Klimop. Veroordeling oud directeur Philips Pensioenfonds tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar. Geen verjaring omkoping ex. Art. 328ter Sr (omkoping). Verwerping verweer nietige dagvaarding inzake art. 140 Sr. Gedeeltelijke vrijspraak. Veroordeling voor omkoping en w
Wetboek van Strafrecht
Art. 72 Sr
Genoemd in 449 uitspraken · Officiële wettekst
449 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
Klimop. Oud projectontwikkelaar/directeur van Bouwfonds veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar. Verwerping verweer niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie. Gedeeltelijke vrijspraak. Veroordeling voor valsheid in geschrift, omkoping en deelneming aan een
Mishandeling. HR ambtshalve: verjaring.
Belaging
art 82 Wtk 1992; art 3 Wte 1995; verjaring van deel van de feiten; onderscheid voortdurende en aflopende delicten; overschrijding redelijke termijn; 6 wk gs vw
art 6 + 82 Wtk 1992; art 3 Wte 1995; verjaring van deel van de feiten; onderscheid voortdurende en aflopende delicten; overschrijding redelijke termijn; 6 wk gs vw
HR: art. 80a RO. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toe
Verstekverlening. ’s Hofs kennelijke oordeel dat de vermelding van het kantooradres van de raadsman van de verdachte in de brief van de raadsman (schriftelijke volmacht) niet kan gelden als de opgave van een adres i.d.z.v. art. 588a.1.c Sv geeft niet blijk van een onjuiste rechts
Verjaring. Vrijspraak misdrijf feit 2 primair, veroordeling overtreding feit 2 primair. Art. 2.2 (oud) jo art. 1a aanhef onder 1 (oud) WED en art. 5.1 (oud) Wet voorkoming verontreiniging door schepen. O.g.v. art. 70.1 aanhef onder 1 jo art. 72.2 Sr beloopt de verjaringstermijn i
Recht tot strafvervolging verstreken door verjaring.
HR ambtshalve: gedeeltelijke verjaring feit 7. HR verklaart de OvJ in zoverre alsnog n-o in de vervolging. Voor vermindering van de opgelegde gevangenisstraf bestaat echter onvoldoende grond, aangezien de aard en de ernst van het bewezenverklaarde niet worden aangetast door bedoe
HR ambtshalve: verjaring. De HR merkt op dat een zgn. VIP-controle die is uitgevoerd met het oog op het ter kennis van de verdachte brengen van een nog uit te printen gerechtelijke mededeling, op zichzelf niet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van art. 7
Fraude met beleggingen in een CV-constructie. Veroordeling ter zake van oplichting. Geen veranderd inzicht van de wetgever over de strafwaardigheid van artikel 3, eerste lid, Wte 1995 (oud). Uitgave van effecten in besloten kring.
Onder verwijzing naar de motivering in de vonnissen van de rechtbank van 7 oktober 2013, nummer ECLI:NL:RBAMS:2013:6633 acht de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de onderhavige zaken. Sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn. De rechtb
Onder verwijzing naar de motivering in de vonnissen van de rechtbank van 7 oktober 2013, nummer ECLI:NL:RBAMS:2013:6633 acht de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de onderhavige zaken. Sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn. De rechtb
Onder verwijzing naar de motivering in de vonnissen van de rechtbank van 7 oktober 2013, nummer ECLI:NL:RBAMS:2013:6633 acht de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de onderhavige zaken. Sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn. De rechtb
Onder verwijzing naar de motivering in de vonnissen van de rechtbank van 7 oktober 2013, nummer ECLI:NL:RBAMS:2013:6633 acht de rechtbank het openbaar ministerie niet ontvankelijk in de onderhavige zaken. Sprake is van een forse overschrijding van de redelijke termijn. De rechtb
OM-cassatie. Verjaring. Art. 70 Sr. Verlening verjaringstermijn bij overtredingen van 2 naar 3 jaar. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BK1998. Het uitgangspunt dat ingeval van verandering van wetgeving m.b.t. de verjaringstermijn deze verandering direct van toepassing is, met dien vers
HR: art. 81.1 RO. Ambtshalve constateert de HR -overeenkomstig het in het bestreden arrest besloten liggende oordeel van het Hof- dat het feit niet is verjaard. Conclusie AG: anders, verjaring feit.
HR: 81.1 RO en ambtshalve: HR verklaart de OvJ deels n-o nu het recht tot strafvervolging m.b.t. het onder 3 tlgd. wegens verjaring is vervallen.
HR: 81.1 RO en ambtshalve: verklaart de OvJ deels n-o nu het recht tot strafvervolging m.b.t. het onder 3 tlgd. wegens verjaring is vervallen.
1. Verjaring, daad van vervolging. 2. Falende bewijsklacht. 1. De opvatting dat het door de HR in de eerste cassatieprocedure gewezen arrest, waarbij de toen bestreden uitspraak is vernietigd en de zaak is teruggewezen naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw t
HR: 81.1 RO en ambtshalve: verklaart de OvJ deels n-o nu het recht tot strafvervolging m.b.t. het onder 3 tlgd. wegens verjaring is vervallen.
HR: 81.1 RO en ambtshalve: HR verklaart de OvJ deels n-o nu het recht tot strafvervolging m.b.t. het onder 3 tlgd. wegens verjaring is vervallen.
Onderzoek "Faasse". 1. Vertrouwensbeginsel. Openbaar ministerie partieel niet-ontvankelijk in het hoger beroep gelet op toezeggingen met betrekking tot de omvang daarvan. 2. Verjaring en verandering van wetgeving. 3. Geen niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens afsprak