Onderzoek "Faasse". 1. Vertrouwensbeginsel. Openbaar ministerie partieel niet-ontvankelijk in het hoger beroep gelet op toezeggingen met betrekking tot de omvang daarvan. 2. Verjaring en verandering van wetgeving. 3. Geen niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens afsprak
Wetboek van Strafrecht
Art. 72 Sr
Genoemd in 449 uitspraken · Officiële wettekst
449 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
EAB vervolging, verjaring.
Ambtshalve verjaring.
OM-cassatie. Art. 72.1 Sr en art. 110 Sv. Vordering tot doorzoeking daad van vervolging? Vervolg op HR LJN BN1014 en LJN BN1028. Bezwaarschrift ex art. 262 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT2968 m.b.t. de aan het instituut van verjaring ten grondslag liggende ge
OM-cassatie. Art. 72.1 Sr en art. 110 Sv. Vordering tot doorzoeking daad van vervolging? Vervolg op HR LJN BN1014 en LJN BN1028. Bezwaarschrift ex art. 262 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT2968 m.b.t. de aan het instituut van verjaring ten grondslag liggende ge
Uitlevering; stuitinghandeling; verjaring naar Nederlandsrecht; verjaringstermijn.
Vrijspraak van o.a. afpersing en vrijheidsberoving van de exploitant van café Raffles, omdat de feitelijke toedracht niet met voldoende zekerheid kan worden vastgesteld. De verklaringen van de aangever zijn niet eenduidig en consistent en het overige bewijs heeft voornamelijk hem
Economische zaak. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Verjaring. Artt. 70, 71 en 72 Sv. Ad 1: HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een verzoek ex art. 278.3 Sv uit HR LJN AT5663. Hof heeft gemotiveerd beslist op aanhoudingsverzoek. Gelet op hetgeen de raadsman ter onderbouw
Vervolginsgoverlevering Polen van Nederlander. Deel van feiten verjaard. Daarvoor overleveriing geweigerd gelet op art 9, eerste lid, onder f OLW. Overlevering voor overige toegestaan. Uitdrukkelijk beroep van rm op evenredigheidsbeginsel als verwoord in Verdrag van Lissabon en
Bijstandsfraude. Art. 84m (oud) en art. 141 Algemene Bijstandswet. HR: 81 RO.
Verjaringstermijn artikel 70 Sr. Uitleg verlengde termijn van artikel 72, tweede lid, Sr.
Vervolgingsoverlevering Duitsland van Nederlander voor 185 feiten deels toegestaan. Voor 26 feiten geweigerd ivm verjaring art 9 OLW. Verweer schending artikel 6 EVRM Undue delay verworpen.
Ambtshalve overweging met betrekking tot het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring. Vóór de wetswijziging van 1 februari 2006 (art. 304 Wetboek van Strafrecht) was mishandeling van een levensgezel geen strafverzwarende omstandigheid. Resteert voor de periode
Profijtontneming. Ontneming t.a.v. verjaarde ” soortgelijke feiten”. Aan ’s Hofs oordeel ligt de opvatting ten grondslag dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgeli
De rechtbank acht bewezen dat de directeur van het toen door deze geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, niet heeft voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Verdachte
De rechtbank acht bewezen dat de directeur van het toen door deze geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, niet heeft voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Verdachte
Verjaring. HR ambtshalve: De feiten zijn begaan in de periode 1-1-99 t/m 26-4-05. Op 2-5-05 is de bewaring van verdachte gevorderd. Niet blijkt dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht, zodat het ervoor wordt gehouden dat de verjaring van de
Verjaring. Rechtbank wijkt af van lijn, zoals neergelegd in uitspraak van 24 oktober 2006, NbSr 2006, 433. Artikel 9, eerste lid, aanhef en onder f, OLW vergt een zogenaamde denkbeeldige beoordeling van de verjaring, ook wel beoordeling in abstracto genoemd. Ten aanzien van de s
Overschrijding redelijke termijn bij verstekmededeling; OM niet-ontvankelijk. Van overschrijding van de redelijke termijn ex art. 6.1 EVRM kan sprake zijn indien het OM bij de betekening van een verstekmededeling ex art. 366 Sv niet de nodige voortvarendheid heeft betracht (HR NJ
1. Redelijke termijn en betekening verstekmededeling. 2. Verjaring: ambtshalve geconstateerd. Ad 1. Van overschrijding van de redelijke termijn kan sprake zijn indien ex art. 366 Sv een verstekmededeling dient te worden betekend en het OM bij die betekening niet de nodige voortva
Bouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven
Bouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven
Bouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven
Bouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven. N.B. I.v.m. een technische storing is de eerder op rechtspraak.nl gepubliceerde tekst van het vonnis vervangen door onderhavige tekst.
Bouwzaak: Vooroverleg bouwbedrijven