Economische zaak. 1. Falende klacht dat de tlgd overtreding van art. 10.2 (oud) Arbowet is verjaard. 2. In aanmerking genomen het bepaalde in art. 1.19 lid 2 (oud) Arbobesluit en gelet op ’s Hofs vaststelling dat verdachte een werkgever is a.b.i. art. 10 (oud) Arbowet en dat zij
Wetboek van Strafrecht
Art. 72 Sr
Genoemd in 449 uitspraken · Officiële wettekst
449 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Art. 177 en 225 Sr. Omkoping van een ambtenaar en medeplegen van valsheid in geschrift. Partiele vrijspraak. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 365 dagen, waarvan 285 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorar
Verjaring. Vrijspraak misdrijf feit 2 primair, veroordeling overtreding feit 2 primair. Art. 2.2 (oud) jo art. 1a aanhef onder 1 (oud) WED en art. 5.1 (oud) Wet voorkoming verontreiniging door schepen. O.g.v. art. 70.1 aanhef onder 1 jo art. 72.2 Sr beloopt de verjaringstermijn i
Rechtbank gaat, in een zaak van ten tijde van het strafbare feit zes minderjarige verdachten, in tegen de door de Hoge Raad geformuleerde regel dat overschrijding van de redelijke termijn nooit tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging leidt. Met
Ambtshalve verjaring.
OM-cassatie. Bouwfraude-zaak. Art. 177 (oud) Sr. 1. HR ambtshalve: verjaring. 2. n.o.-verklaring OM. Ad 1. De HR herhaalt relevante r.o. m.b.t. de verjaring uit HR LJN BK1998 en LJNBK6357. Bij de inwtr. op 1-2-2001 van de wijziging van art. 177 Sr waren de tlg-de feiten nog niet
Verduistering van geldbedragen in 2011, art. 321 Sr. Verjaring, absolute verjaringstermijn (art. 70.1.2 jo. 72.2 Sr). Feiten zijn bij art. 321 Sr strafbaar gesteld als misdrijf waarop gevangenisstraf van ten hoogste 3 jaren is gesteld. O.g.v. art. 70.1.2 jo. 72.2 Sr beloopt verja
Vervolgings- en executie-EAB Letland. Tussenuitspraak. De officier van justitie is ontvankelijk in haar vordering. De verstrekte verzetgarantie voldoet aan de eisen van art. 12, onder d, OLW. Er is niet voldaan aan het vereiste van dubbele strafbaarheid; de rechtbank ziet aanleid
Hof veroordeelt een van de leiders van een criminele organisatie die zich bezighield met het overtreden van de Wet op de kansspelen tot een taakstraf voor de duur van 200 uren. Geen schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde (vertrouwensbeginsel, gelijkheidsbegins
Militaire zaak, Schaarsbergen-zaak. Medeplegen van als militair opzettelijk een andere militair feitelijk aanranden, meermalen gepleegd (art. 140 Wetboek Militair Sr). 1. Schending van recht op behandeling zaak door onafhankelijke en onpartijdige rechter a.b.i. art. 6.1 EVRM, nu
Pools EAB t.b.v. executie en vervolging. Opgeëiste persoon kan worden gelijkgesteld met een Nederlander. Overlevering geweigerd op grond van art. 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW (verjaring) en art. 6 OLW (ontbreken terugkeergarantie)
Concl. AG. Hawala-bankieren. Medeplegen gewoontewitwassen, deelneming criminele organisatie en gewoonte maken van medeplegen van opzettelijk overtreden van art. 2:3a lid 1 Wft. Klachten o.m. over 1. oordeel hof dat verdachte een gewoonte heeft gemaakt van de overtreding van art.
Conclusie AG. Beleggingsfraude in concernverband. Feitelijke leidinggeven aan verduistering en gewoontewitwassen. Klachten van de verdachte met betrekking tot onder meer (1) de verenigbaarheid met art. 326 Sv van het gebruik van een gemeenschappelijk of verzamelproces-verbaal in
Door inschakeling van afvalmakelaar voert Ierse geneesmiddelenproducent in de periode 2000 tot 2002 met hormonen vervuild suikerwater uit naar een (inmiddels gefailleerd) Belgisch bedrijf dat voor verwerking van het afval zou zorgdragen. Daarbij wordt gehandeld in strijd met dive
Economische zaak. Verjaring. Vervolg op HR 3 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:582. Overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 2a van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd. HR verklaart de OvJ alsno
Cassatie in het belang der wet. Redelijke termijn in jeugdzaken. 1. Rechtgevolgen overschrijding redelijke termijn in zaken waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast. 2. Redelijkheid van de termijn van 16 mnd. waarbinnen een zaak tegen een jeugdige in beginsel moet worden
Als feitelijk leidinggevende in strijd met de Wtk 1992 bedrijfsmatig gelden aantrekken van het publiek en uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling. Voorts in strijd met de Wte 1995 effecten aanbieden aan het publiek. Verjaring van deel van de feiten; onderscheid voortdure
Artikel 225 lid 1 en 328ter lid 1 Sr. Verweer dat in de voorfase en in het opsporingsonderzoek controlebevoegdheden van de Belastingdienst zijn misbruikt ten behoeve van de opsporing van commune strafbare feiten verworpen. Geen verjaring (art. 70 en 72 Sr) van de ten laste gelegd
Art. 272 Sr, schending van een beroepsgeheim, en art. 328ter Sr, niet-ambtelijke omkoping. HR constateert ambtshalve verjaring t.a.v. beide feiten.
Vervolgingsuitlevering naar de VS. De Rechtbank heeft, in aanmerking genomen dat in casu bij het bepalen van de duur van de in art. 70 Sr bedoelde verjaringstermijn moet worden uitgegaan van de zwaarste straf die op de gedragingen is gesteld (vgl. HR LJN AF6597), met juistheid ge
Verjaring. Art. 70.1° Sr. Uit de stukken blijkt niet dat gedurende 3 jaren voorafgaand aan de betekening van de mededeling uitspraak enige daad van vervolging is verricht, zodat het recht tot strafvervolging is komen te vervallen.
1. Redelijke termijn. 2. Verjaring. Ad 1. O.g.v. HR LJN BD2578 kan het middel niet leiden tot n-o van het OM. Strafkorting. Ad 2. HR ambtshalve: o.g.v. art. 72.2 Sr, zoals dat luidde van 1-1-2006 tot 7-7-2006, beloopt de verjaringstermijn v.w.b. de feiten 2 en 3 ten hoogste tweem
OM-cassatie. N-o OM wegens gebrek aan belang. In aanmerking genomen dat a) het OM in 1e aanleg vrijspraak heeft gevorderd van het primair tenlastegelegde, terwijl het niet in hoger beroep is gekomen van het vonnis in 1e aanleg waarbij verdachte van dat feit is vrijgesproken, en b
Tussenarrest. Verdachte is op 25-9-02 veroordeeld door de ktr t.z.v. een WAM-overtreding begaan op 10-7-01. Hij is op 11-10-05 in zijn appel niet-ontvankelijk verklaard. De verjaringstermijn beloopt i.c. ten hoogste 2x2 jaar. Vooropgesteld moet worden dat verjaring slechts dan ka
Zeer oude feiten. Het OM is niet-ontvankelijk wegens verjaring.