OM-cassatie. Aan de op art. 163.9 WVW 1994 toegesneden tll. wilde de AG bij het Hof subsidiair art. 8.1 WVW 1994 toevoegen. Het Hof weigerde dit omdat de wijziging zou meebrengen dat niet langer hetzelfde feit a.b.i. art. 68 Sr ten laste zou zijn gelegd. HR: Bij de beoordeling va
Wetboek van Strafrecht
Art. 68 Sr
Genoemd in 710 uitspraken · Officiële wettekst
710 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 7 · live
Politiesepot en “ne bis in idem”. Dat het hof zou hebben geoordeeld dat “seksueel binnendringen” een ander feit in de zin van art. 68 Sr is dan “incest”, berust op een verkeerde lezing van het arrest. ’s Hofs oordeel dat de nieuwe feiten en omstandigheden een ander feit (seksueel
De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 20 jaren en het betalen van schadevergoedingen. De verdachte is schuldig bevonden aan als leider deelnemen aan een criminele organisatie, mensensmokkel met gewoonte en terwijl het feit wordt begaan door meerdere pe
Aansprakelijkstelling belanghebbende voor naheffingsaanslagen loonheffingen; is het aansprakelijk stellen van de vergrijpboete naast de strafrechtelijke veroordeling in strijd met het una-via beginsel?
Aanvaring tussen twee vrachtschepen op de Waal. Toepasselijke regels: Rijnvaartpolitiereglement 1995 en de Herziene Rijnvaartakte (Akte van Mannheim 1868). Procedurele verweren: Obscuur libel omdat de tenlastelegging termen bevat die het RPR niet kent? Wie is de bevoegde ‘Rijnvaa
Moedermaatschappij van een 8-tal vakantieparken wordt veroordeeld voor belastingfraude. Het betreft drie opzettelijke overtredingen van bepalingen uit de Algemene wet op de rijksbelastingen. Functioneel daderschap ex artikel 51 Sr. Ten minste vijf jaar lang is bewust een geldstro
Conclusie plv. AG. Poging tot diefstal met geweld bestaande uit schieten op een achtervolger (312 jo. 45 Sr). De eerste twee middelen gaan over de ontvankelijkheid van het OM nadat eerder een kennisgeving van niet verdere vervolging was uitgegaan. Het derde middel betreft de afwi
Onderzoek Terrel. Verdenking witwassen onroerend goed op de Amsterdamse wallen. Verwerping ‘ne bis in idem’-verweer. Heinekenlosgeld is geïnvesteerd op de Wallen. Verdachte moest dit in deel van de ten laste gelegde periode redelijkerwijs vermoeden. Witwasgedragingen niet bewezen
Conclusie AG. Profijtontneming. Opiumwetdelicten. Middel dat opkomt tegen de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, inhoudende dat uit het bewijs niet kan volgen dat de betrokkene opzettelijk tweemaal 133 hennepplanten heeft geteeld, alsmede dat voordeel wordt ontn
Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het opzettelijk teweegbrengen van een ontploffing aan een gasverdeelstation met een hevige gasbrand tot gevolg, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen, levensgevaar en gevaar voor zwaar li
Boetes opgelegd ogv Arbobesluit. Overtredingen worden niet betwist. Ten laste gelegde overtredingen betreffen andere juridische feiten en gedragingen waardoor geen sprake is van schending van het ne bis in idem-beginsel dan wel het una via-beginsel. Eiseres gaat uit van een verke
verdachte heeft Halt straf verricht na belediging twee verbalisanten, nadien heeft het hof in artikel 12 Sv procedure alsnog de vervolging van de verdachte bevolen. Het preliminaire verweer van de raadsman strekkende tot niet-ontvankelijkheid van het OM ( schending ne bis in idem
Verdachte wordt ter zake 'medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.', 'medeplegen van: van het plegen van witwassen een gewoonte maken' en 'opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 ond
Conclusie AG. Profijtontneming van vijf aan aantreffen hennepkwekerij voorafgaande hennepoogsten is t.a.v. één oogst in strijd met partiële vrijspraak in strafzaak. Geerings. Conclusie strekt tot vernietiging.
Conclusie AG. OM-cassatie en cassatie verdachte. Opiumwetdelicten. Partij cocaïne van 1136,6 kilogram is in beslag genomen, waarna een representatief monster van 110 gram is teruggeplaatst. Middel OM, inhoudende dat het hof een onjuiste maatstaf heeft toegepast bij de partiële vr
Conclusie AG. Veroordeling wegens diefstal. 1. Bewijsklacht en 2. klacht schending redelijke termijn. Conclusie strekt tot vernietiging maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde straf.
Proces-verbaal regiezitting 21 december 2022, beslissingen van het hof op de onderzoekswensen o.a. met betrekking tot EncroChat in het onderzoek 26Douglasville.
OM-cassatie. OM n-o in vervolging t.z.v. opzettelijk niet (tijdig) betalen van omzetbelasting, art. 69a.1 AWR. Una via-beginsel en hetzelfde feit (ne bis in idem), art. 68 Sr en art. 243.2. jo. 255.1 Sv. Betreft tlgd. overtreding van art. 69a.1 AWR ‘hetzelfde feit’ als feit waarv
Gepubliceerd in verband met ingesteld cassatieberoep
De verdachte heeft zich in een tijdsbestek van ongeveer vier maanden schuldig gemaakt aan belaging van een burgemeester door zich telkens op te houden in de buurt van het gemeentehuis en de burgemeester aan te spreken. Voor de verdachte gold in die maanden een locatie- en contact
Conclusie AG. Syriëganger. Internationaal ne bis in idem. Strafmotivering. Heeft hof terecht en voldoende begrijpelijk geoordeeld dat verdachte in Nederland opnieuw kon worden vervolgd voor een feit waarvoor hij in Turkije al was veroordeeld en gedetineerd is geweest? Had hof er
Conclusie AG. Veroordeling terzake van aanwezig hebben van harddrugs (art. 2 OW) en voorbereidingshandelingen (art. 10 a OW). Anders dan steller van het middel meent is er geen sprake van eendaadse samenloop. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep in cassatie.
Conclusie AG. 1. Ne bis in idem. Klacht over ontvankelijkheid OM nu de verdachte eerder in Duitsland onherroepelijk is veroordeeld voor de tenlastegelegde feiten (gewoontewitwassen (art. 420ter Sr) en deelneming aan criminele organisatie (art. 140 Sr)). 2. Klacht over schending b
Verdachte heeft een overtreding begaan door in strijd met de omgevingsvergunning een afvalstof te accepteren. De afvalstof is onder een onjuiste code aan verdachte afgegeven. Verdachte heeft als professionele partij onvoldoende zelfstandig onderzocht of de afvalstof onder zijn ve
Verdachte heeft een overtreding begaan door in strijd met de omgevingsvergunning een afvalstof te accepteren. De afvalstof is onder een onjuiste code aan verdachte afgegeven. Verdachte heeft als professionele partij onvoldoende zelfstandig onderzocht of de afvalstof onder zijn ve