Economische zaak. Art. 180 Sr en art. 124 Sv. Wederspannigheid? Werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Ter handhaving van de openbare orde zijn de in art. 124 Sv genoemde personen, waaronder opsporingsambtenaren, bevoegd de nodige maatregelen te treffen opdat
Wetboek van Strafvordering
Art. 124 Sv
Genoemd in 24 uitspraken · Officiële wettekst
24 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
-
Overzichtsarrest m.b.t. motivering van verzoeken tot het oproepen en horen van getuigen i.h.l.v. rechtspraak van het EHRM. Voorafgaande beschouwingen over hoe de eisen die in de rechtspraak van de HR worden gesteld aan de onderbouwing van een verzoek tot het oproepen en horen va
Art. 269 Sv. Horen getuige achter gesloten deuren. Het hof heeft in de ordeverstoringen ttz. tijdens het verhoor van de getuige X aanleiding gezien een bevel tot sluiting der deuren te geven wat betreft het direct daarop aansluitende verhoor van de getuige Y. Dat bevel, dat geen
Onderbreking en beperking laatste woord art. 311.4 Sv. Het recht het laatst te spreken (art. 311, vierde lid, Sv) betekent dat de verdachte (of bij diens afwezigheid de raadsman) als laatste de gelegenheid krijgt nog aan te voeren wat dienstig kan zijn voor de beoordeling van de
16 september 2003 Strafkamer nr. 00333/03 B LR/SM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Breda van 3 februari 2003, nummer RK 02/1196, naar aanleiding van een door de Officier van Justitie gevraagd verlof als bedo
Wrakingsverzoek toegewezen. De wijze waarop de strafzitting is verlopen, heeft niet voldoende waarborgen geboden om een gerechtvaardigde twijfel van partijdigheid uit te sluiten. De behandelend raadsheren hebben onvoldoende oog gehad voor het recht van verzoeker op effectieve rec
Bevel en inbeslagname van bodycam van journalist op grond van 124 Sv in de context van de aanvang van een doorzoeking van een woning.
Belaging, meermalen gepleegd (art. 285b.1 Sr) en mishandeling (art. 300.1 Sr). 1. Bevel oudste raadsheer hof tot verwijdering voice-recorder van verdachte uit zittingszaal. Voorzittersbeslissing waartegen geen beroep in cassatie openstaat? 2. Bewijsklachten belaging. 3. Omzetting
Conclusie plv. AG. Klacht wegens het niet stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de betekenis van “daadwerkelijke deelname” aan het politieverhoor door een advocaat als bedoeld in art. 3, derde lid onder b, van de Richtlijn 2013/48/EU. Vergt “daadwerkelijke
Wederspannigheid met lichamelijk letsel tot gevolg, art. 180 jo. 181.1 Sr. 1. Onderzoek in e.a. nietig, nu p-v tz. in e.a. ontbreekt? 2. Bewijsklachten t.a.v. “werkzaam in de rechtmatige bediening, te weten noodhulpsurveillance”. Bepaalde in bewijsoverweging aangehaalde omstandig
Het spannen van een rood/wit afzetlint met de algemene tekst “POLITIE, NIET BETREDEN, POLITIE” kan niet gelijk worden gesteld aan een individueel bevel als bedoeld in artikel 124 lid 3 Sv jo. 184 lid 1 Sr. Overtreding als bedoeld in artikel 2.4 van de Algemene Plaatselijke Verord
Fraude medewerker Belastingdienst. Criminele organisatie. Geen onrechtmatig verkregen bewijs. Bewijs optelsom alle feiten en omstandigheden. Uitleg verklaring medeverdachte.
artikel 124 Wetboek van Strafvordering
Wraking.
artikel 124 Wetboek van Strafvordering
Het Hof heeft beslist dat de toegewezen vordering b.p. vermeerderd dient te worden met de wettelijke rente vanaf de in het arrest genoemde datum tot aan de dag der algehele voldoening. Nu het vonnis van de Rb niet een toewijzing inhoudt van de door de b.p. in e.a. gevorderde verg
Economische zaak. Art. 180 Sr en art. 124 Sv. Wederspannigheid? Werkzaam in de rechtmatige uitoefening van zijn bediening. Ter handhaving van de openbare orde zijn de in art. 124 Sv genoemde personen, waaronder opsporingsambtenaren, bevoegd de nodige maatregelen te treffen opdat
Saban B. 1. Art. 318.1 Sv, verplaatsing tz. Art. 539a Sv. 2. Art. 420.1 Sv en 316.2 Sv, verzoek horen verdachte door Rh-C. 3. Opnames van getuigenverhoren afgelegd bij de Rh-C. 4. Motivering opgelegde gb. Ad 1. Op gronden als vermeld in HR LJN AA8965 heeft het Hof het verzoek tot
Art. 269 Sv. Horen getuige achter gesloten deuren. Voor zover het middel berust op de stelling dat uit het p-v ttz. niet kan blijken van ordeverstoringen tijdens het verhoor van de getuige X, mist het feitelijke grondslag. Het hof heeft in de ordeverstoringen ttz. tijdens het ver
Daargelaten de vraag of een bevel of vordering tot verplaatsing van een auto een bevoegdheid is die uitdrukkelijk zijn grond vindt in artikel 124 Sv en of de weigering daartoe een overtreding oplevert van artikel 184 Sr op de wijze zoals in casu ten laste is gelegd overweegt het
De klacht dat het Hof bij het ondervragen van getuige [getuige 1] de verdediging onaanvaardbaar het stellen van vragen aan de getuige heeft belet.
-
-