Beoordelingskader van bewijslevering (gewoonte)witwassen, in het geval waarin ten aanzien van een aantal kostbare auto's en een kavel onroerend goed het gebruik/genot daarvan in andere handen ligt dan van degene die als kentekenhouder c.q. als kadastraal eigenaar is geregistreerd
Wetboek van Strafrecht
Art. 72 Sr
Genoemd in 449 uitspraken · Officiële wettekst
449 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
OM-cassatie.1. Verjaring. 2. Motivering vrijspraak. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BK1998. In geval van verandering van wetgeving m.b.t. de verjaring geldt naar hedendaagse rechtsopvatting in strafzaken als uitgangspunt dat deze verandering direct va
OM-cassatie. Art. 72.1 Sr en art. 110 Sv. Vordering tot doorzoeking daad van vervolging? Vervolg op HR LJN BN1014 en LJN BN1028. Bezwaarschrift ex art. 262 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT2968 m.b.t. de aan het instituut van verjaring ten grondslag liggende ge
-
OM-cassatie. De rb verklaarde in appèl de OvJ niet-ontvankelijk in zijn vordering GVO tegen NN-verdachte omdat die vordering uitsluitend het stuiten van de verjaring tot doel had en de OvJ aldus bewust zijn bevoegdheid had gebruikt voor een ander doel dan waarvoor deze is gegeven
Klimop. Veroordeling oud directeur Philips Pensioenfonds tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaar. Geen verjaring omkoping ex. Art. 328ter Sr (omkoping). Gedeeltelijke vrijspraak. Veroordeling voor oplichting van Philips Pensioenfonds, omkoping en witwassen. Toepassing
OM-cassatie. Art. 72.1 Sr en art. 110 Sv. Vordering tot doorzoeking daad van vervolging? Vervolg op HR LJN BN1014 en LJN BN1028. Bezwaarschrift ex art. 262 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN AT2968 m.b.t. de aan het instituut van verjaring ten grondslag liggende ge
Stuiting van de verjaring van het recht tot strafvordering. In geval van verandering van wetgeving m.b.t. de verjaring geldt naar hedendaagse rechtsopvatting in strafzaken als uitgangspunt dat deze verandering direct van toepassing is, met dien verstande dat een reeds voltooide v
De rechtbank Overijssel veroordeelt twee broers tot 6 en 5 jaar cel voor het jarenlang witwassen van in totaal 320 miljoen dollar op Curaçao en het leiding geven aan oplichting en het vervalsen van documenten. Hiermee schuift de rechtbank de overeenkomst tussen het Openbaar Minis
HR ambtshalve: verjaring. De HR merkt op dat een zgn. VIP-controle die is uitgevoerd met het oog op het ter kennis van de verdachte brengen van een nog uit te printen gerechtelijke mededeling, op zichzelf niet kan worden aangemerkt als een daad van vervolging in de zin van art. 7
Medeplegen opzetheling, meermalen gepleegd (art. 416.1.a Sr) en medeplegen witwassen van criminele erfenis van vermoorde zoon van verdachte, meermalen gepleegd (art. 420bis.1.b en 420bis.1.a Sr). 1. Is verjaring van helingsfeit gestuit door uitbrengen van rechtshulpverzoek door O
HR: art. 81.1 RO. Ambtshalve constateert de HR -overeenkomstig het in het bestreden arrest besloten liggende oordeel van het Hof- dat het feit niet is verjaard. Conclusie AG: anders, verjaring feit.
Vervolgingsuitlevering naar de VS. De Rechtbank heeft, in aanmerking genomen dat in casu bij het bepalen van de duur van de in art. 70 Sr bedoelde verjaringstermijn moet worden uitgegaan van de zwaarste straf die op de gedragingen is gesteld (vgl. HR LJN AF6597), met juistheid ge
EAB Polen; verweer m.b.t. de terugkeergarantie verworpen; tussenuitspraak om partijen in de gelegenheid te stellen een (nader) standpunt in te nemen m.b.t. het verweer inzake verjaring; de beslissing is ook o.g.v. artikel 11, tweede lid, OLW aangehouden; en tevens wordt aan de ui
Economische zaak. 1. Falende klacht dat de tlgd overtreding van art. 10.2 (oud) Arbowet is verjaard. 2. In aanmerking genomen het bepaalde in art. 1.19 lid 2 (oud) Arbobesluit en gelet op ’s Hofs vaststelling dat verdachte een werkgever is a.b.i. art. 10 (oud) Arbowet en dat zij
Vervolgings- en executie-EAB Letland. Tussenuitspraak. De officier van justitie is ontvankelijk in haar vordering. De verstrekte verzetgarantie voldoet aan de eisen van art. 12, onder d, OLW. Er is niet voldaan aan het vereiste van dubbele strafbaarheid; de rechtbank ziet aanleid
Militaire zaak, Schaarsbergen-zaak. Medeplegen van als militair opzettelijk een andere militair feitelijk aanranden, meermalen gepleegd (art. 140 Wetboek Militair Sr). 1. Schending van recht op behandeling zaak door onafhankelijke en onpartijdige rechter a.b.i. art. 6.1 EVRM, nu
Als feitelijk leidinggevende in strijd met de Wtk 1992 bedrijfsmatig gelden aantrekken van het publiek en uitoefenen van het bedrijf van kredietinstelling. Voorts in strijd met de Wte 1995 effecten aanbieden aan het publiek. Verjaring van deel van de feiten; onderscheid voortdure
Artikel 225 lid 1 en 328ter lid 1 Sr. Verweer dat in de voorfase en in het opsporingsonderzoek controlebevoegdheden van de Belastingdienst zijn misbruikt ten behoeve van de opsporing van commune strafbare feiten verworpen. Geen verjaring (art. 70 en 72 Sr) van de ten laste gelegd
Vervolgingsuitlevering naar de VS. De Rechtbank heeft, in aanmerking genomen dat in casu bij het bepalen van de duur van de in art. 70 Sr bedoelde verjaringstermijn moet worden uitgegaan van de zwaarste straf die op de gedragingen is gesteld (vgl. HR LJN AF6597), met juistheid ge
Onderzoek Arlington. Verdachte (als rechtspersoon) wordt (onder meer) veroordeeld voor langdurige handel in illegale geneesmiddelen (misdrijven) en (onveilige) levensmiddelen/voedingsmiddelen (overtredingen), door zonder vergunning en/of registratie zich bezig te houden met onder
In deze zaak zijn door de verdachten en het openbaar ministerie procesafspraken gemaakt. Die procesafspraken hielden in dat het Openbaar Ministerie straffen zou eisen die er op neer kwamen dat de beide verdachten niet opnieuw naar de gevangenis hoefden. De rechtbank was niet akko
In deze zaak zijn door de verdachten en het openbaar ministerie procesafspraken gemaakt. Die procesafspraken hielden in dat het Openbaar Ministerie straffen zou eisen die er op neer kwamen dat de beide verdachten niet opnieuw naar de gevangenis hoefden. De rechtbank was niet akko
gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
Conclusie AG. 1. Overtreding art. 5 WVW door op de snelweg gedurende enige afstand onnodig links te blijven rijden en plotseling te remmen. Volgens AG is er niets mis met het oordeel van het hof dat verdachte gevaar op de weg heeft veroorzaakt. Daarbij heeft AG betrokken dat ver