Bij vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 4 april 2014 is veroordeelde veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen. De rechtbank heeft het daaruit verkregen wederrechtelijk genoten voordeel vastgesteld op € 58.286,--. Gelet op het overschrijden van de redelijke termijn w
Wetboek van Strafvordering
Art. 126 Sv
Genoemd in 132 uitspraken · Officiële wettekst
132 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Bij arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 december 2014 is veroordeelde veroordeeld voor verduistering gepleegd uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als boekhouder, meermalen gepleegd, en gewoontewitwassen. De rechtbank stelt het daaruit verkregen wederr
Artt. 126a en 552a Sv. Bevel om opgave te doen of inzage of afschrift te geven van bescheiden en gegevens ex. art. 126a.1.a Sv. De Rb heeft met juistheid geoordeeld dat klaagster ontvankelijk is in haar ex art. 552a Sv ingediende klaagschrift tegen de vordering gegevens ex art. 1
Vordering wederrechtelijk verkregen voordeel.
Ontneming in de megazaak Begonia. Vordering van de officier van justitie bedroeg EUR 876.351,-. Het te ontnemen bedrag is door de rechtbank vastgesteld op EUR 485.983,- Wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt een bedrag van EUR 5.000,- in mindering gebracht zodat als
Profijtontneming. 1. Motivering schatting w.v.v. Art. 359.3, 511f en 511g Sv. 2. Verwerping verweer m.b.t. het terugstorten van gelden aan de Vereniging van Eigenaren. 3. Oordeel Hof m.b.t. aanvangsmoment redelijke termijn. Ad. 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR
Meervoudige raadkamer; hoger beroep van de officier van justitie tegen de beslissing van de rechter-commissaris tot afwijzing van de op grond van artikel 126m Sv door de officier van justitie gedane vorderingen (telefoontap), die zijn gedaan in verband met een ontnemingsonderzoek
De rechtbank Overijssel veroordeelt drie mannen die betrokken waren bij de Vastgoed Beleggings Maatschappij (VSM) wegens verduistering, valsheid in geschrifte en witwassen. Wel worden zij vrijgesproken van oplichting. De drie veroordeelde mannen krijgen gevangenisstraffen variëre
De rechtbank Overijssel veroordeelt drie mannen die betrokken waren bij de Vastgoed Beleggings Maatschappij (VSM) wegens verduistering, valsheid in geschrifte en witwassen. Wel worden zij vrijgesproken van oplichting. De drie veroordeelde mannen krijgen gevangenisstraffen variëre
Hof legt 20 maanden gevangenisstraf op voor woninginbraken. Voldoende verdenking door aantreffen boor(tjes) die plegen te worden gebruikt bij inbraken waarbij gaatjesboormethode wordt toegepast alsmede waarneming in nabijheid van woning waar op deze wijze is geprobeerd in te brek
OM-cassatie. Rechtsgevolgen vormverzuim. Art. 359a Sv. Het Hof heeft, in cassatie niet bestreden, geoordeeld dat sprake is van onherstelbare vormverzuimen a.b.i. art. 359a Sv, en daaraan de gevolgtrekking verbonden dat deze tot bewijsuitsluiting moeten leiden. De HR herhaalt rele
OM-cassatie. Rechtsgevolgen vormverzuim. Art. 359a Sv. Het Hof heeft, in cassatie niet bestreden, geoordeeld dat sprake is van onherstelbare vormverzuimen a.b.i. art. 359a Sv, en daaraan de gevolgtrekking verbonden dat deze tot bewijsuitsluiting moeten leiden. De HR herhaalt rele
OM-cassatie. Rechtsgevolgen vormverzuim. Art. 359a Sv. Het Hof heeft, in cassatie niet bestreden, geoordeeld dat sprake is van onherstelbare vormverzuimen a.b.i. art. 359a Sv, en daaraan de gevolgtrekking verbonden dat deze tot bewijsuitsluiting moeten leiden. De HR herhaalt rele
Art. 272 Sr, schending van een beroepsgeheim, en art. 328ter Sr, niet-ambtelijke omkoping. HR constateert ambtshalve verjaring t.a.v. beide feiten.
Met de Wet versterking positie rechter-commissaris is, zoals de raadsman terecht betoogt, mede een vereenvoudiging en flexibilisering van het onderzoek beoogt, maar enkel daaruit kan niet worden afgeleid dat de rechter-commissaris ook nog na aanvang van het onderzoek ter terechtz
Met de Wet versterking positie rechter-commissaris is, zoals de raadsman terecht betoogt, mede een vereenvoudiging en flexibilisering van het onderzoek beoogt, maar enkel daaruit kan niet worden afgeleid dat de rechter-commissaris ook nog na aanvang van het onderzoek ter terechtz
Artt. 23.4, 32, 94, 94a, 552a Sv. Beklag, beslag. De Rb heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk - nu de kennisneming van die processtukken klager is onthouden - aangenomen dat het onderzoeksbelang eraan in de weg stond dat de stukken van het strafrechtelijk financieel onderzoek (s
Art. 94a en 552a Sv. Beklag, beslag. De Rb heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk - nu de kennisneming van die processtukken klaagster is onthouden - aangenomen dat het onderzoeksbelang eraan in de weg stond dat de stukken van het strafrechtelijk financieel onderzoek (s.f.o.) aan
Profijtontneming. 1. Redelijke termijn in e.a. Het Hof heeft vastgesteld dat de ontnemingsprocedure die, nadat in de hoofdzaak op 15 oktober 2004 vonnis was gewezen, op 5 september 2006 bij de Rb aanhangig is gemaakt en tot een op 11 juli 2008 uitgesproken ontnemingsvonnis heeft
Beklag, beslag. 1. Onvolledig (raadkamer)dossier? 2. Maatstaf. 3. Verhouding waarde beslag en mogelijke hoogte van de betalingsverplichting. 4. Art. 74 AWR en art. 36e Sr. Ad 1. HR herhaalt HR LJN AU4086 m.b.t. de toepasselijkheid van art. 6 EVRM op de raadkamerprocedure. Klager
Het openbaar ministerie ontneemt het wederrechtelijk verkregen voordeel door invoer van hash van verdachte. Het Hof wijst de vordering van het openbaar ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af.
1. Profijtontneming en SFO. 2. Profijtontneming en redelijke termijn. 3. Art. 365a Sv. Ad 1. Art. 126f.2, eerste volzin, Sv, geeft een regeling voor het geval het SFO slechts één strafbaar feit betreft en de strafvervolging terzake van dat feit niet leidt tot een veroordeling van
OM-cassatie. Art. 72.1 Sr en art. 110 Sv. Vordering tot doorzoeking daad van vervolging? Vervolg op HR LJN BN1014 en LJN BN1028. Bezwaarschrift ex art. 262 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT2968 m.b.t. de aan het instituut van verjaring ten grondslag liggende ge
OM-cassatie. Art. 72.1 Sr en art. 110 Sv. Vordering tot doorzoeking daad van vervolging? Vervolg op HR LJN BN1014 en LJN BN1028. Bezwaarschrift ex art. 262 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT2968 m.b.t. de aan het instituut van verjaring ten grondslag liggende ge
Beklag. 1. Art. 13 WOTS; verwerping verweer dat het Belgische rechtshulpverzoek geen voldoende concrete verdenking bevat. 2. Art. 13 WOTS; verwerping verweer dat de inbeslagneming onrechtmatig is, nu het zou gaan om s.f.o. dat betrekking heeft op fiscale feiten. Ad 1. Het oordee