwet. Uit de arresten van de Hoge Raad van 26 juni 2012, LJN BV1642 en BW9199, volgt dat in dat geval niet gezegd kan worden dat de staandehouding en het onderzoek in de auto
MTV II-zaak. Staandehouding en onderzoek in de auto hebben plaatsgevonden in het kader van de Vreemdelingenwet. Uit de arresten van de Hoge Raad van 26 juni 2012, LJN BV1642 en BW9199, volgt dat in dat geval niet gezegd kan worden dat de staandehouding en het onderzoek in de auto
Wageningse gifmoord. Man vermoordde zijn echtgenote door vergiftiging met natriumazide. Gevangenisstraf van 18 jaar met aftrek.
Verdachte wordt vrijgesproken van bedreiging van advocaat die hem in een eerdere procedure heeft bijgestaan. De door de verdachte gevoerde verweren strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie worden verworpen.
Puttense moordzaak II. 1. Verwerping verweer. 2. Salduz. 3. Herhaald verzoek horen deskundigen. 4. Samenloop. Ad 1. Indien de aan het verweer en middel ten grondslag liggende stellingen dat de in 1994 in de DNA-databank opgenomen sporendragers volgens de destijds geldende regels
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van medeplegen van moord. De rechtbank verklaart verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van twaalf jaar. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:CA4041, BY9841, BZ0392, BZ3412, 1289, 1290,1291,1292, 1294, 1295)
De rechtbank acht bewezen dat er sprake is van het een gewoonte maken van het plegen van witwassen. De rechtbank acht verdachte hiervoor strafbaar en veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van één jaar en zes maanden. (Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2013:BY9841, CA4041, BZ0392, BZ3
De rechtbank acht bewezen verklaard dat er sprake is van: medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie II en III, meermalen gepleegd; handelen in strijd met artikel 26,