Vervolgingsoverlevering Duitsland van Nederlander voor 185 feiten deels toegestaan. Voor 26 feiten geweigerd ivm verjaring art 9 OLW. Verweer schending artikel 6 EVRM Undue delay verworpen.
Wetboek van Strafrecht
Art. 72 Sr
Genoemd in 449 uitspraken · Officiële wettekst
449 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 17 · live
Verzoek tot uitlevering ter fine van strafvervolging van de opgeëiste persoon door de autoriteiten van de Oekraine ter zake van twee feiten. Feit 1 betreft het veroorzaken van een auto-ongeluk waarbij drie slachtoffers verschillende verwondingen hebben opgeleverd, feit twee betre
Ambtshalve overweging met betrekking tot het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring. Vóór de wetswijziging van 1 februari 2006 (art. 304 Wetboek van Strafrecht) was mishandeling van een levensgezel geen strafverzwarende omstandigheid. Resteert voor de periode
1. Ambtshalve: verjaring. 2. Ambtshalve: voorwaardelijke veroordeling tot gevangenisstraf, art. 14a Sr. Ad 1. Blijkens de aan de HR toezonden stukken is de bewaring van verdachte gevorderd. Nu tussen de tijdstippen waarop een aantal feiten volgens de tenlastelegging is begaan ene
HR: 81RO. 1. Ambtshalve: verjaring. 2. Ambtshalve: art. 14a Sr. Ad 1. De feiten zijn begaan in de periode van 12-7-96 t/m 29-1-99. Op grond van art. 70.2° jo 72.2 Sr beloopt de verjaringstermijn in het onderhavige geval ten hoogste twee maal zes jaren. Voor zover de tenlastegeleg
Contradictoir. Levering van een voormengsel voor varkensvoer dat met een verboden hormoon blijkt te zijn besmet.
Belastingfraude. Handel in aandelen van ‘winstvennootschappen’. O.m. deelneming aan een criminele organisatie dat tot oogmerk had het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en het omkopen van andere personen dan ambtenaren, ontvankelijkheid OM o.g.v. verjaring t.a.v.
Profijtontneming. Ontneming t.a.v. verjaarde ” soortgelijke feiten”. Aan ’s Hofs oordeel ligt de opvatting ten grondslag dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgeli
De rechtbank acht bewezen dat de directeur van het toen door deze geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, niet heeft voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Verdachte
De rechtbank acht bewezen dat de directeur van het toen door deze geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, niet heeft voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Verdachte
Verjaring. Art. 70.1° (oud) Sr. Uit de stukken blijkt niet dat gedurende 2 jaren daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht, zodat het recht tot strafvervolging is komen te vervallen.
1. Redelijke termijn. 2. Verjaring. Ad 1. O.g.v. HR LJN BD2578 kan het middel niet leiden tot n-o van het OM. Strafkorting. Ad 2. HR ambtshalve: o.g.v. art. 72.2 Sr, zoals dat luidde van 1-1-2006 tot 7-7-2006, beloopt de verjaringstermijn v.w.b. de feiten 2 en 3 ten hoogste tweem
Verjaring. HR ambtshalve: De feiten zijn begaan in de periode 1-1-99 t/m 26-4-05. Op 2-5-05 is de bewaring van verdachte gevorderd. Niet blijkt dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht, zodat het ervoor wordt gehouden dat de verjaring van de
Verdachte wordt vrijgesproken van voorbereiding van moord, subsidiair doodslag, afpersing, zware mishandeling, dan wel diefstal met geweld. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat de intentie van verdachte gericht was op het plegen van voornoemd misdrijf. Verdach
Verdachte heeft drie door hem ingediende belastingaangiftenformulieren onjuist laten invullen door telkens een te laag bedrag aan belastbaar inkomen op te geven, teneinde minder belasting te betalen dan verschuldigd. Hij heeft hierdoor bewerkstelligd dat de Belastingdienst niet i
Verjaring. Rechtbank wijkt af van lijn, zoals neergelegd in uitspraak van 24 oktober 2006, NbSr 2006, 433. Artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW vergt een zogenaamde denkbeeldige beoordeling van de verjaring, ook wel beoordeling in abstracto genoemd. Ten aanzien van de s
OM-cassatie. N-o OM wegens gebrek aan belang. In aanmerking genomen dat a) het OM in 1e aanleg vrijspraak heeft gevorderd van het primair tenlastegelegde, terwijl het niet in hoger beroep is gekomen van het vonnis in 1e aanleg waarbij verdachte van dat feit is vrijgesproken, en b
1. Middelen van cassatie, 2. Verjaring. Ad 1. De middelen ingediend door verdachte, advocaat, kunnen niet als middelen van cassatie worden aangemerkt vzv. die klachten bestaan uit een herhaling van in feitelijke aanleg gehouden vertogen. Dat geldt ook vzv. in die klachten niet me
Verjaring. Overtreding van art. 107.1 WVW 1994 (rijbewijsplicht). Dit onderhavige feit is volgens de tll begaan op of omstreeks 07-01-2001. O.g.v. het tweede lid van art. 72 Sr zoals dat luidde van 01-01-2006 tot 07-07-2006, beloopt de verjaringstermijn i.c. ten hoogste twee maal
Verjaring overtreding. Het feit is begaan op of omstreeks 4-5-02. Gelet op de verjaringstermijn ex art. 72.2 Sr, zoals dat luidde van 1-1-06 tot 7-7-06, van ten hoogste 2 keer 2 jr, is het recht tot strafvordering wegens verjaring vervallen.
Verjaring overtreding. Het feit is begaan op of omstreeks 4-5-02. Gelet op de verjaringstermijn ex art. 72.2 Sr, zoals dat luidde van 1-1-06 tot 7-7-06, van ten hoogste 2 keer 2 jr, is het recht tot strafvordering wegens verjaring vervallen.
1. Wijziging tenlastelegging, hetzelfde feit ex art. 68 Sr. 2. Het woord “opzettelijk” in de tenlastelegging mbt economische delicten. Ad 1. ‘s Hofs oordeel dat de toegelaten wijziging niet tot gevolg heeft dat de onderhavige tll niet langer hetzelfde feit ex art. 68 Sr inhoudt,
Bij de beoordeling van de vraag of er gronden van billijkheid zijn om aan verzoekster een vergoeding in de kosten van rechtsbijstand toe te kennen neemt het hof in aanmerking dat de zaak de feitelijke instanties was gepasseerd en zich in de cassatiefase bevond, waarin mede gelet
HR ambtshalve: De verjaringstermijn beloopt i.c. ex art. 72 ten hoogste 2 x 6 jaar. Uit het tot het bewijs gebezigde politie-pv inhoudende de verklaring van X volgt dat de tenlastegelegde verduistering van de Peugeot 405 GRI heeft plaatsgevonden in de periode van 1-6-94 t/m 7-6-9
1. HR constateert ambtshalve verjaring feit 2. 2. HR verklaart OM niet-ontvankelijk t.a.v. feit 1 wegens vertraging betekening verstekmededeling. Ad 1. Op 10-11-05 is namens verdachte cassatie ingesteld. Uit de gedingstukken blijkt niet dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand e