Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Wetboek van Strafvordering

Art. 110 Sv

Genoemd in 146 uitspraken · Officiële wettekst

146 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live

ECLI:NL:HR:2021:1661 3 × geciteerd
Hoge Raad · 09-11-2021 · Strafrecht

Caribische zaak. Medeplegen van opzettelijke invoer van marihuana (art. 4.1 jo. 11.2 Opiumwet 1960 BES) en van voorhanden hebben van munitie (art. 3.1 jo. 11 Vuurwapenwet BES) op Bonaire. Motivering van beslissingen inzake voorlopige hechtenis. 1. Bewijsklacht opzet op invoer van

Rechtbank Noord-Nederland · 09-03-2023 · Strafrecht

Onherstelbaar vormverzuim door verdachte buiten verhoorsituatie om en zonder verhoorbijstand te vragen waar de ingang van de goed verborgen hennepkwekerij was. De rechtbank verbindt hieraan geen consequenties. Veroordeling voor het telen van een grote hoeveelheid hennepplanten, v

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 11-07-2017 · Strafrecht

Fraude medewerker Belastingdienst. Criminele organisatie. Geen onrechtmatig verkregen bewijs. Bewijs optelsom alle feiten en omstandigheden. Uitleg verklaring medeverdachte.

Rechtbank Limburg · 18-06-2013 · Strafrecht

Verkoop van cocaïne uit café. Voorhanden hebben drugs en wapens in woning. Gevangenisstraf 4 jaar en 6 maanden.

Rechtbank Dordrecht · 22-10-2012 · Strafrecht

Klaagschrift (art. 552a Sv). Inbeslagneming bij een bedrijf i.v.m. rechtshulp en Nederlands onderzoek. 1. De door de OvJ gevorderde en de RC geleide doorzoeking is een doorzoeking ex art. 110/125i Sv, ook al is er geen schriftelijke beslissing van de RC. De situatie van EHRM Sano

Rechtbank Dordrecht · 22-10-2012 · Strafrecht

Klaagschrift (art. 552a Sv). Inbeslagneming bij (een werkneemster van) een bedrijf i.v.m. rechtshulp en Nederlands onderzoek. 1. De door de OvJ gevorderde en de RC geleide doorzoeking is een doorzoeking ex art. 110/125i Sv, ook al is er geen schriftelijke beslissing van de RC. De

Parket bij de Hoge Raad · 19-05-2009 · Strafrecht

OM-cassatie. 1. Art. 97 Sv. 2. Vormverzuim, 359a Sv. Ad 1. De eerst en derde klacht berusten op de opvatting dat het wettelijk systeem van toedeling van de bevoegdheid tot doorzoeking ten inbeslagneming van een woning zonder toestemming van de bewoner meebrengt dat de beslissing