1. Profijtontneming en SFO. 2. Profijtontneming en redelijke termijn. 3. Art. 365a Sv. Ad 1. Art. 126f.2, eerste volzin, Sv, geeft een regeling voor het geval het SFO slechts één strafbaar feit betreft en de strafvervolging terzake van dat feit niet leidt tot een veroordeling van
Wetboek van Strafvordering
Art. 126 Sv
Genoemd in 132 uitspraken · Officiële wettekst
132 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Beklag, beslag. 1. Ingewonnen informatie na sluiting onderzoek in RK. 2. Onvolledig (raadkamer)dossier? 3. Maatstaf. 4. Verhouding waarde beslag en mogelijke hoogte van de betalingsverplichting. 5. Art. 74 AWR en art. 36e Sr. 6. Schending art. 2 Sr? Ad 1. HR herhaalt HR LJN AU408
Beklag, beslag. 1. Ingewonnen informatie na sluiting onderzoek in RK. 2. Onvolledig (raadkamer)dossier? 3. Verhouding waarde beslag en mogelijke hoogte van de betalingsverplichting. 4. Art. 74 AWR en art. 36e Sr. 5. Maatstaf. Ad 1. HR herhaalt HR LJN AU4086 m.b.t. de toepasselijk
Veroordeling wegens valsheid in geschrift ten aanzien van facturen en een overeenkomst van geldlening. Vrijspraak feitelijk leiding geven aan witwassen van een woning, nu niet kan worden vastgesteld dat deze woning uit misdrijf afkomstig is.
klaagschrift ongegrond, definitieve inhoudsindicatie volgt
Profijtontneming en witwassen. W.v.v. vastgesteld o.b.v. geldbedragen die in bewezenverklaarde periode zijn gestort op Marokkaanse bankrekening van betrokkene na veroordeling wegens schuldwitwassen. 1. Bedragen die voorwerp zijn van schuldwitwassen. 2. W.v.v. gegenereerd in perio
Artt. 23.4, 32, 94, 94a, 552a Sv. Beklag, beslag. De Rb heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk - nu de kennisneming van die processtukken klager is onthouden - aangenomen dat het onderzoeksbelang eraan in de weg stond dat de stukken van het strafrechtelijk financieel onderzoek (s
Art. 94a en 552a Sv. Beklag, beslag. De Rb heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk - nu de kennisneming van die processtukken klaagster is onthouden - aangenomen dat het onderzoeksbelang eraan in de weg stond dat de stukken van het strafrechtelijk financieel onderzoek (s.f.o.) aan
Beklag, beslag. 1. Onvolledig (raadkamer)dossier? 2. Maatstaf. 3. Verhouding waarde beslag en mogelijke hoogte van de betalingsverplichting. 4. Art. 74 AWR en art. 36e Sr. Ad 1. HR herhaalt HR LJN AU4086 m.b.t. de toepasselijkheid van art. 6 EVRM op de raadkamerprocedure. Klager
1. Profijtontneming en SFO. 2. Profijtontneming en redelijke termijn. 3. Art. 365a Sv. Ad 1. Art. 126f.2, eerste volzin, Sv, geeft een regeling voor het geval het SFO slechts één strafbaar feit betreft en de strafvervolging terzake van dat feit niet leidt tot een veroordeling van
Beklag. 1. Art. 13 WOTS; verwerping verweer dat het Belgische rechtshulpverzoek geen voldoende concrete verdenking bevat. 2. Art. 13 WOTS; verwerping verweer dat de inbeslagneming onrechtmatig is, nu het zou gaan om s.f.o. dat betrekking heeft op fiscale feiten. Ad 1. Het oordee
Motivering geldboete. Art. 12 Ow. Het Hof heeft de toepassing van art. 12 (oud) Ow gebaseerd op zijn vaststelling dat ter terechtzitting in hoger beroep is komen vast te staan dat de waarde van de bewezenverklaarde hoeveelheden hennep en hasjiesj hoger is dan een vierde gedeelte
Telefoontap n.a.v. vermoeden diefstal/verduistering telefoon door brandweerpersoneel. Het wettelijk systeem van toedeling van de bevoegdheid tot het bevelen van opnemen van telecommunicatie met een technisch hulpmiddel a.b.i. art. 126m Sv houdt in dat die bevoegdheid aan de OvJ i
Ex art. 126 Sv kan op vordering van de OvJ door de RC een machtiging worden verleend tot het instellen van een SFO, indien sprake is van een verdenking van een of meer misdrijven (a) waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, en (b) waardoor op geld waard
Ex art. 126 Sv kan op vordering van de OvJ door de RC een machtiging worden verleend tot het instellen van een SFO, indien sprake is van een verdenking van een of meer misdrijven (a) waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, en (b) waardoor op geld waard
Naar het oordeel van het hof bestaat voor het voortduren van het conservatoir beslag geen grond meer, nu in deze zaak (..) geen geldboete is opgelegd en geen vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel is gedaan terwijl dit gelet op het bepaalde in art. 511b li
-