Sneep-zaak. Mensenhandel. Misdadige organisatie. Toetsingskader mensenhandel. Gebruik samenvattingen taps voor bewijs. Bewijswaardering. Dvd-opnamen getuigenverhoren. Geheimhoudersgesprekken en strafvermindering. Oplegging geldboete naast gevangenisstraf
Wetboek van Strafrecht
Art. 9 Sr
Genoemd in 159 uitspraken · Officiële wettekst
159 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Sneep-zaak. Mensenhandel. Misdadige organisatie. Toetsingskader mensenhandel. Bewijswaardering. Geheimhoudersgesprekken en strafvermindering. Beoordeling rechtsmacht op grond van art. 6 Sr. Oplegging geldboete naast gevangenisstraf
Sneep-zaak. Mensenhandel. Misdadige organisatie. Toetsingskader mensenhandel. Medeplegen. Ontvankelijkheid OM in verband met niet-vervolging hoofddader. Gebruik samenvattingen taps voor bewijs. Tapmachtigingen en formulieren. Bewijswaardering. Dvd-opnamen getuigenverhoren. Geheim
OM n.o. in cassatieberoep. Art. 577c Sv jo. art. 446 Sv. Vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang. Art. 446 Sv bepaalt dat in beginsel voor het OM cassatieberoep tegen beschikkingen slechts open staat voor zover de vordering niet is toegewezen. D
OM n.o. in cassatieberoep. Art. 577c Sv jo. art. 446 Sv. Vordering tot het verlenen van verlof tot tenuitvoerlegging van lijfsdwang. Art. 446 Sv bepaalt dat in beginsel voor het OM cassatieberoep tegen beschikkingen slechts open staat voor zover de vordering niet is toegewezen. D
Vraag of gedaagde toerekenbaar tekort is geschoten in nakoming van de overeenkomst van opdracht op basis waarvan gedaagde voor eiser een woning met schuur zou ontwerpen en de bouw daarvoor zou begeleiden.
Strafoplegging. Art. 127 Sr. In aanmerking genomen dat het hof tav. de oplegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf heeft geoordeeld dat ‘daarmee de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking (wordt) gebracht’, behoeft het nadere motivering waarom het Hof daarenboven de
Op grond van voormelde bewijsconstructie acht de rechtbank - in afwijking van hetgeen de officier van justitie heeft gevorderd - bewezen dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend is geweest. Hij is immers in een flauwe bocht voor hem rijdende auto’s gaan inhalen, terwijl te
- geen vernietiging arbitraal vonnis; - geen schending artikel 9 Standaardvoorwaarden 1997 Rechtsverhouding opdrachtgever-architect wegens oordeel over esthetische aspecten ontwerp
Art. 63 (oud) Sr, oplegging straf na eerdere oplegging ISD. Vooropgesteld wordt dat a) noch art. 38m Sr noch enig ander voorschrift van de 3e afd. van Titel IIA, Boek I Sr inhoudt dat de ISD-maatregel kan worden gecombineerd met straffen, zodat moet worden aangenomen dat de straf
1. Art. 359.2 Sv. 2. Art. 63 Sr; oplegging ISD na eerdere oplegging straf. Ad 1. Het door de raadsman aangevoerde – dat niet wordt weerlegd door de inhoud der bewijsmiddelen – kan bezwaarlijk anders worden verstaan dan als een standpunt dat duidelijk, door argumenten geschraagd e
1. Vooruitlopen op inhoud getuigenverklaringen. 2. Omzetten jeugddetentie in gevangenisstraf. Ad 1. Het verzoek van de raadsman strekt ertoe om twee personen die belastend over verdachte hebben verklaard ttz. te doen horen omtrent de feitelijke gang van zaken en verdachtes rol da
1. Onpartijdig gerecht ex art. 6.1 EVRM en oordeel over ontvankelijkheid OM in kader verzoek tot opheffing voorlopige hechtenis. 2. Ontvankelijkheid OM en vernietiging inbeslaggenomen voorwerpen. 3. Motivering ex art. 360.1 Sv van gebruik voor bewijs van verklaring bedreigde getu
De rechtbank heeft bewezen geacht dat verdachte als bestuurder van een motorrijtuig zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn grove schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.
Cassatie in belang der wet. Overgangsrecht gewijzigd art. 14a.2 Sr. Bij de Wet herijking strafmaxima is per 1-2-06 art. 14a.2 Sr gewijzigd. Deze wet bevat geen voor deze regeling relevante overgangsbepaling. Bij de hier in het geding zijnde wijziging van het sanctiestelsel blijkt
Combinatie gevangenisstraf en ISD-maatregel. Art. 38m Sr noch enig ander voorschrift van Afd. 3 Titel II A Boek I Sr houdt in dat ISD tezamen met straffen kan worden opgelegd, zoals dat bijv. in art. 36b.3 en art. 36f.3 Sr voor onderscheidenlijk de onttrekking aan het verkeer en
Motivering hogere straf dan gevorderd. Eis AG: twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf, geldboete € 300,- en 10 maanden rijontzegging waarvan 5 maanden voorwaardelijk. Hof: taakstraf 60 uur en 10 maanden rijontzegging waarvan 5 maanden voorwaardelijk. HR: Gelet op de omstand
Art. 47 AWR. Verklaringen van belanghebbende na vordering Inspecteur niet bruikbaar als bewijs voor boete/verhoging. Gevolgen verlenging navorderingstermijn voor boete?
Boete opgelegd na ontbinding commanditaire vennootschap.
Resolutie BTW-28. Aftrek gemeenschapsvoorzieningen, toerekening aan belaste omzet. Indiening stukken 13 dagen voor de zitting. Art. 6, lid 1, EVRM, geldt bescherming EVRM ook voor belastingplichtige publiekrechtelijke lichamen; redelijke termijn.
Artikel 6, lid 1 EVRM. Overschrijding redelijke termijn? Vermindering boete bij overschrijding redelijke termijn? Artikel 29, lid 2, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Omkering bewijslast. Redelijke schatting verzwegen omzet / loon.
Voor zover al zou moeten worden aangenomen dat het hof een zwaardere straf (onvoorwaardelijke geldboete van vierhonderd euro) heeft opgelegd dan door de A-G was gevorderd (voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met twee jaar proeftijd), voldoet de strafoplegging aan art.
Door feitenrechter verbonden rechtsgevolg aan overschrijding van de redelijke termijn kan in cassatie slechts op begrijpelijkheid worden getoetst (HR NJ 2000, 721). ’s Hofs oordeel dat i.c. kan worden volstaan met louter constatering is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen
Draagkrachtverweer en motivering geldboete. Het hof heeft - mede gelet op hetgeen aan het verweer ten grondslag is gelegd - niet onbegrijpelijk onaannemelijk geacht dat de financiële mogelijkheden van verdachte zo beperkt zijn als door de raadsman gesteld en geoordeeld dat verdac
’s Hofs oordeel dat de rechter bij het (subsidiair) opleggen van de straf van jeugddetentie deze straf op de voet van art. 77k Sr reeds kan vervangen door een straf genoemd in art. 9.1 Sr is onjuist (het hof veroordeelde verdachte tot taakstraf, subsidiair hechtenis). Art. 77k Sr