De rechtbank Breda heeft E.S. veroordeeld tot het betalen van een geldbedrag ter hoogte van € 772.473 aan de Nederlandse staat. Het openbaar ministerie had € 5.112.854 geëist. E.S. werd in 2003 in hoger beroep veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf voor zijn aandeel in de zo gehe
Wetboek van Strafrecht
Art. 70 Sr
Genoemd in 270 uitspraken · Officiële wettekst
270 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 10 · live
1. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. 2. Verjaring. Ad 1. Het Hof heeft bewezenverklaard dat verdachte het slachtoffer heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht door haar dreigend de woorden toe te voegen: “Als ik erachter kom met wie je vreemd b
Economische zaak. 1. Afwijzing aanhoudingsverzoek. 2. Verjaring. Artt. 70, 71 en 72 Sv. Ad 1: HR herhaalt relevante overwegingen t.a.v. een verzoek ex art. 278.3 Sv uit HR LJN AT5663. Hof heeft gemotiveerd beslist op aanhoudingsverzoek. Gelet op hetgeen de raadsman ter onderbouw
Verdachte, een voormalig opdrachtnemer van de Rijksgebouwendienst, medeplegen van passieve ambtelijke omkoping, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een werkstraf. Verwerping van verschillende verweren m.b.t. artikel 363 Sr.
Verdachte, een voormalig ambtenaar bij de Rijksgebouwendienst, is terzake van passieve ambtelijke omkoping, meermalen gepleegd, veroordeeld tot een werkstraf. Verwerping van verschillende verweren m.b.t. artikel 363 Sr.
Verjaringstermijn artikel 70 Sr. Uitleg verlengde termijn van artikel 72, tweede lid, Sr.
Verjaringstermijn artikel 70 Sr. Uitleg verlengde termijn van artikel 72, tweede lid, Sr.
Feitelijke aanranding van de eerbaarheid en heimelijk cameratoezicht in restaurant. Verdachte heeft gedurende drie jaren heimelijk vrouwelijke personeelsleden en klanten gefilmd terwijl zij gebruik maakten van het damestoilet van zijn restaurant. Met deze ontuchtige handelingen h
OM-cassatie. Bouwfraude-zaak. Art. 177 (oud) Sr. 1. HR ambtshalve: verjaring. 2. n.o.-verklaring OM. Ad 1. De HR herhaalt relevante r.o. m.b.t. de verjaring uit HR LJN BK1998 en LJNBK6357. Bij de inwtr. op 1-2-2001 van de wijziging van art. 177 Sr waren de tlg-de feiten nog niet
Profijtontneming. Verjaring. De opvatting dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgelijke feiten wegens verjaring niet meer mogelijk zou zijn, is onjuist omdat zij n
Profijtontneming. Verjaring. De opvatting dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgelijke feiten wegens verjaring niet meer mogelijk zou zijn, is onjuist omdat zij n
Executie Nederlandse gevangenisstraf voormalig RAF-lid. Verjaring. Tijdelijke uitlevering van in Nederland bij onherroepelijk strafvonnis veroordeelde aan ander land met het oog vervolging aldaar voor andere misdrijven. Art. 76a lid 3 Sr., dat ertoe strekt de termijn van executie
Verzoek tot uitlevering ter fine van strafvervolging van de opgeëiste persoon door de autoriteiten van de Oekraine ter zake van twee feiten. Feit 1 betreft het veroorzaken van een auto-ongeluk waarbij drie slachtoffers verschillende verwondingen hebben opgeleverd, feit twee betre
Recht tot tenuitvoerlegging van veroordeling tot vervangende hechtenis vervallen (art. 70 eerste lid, 76 en 326 Sr)? Verandering van wettelijke regeling van verjaring direct van toepassing, met dien verstande dat een reeds voltooide verjaring wordt geëerbiedigd. Of het recht tot
Grondwaterbelasting. In geschil is of aan belanghebbende een boete dient te worden opgelegd.
Ambtshalve overweging met betrekking tot het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring. Vóór de wetswijziging van 1 februari 2006 (art. 304 Wetboek van Strafrecht) was mishandeling van een levensgezel geen strafverzwarende omstandigheid. Resteert voor de periode
1. Ambtshalve: verjaring. 2. Ambtshalve: voorwaardelijke veroordeling tot gevangenisstraf, art. 14a Sr. Ad 1. Blijkens de aan de HR toezonden stukken is de bewaring van verdachte gevorderd. Nu tussen de tijdstippen waarop een aantal feiten volgens de tenlastelegging is begaan ene
Belastingfraude. Handel in aandelen van ‘winstvennootschappen’. O.m. deelneming aan een criminele organisatie dat tot oogmerk had het doen van onjuiste aangiften vennootschapsbelasting en het omkopen van andere personen dan ambtenaren, ontvankelijkheid OM o.g.v. verjaring t.a.v.
Herziening Ina P. Rapport CEAS. Als novum is aangevoerd dat het tijdstip van overlijden van het s.o., waarvan het Hof blijkens de bewijsvoering is uitgegaan (te weten: tussen 18.00 en 19.10 uur), niet juist kan zijn. De bewezenverklaring van de betrokkenheid van aanvraagster bij
Verjaring bij verzet. Ingeval volgens de wet verzet openstaat en door verdachte verzet is gedaan, kan o.g.v. art. 402 (oud) en art. 403 (oud) Sv de vraag of het recht tot strafvordering door verjaring is vervallen, pas aan de orde komen als verdachte te dienenden dage in rechten
Profijtontneming. Ontneming t.a.v. verjaarde ” soortgelijke feiten”. Aan ’s Hofs oordeel ligt de opvatting ten grondslag dat ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel t.z.v. “soortgelijke feiten” a.b.i. art. 36e.2 Sr niet mogelijk is, indien vervolging t.z.v. die soortgeli
De rechtbank acht bewezen dat de directeur van het toen door deze geleide, beursgenoteerde bedrijf VHS, niet heeft voldaan aan de plicht ex artikel 46b van de – toenmalige – Wet toezicht effectenverkeer (Wte) transacties in aandelen VHS aan de STE, resp. AFM te melden. Verdachte
Verjaring. HR ambtshalve: De feiten zijn begaan in de periode 1-1-99 t/m 26-4-05. Op 2-5-05 is de bewaring van verdachte gevorderd. Niet blijkt dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht, zodat het ervoor wordt gehouden dat de verjaring van de
Hoofd van de Afghaanse veiligheidsdienst die in 1992 in NL vreemdelingenrechtelijke bescherming heeft gezocht en hier is vervolgd en berecht t.a.v. marteling etc. tijdens de Russische aanwezigheid in Afghanistan in de jaren ’80. 1. Rechtsmacht NL rechter. 2. Immuniteit (toenmalig
Verdachte heeft drie door hem ingediende belastingaangiftenformulieren onjuist laten invullen door telkens een te laag bedrag aan belastbaar inkomen op te geven, teneinde minder belasting te betalen dan verschuldigd. Hij heeft hierdoor bewerkstelligd dat de Belastingdienst niet i