Caribische zaak. Woningoverval op Bonaire. Medeplegen diefstal met geweld met dood politieagent als gevolg (art. 325.2.1 jo. 324.4 Sr BES) en medeplegen voorbereiding diefstal met geweld (art. 325.1 jo. 324.4 jo. 48a.1 Sr BES). 1. Betekening dagvaarding in h.b. van in Nederland g
Wetboek van Strafvordering
Art. 108 Sv
Genoemd in 18 uitspraken · Officiële wettekst
18 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Caribische zaak. Medeplegen van opzettelijke invoer van marihuana (art. 4.1 jo. 11.2 Opiumwet 1960 BES) en van voorhanden hebben van munitie (art. 3.1 jo. 11 Vuurwapenwet BES) op Bonaire. Motivering van beslissingen inzake voorlopige hechtenis. 1. Bewijsklacht opzet op invoer van
Conclusie AG in Caribische zaak. Gewapende overval op een woning te Bonaire in 2016, waarbij een politieagent is doodgeschoten. Medeplegen diefstal met geweld, terwijl het feit de dood ten gevolge heeft (art. 325 SrBES) en voorbereiding van diefstal met geweld (art. 325 jo. 48a S
Vrijspraak van voorbedachte raad. Veroordeling voor doodslag (op vriend van de moeder van de verdachte) en vuurwapenbezit. Verwerping beroep op noodweer: wel sprake van onmiddellijke, wederrechtelijke aanranding, maar disproportionele reactie. Verwerping beroep op noodweerexces g
Conclusie AG. Caribische zaak. Poging tot doodslag (art. 2:259 jo. 1:119 WvSr St Maarten) en overtreding van een verbod gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Vuurwapenverordening, meermalen gepleegd. Falende middelen over (1) verwerping uitdrukkelijk onderbouwd standpunt over
Schietpartij uitgaansgelegenheid. Medeplegen van doodslag, poging tot doodslag en vuurwapenbezit. Beroep op noodweer(exces) verworpen. 18 jaar gevangenisstraf. Gevangenneming
Schietpartij uitgaansgelegenheid. Medeplegen van doodslag, poging tot doodslag en vuurwapenbezit. Beroep op noodweer(exces) verworpen.
Schietpartij uitgaansgelegenheid. Medeplegen van doodslag, poging tot doodslag en vuurwapenbezit. Beroep op noodweer(exces) verworpen. 20 jaar gevangenisstraf. Gevangenneming
Conclusie AG. Transport cocaïne van Curaçao naar Nederland. Middelen m.b.t. (i) de bewijsconstructie van het Gemeenschappelijk Hof (sole or decisive; betrouwbaarheid getuigenverklaring; betekenis bij politie afgelegde verklaring medeverdachte) en (ii) de beslissing over de voorlo
witwassen_cocaine_drugshandel 2
Verzoeker is in cassatie gegaan tegen zijn veroordeling. De Hoge Raad heeft nog niet beslist. Het verzoek strekt tot opheffing van de VH. De Minister van Justitie heeft het verzoek afgewezen omdat beleid zou zijn dat aan veroordeelde vreemdelingen geen VI wordt verleend. Het Ho
Antilliaanse zaak. Art. 402.1 en 402.7 SvNA. Het Hof heeft verzuimd de inhoud van de bewijsmiddelen op te nemen. Ex art. 402.7 SvNA leidt dit tot nietigheid.
Antilliaanse zaak. Art. 402.1 en 402.7 SvNA. Het Hof heeft verzuimd de inhoud van de bewijsmiddelen op te nemen. Ex art. 402.7 SvNA leidt dit tot nietigheid.
Verzoeker vraagt opheffing van voorlopige hechtenis onder voorwaarde dat vreemdelingengratie wordt verleend. Niet in geschil is dat verzoeker in aanmerking komt voor vreemdelingengratie nadat eenderde van zijn straf is voorbijgegaan. Hof zal per 14 februari de voorlopige hechteni
Verdachte die in bezit was van grote hoeveelheid drugs, is aangehouden op schip in de territoriale wateren van Sint Maarten. Hij had een organiserende rol bij het vervoer van de verdovende middelen. Betreft een ‘first-offender’. Hof acht straf van 8 jaar op zijn plaats, maar i.v.
Verdachte is aangehouden op schip met grote hoeveelheid drugs welke door hem en mededaders in de territoriale wateren van Sint Maarten is gebracht. Hij verleende hand- en spandiensten aan de medeverdachte die de organisatie van vervoer in handen had. Hof houdt rekening met het fe
Verdachte die in bezit was van grote hoeveelheid drugs, is aangehouden op schip in de territoriale wateren van Sint Maarten. Hij verleende hand- en spandiensten. Betreft een ‘first-offender’. Hof acht straf van 6 jaar op zijn plaats, maar i.v.m. normschendingen krijgt hij strafko
GEA heeft verzoeker veroordeeld tot gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 voorwaardelijk. Op hoger beroep is nog niet beslist. Thans vraagt verzoeker opheffing van de voorlopige hechtenis. Hof stelt voorop dat nog steeds ernstige bezwaren bestaan tegen verzoeker terzake van f