Belaging
Wetboek van Strafrecht
Art. 72 Sr
Genoemd in 449 uitspraken · Officiële wettekst
449 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
art 82 Wtk 1992; art 3 Wte 1995; verjaring van deel van de feiten; onderscheid voortdurende en aflopende delicten; overschrijding redelijke termijn; 6 wk gs vw
art 6 + 82 Wtk 1992; art 3 Wte 1995; verjaring van deel van de feiten; onderscheid voortdurende en aflopende delicten; overschrijding redelijke termijn; 6 wk gs vw
HR: art. 80a RO. Voor onderzoek door de cassatierechter komen alleen in aanmerking middelen van cassatie als in de wet bedoeld. Als een zodanig middel kan slechts gelden een stellige en duidelijke klacht over de schending van een bepaalde rechtsregel en/of het verzuim van een toe
Verjaring. Vrijspraak misdrijf feit 2 primair, veroordeling overtreding feit 2 primair. Art. 2.2 (oud) jo art. 1a aanhef onder 1 (oud) WED en art. 5.1 (oud) Wet voorkoming verontreiniging door schepen. O.g.v. art. 70.1 aanhef onder 1 jo art. 72.2 Sr beloopt de verjaringstermijn i
HR ambtshalve: gedeeltelijke verjaring feit 7. HR verklaart de OvJ in zoverre alsnog n-o in de vervolging. Voor vermindering van de opgelegde gevangenisstraf bestaat echter onvoldoende grond, aangezien de aard en de ernst van het bewezenverklaarde niet worden aangetast door bedoe
HR ambtshalve: verjaring. De HR merkt op dat een zgn. VIP-controle die is uitgevoerd met het oog op het ter kennis van de verdachte brengen van een nog uit te printen gerechtelijke mededeling, op zichzelf niet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van art. 7
Fraude met beleggingen in een CV-constructie. Veroordeling ter zake van oplichting. Geen veranderd inzicht van de wetgever over de strafwaardigheid van artikel 3, eerste lid, Wte 1995 (oud). Uitgave van effecten in besloten kring.
OM-cassatie. Verjaring. Art. 70 Sr. Verlening verjaringstermijn bij overtredingen van 2 naar 3 jaar. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010:BK1998. Het uitgangspunt dat ingeval van verandering van wetgeving m.b.t. de verjaringstermijn deze verandering direct van toepassing is, met dien vers
HR: 81.1 RO en ambtshalve: HR verklaart de OvJ deels n-o nu het recht tot strafvervolging m.b.t. het onder 3 tlgd. wegens verjaring is vervallen.
HR: art. 81.1 RO. Ambtshalve constateert de HR -overeenkomstig het in het bestreden arrest besloten liggende oordeel van het Hof- dat het feit niet is verjaard. Conclusie AG: anders, verjaring feit.
HR: 81.1 RO en ambtshalve: verklaart de OvJ deels n-o nu het recht tot strafvervolging m.b.t. het onder 3 tlgd. wegens verjaring is vervallen.
1. Verjaring, daad van vervolging. 2. Falende bewijsklacht. 1. De opvatting dat het door de HR in de eerste cassatieprocedure gewezen arrest, waarbij de toen bestreden uitspraak is vernietigd en de zaak is teruggewezen naar het Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw t
Verjaring. HR ambtshalve: De feiten onder 3 zijn begaan in de periode van 9-7-1999 tot en met 9-7-2005. Op grond van art. 70.ahf. 2° Sr jo. art. 72.2 Sr beloopt de verjaringstermijn i.c. ten hoogste 2 maal 6 jr. Het OM is daarom nog slechts wat betreft een deel van de tenlastege
poging om een ander door beloften en door het verschaffen van inlichtingen te bewegen om een moord te begaan. straf: gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren, met aftrek van voorarrest
Economische zaak. HR: art. 81 RO. Anders dan de conclusie AG: geen ambtshalve grond voor vernietiging (geen gewijzigd inzicht van de wetgever omtrent de strafwaardigheid van feit 3).
Verjaringstermijn artikel 70 Sr. Uitleg verlengde termijn van artikel 72, tweede lid, Sr.
OM-cassatie. Bouwfraude-zaak. Art. 177 (oud) Sr. 1. HR ambtshalve: verjaring. 2. n.o.-verklaring OM. Ad 1. De HR herhaalt relevante r.o. m.b.t. de verjaring uit HR LJN BK1998 en LJNBK6357. Bij de inwtr. op 1-2-2001 van de wijziging van art. 177 Sr waren de tlg-de feiten nog niet
Beleggingsfraude. Veroordeling wegens het verlenen van beleggingsdiensten zonder vergunning. Vrijspraak van fiscale fraude en oplichting en heling. Overwegingen over: (onder meer) verjaring, verandering van wetgeving, medeplegen en opzet van de verdachte, schending redelijke term
Verzoek tot uitlevering ter fine van strafvervolging van de opgeëiste persoon door de autoriteiten van de Oekraine ter zake van twee feiten. Feit 1 betreft het veroorzaken van een auto-ongeluk waarbij drie slachtoffers verschillende verwondingen hebben opgeleverd, feit twee betre
Contradictoir. Levering van een voormengsel voor varkensvoer dat met een verboden hormoon blijkt te zijn besmet.
Belastingfraude. Handel in aandelen van ‘winstvennootschappen’. O.m. deelneming aan een criminele organisatie dat tot oogmerk had het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en het omkopen van andere personen dan ambtenaren, ontvankelijkheid OM o.g.v. verjaring t.a.v.
Profijtontneming. Ontneming t.a.v. verjaarde ” soortgelijke feiten”. Aan ’s Hofs oordeel ligt de opvatting ten grondslag dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgeli
1. Redelijke termijn. 2. Verjaring. Ad 1. O.g.v. HR LJN BD2578 kan het middel niet leiden tot n-o van het OM. Strafkorting. Ad 2. HR ambtshalve: o.g.v. art. 72.2 Sr, zoals dat luidde van 1-1-2006 tot 7-7-2006, beloopt de verjaringstermijn v.w.b. de feiten 2 en 3 ten hoogste tweem
1. Middelen van cassatie, 2. Verjaring. Ad 1. De middelen ingediend door verdachte, advocaat, kunnen niet als middelen van cassatie worden aangemerkt vzv. die klachten bestaan uit een herhaling van in feitelijke aanleg gehouden vertogen. Dat geldt ook vzv. in die klachten niet me