ECLI:NL:PHR:2012:BU8740
1 × geciteerd
Beklag. 1. Artt. 126 en 126e Sv. De opvatting dat de Rechter-Commissaris, gezien het tijdsverloop, de gegeven machtiging tussentijds had dienen te toetsen alvorens de Officier van Justitie tot het leggen van het beslag mocht overgaan is onjuist. De wet verbindt aan de geldigheid