Ne bis in idem: art. 68 Sr, art. 50 Handvest van de grondrechten van de EU. OM-cassatie tegen n-o verklaring van het OM in de vervolging van verdachte t.z.v. overtreding van een bij of krachtens art. 105 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren gesteld voorschrift. HR: art. 68 Sr
Wetboek van Strafrecht
Art. 68 Sr
Genoemd in 710 uitspraken · Officiële wettekst
710 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 19 · live
Het openbaar ministerie wordt gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging, omdat verdachte reeds is veroordeeld voor gedragingen die deel uitmaken van de aan hem verweten deelneming aan een criminele organisatie. Verdachte wordt voor deelneming aan een criminele org
De rechtbank veroordeelt verdachte voor medeplegen van uitbuiting in de prostitutie van een tweetal vrouwen en witwassen tot een gevangenisstraf van 6 jaren.
“Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in vervolging fiscale zaak. Schending van het ne bis in idem-beginsel. Uitzonderlijke samenloop van het civielrechtelijk en strafrechtelijk traject.”
Economische strafzaak. Strafvervolging voor dezelfde feiten als waarvoor eerder door de staatssecretaris een subsidiekorting is opgelegd. Regeling GLB-inkomenssteun. Una via-beginsel. Ne bis in idem. De economische politierechter is van oordeel dat de onderhavige strafvervolging
Herziening. Ne bis in idem. Art. 68 Sr. Herzieningsaanvraag van een arrest vanwege eerdere veroordeling t.z.v. dezelfde gekwalificeerde diefstal. Herzieningsaanvraag gegrond. Om doelmatigheidsredenen verklaart de HR de OvJ niet-ontvankelijk.
redelijke termijn, beleggingsfraude Costa Rica en strafmaat
De oplegging van een lokaalverbod door de horecaondernemers van Sittard en Geleen kan niet worden aangemerkt als een ‘criminal charge’ als bedoeld in art. 6 EVRM. Het openbaar ministerie verliest derhalve niet het recht tot strafvervolging van de verdachte door de enkele omstandi
Openbaar Ministerie ontvankelijk in de vervolging van de verdachte; geen sprake van het bepaalde in artikel 68, lid 3 sr. Veroordeling voor sluikhandel als bedoeld in artikel 2 onder 35 sub a EVOA.
Strafrechtelijke vervolging na stadionverbod en geldboete door de KNVB. Schending ne bis in idem-beginsel? De HR gaat in op de voorwaarden voor en de gevolgen van het opleggen van een stadionverbod door de KNVB en het verbeuren van een geldboete aan de KNVB en komt tot het oordee
Hofstadgroep. Soumaya S. Vervolg op HR 15 november 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7544. Conclusie AG over o.m. artt. 140 en 140a Sr, terroristische criminele organisatie, deelname, oogmerk, wetenschap en het “Apothekersgesprek”. HR: 81.1 RO. De veroordeling uitgesproken door het Hof bli
Art. 7 WOTS, Ne bis in idem. De Rb heeft vastgesteld dat veroordeelde in NL bij rechterlijke beslissing is vrijgesproken t.z.v. witwassen van € 402.340,-. De Rb heeft voorts vastgesteld dat veroordeelde daarvan ook in Italië bij rechterlijke beslissing is vrijgesproken, dat hij b
Mega Bayer. Verweren strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM en bewijsuitsluiting verworpen. Vrijspraak poging tot invoer heroïne. Bewezenverklaring medeplegen voorbereidingshandelingen opzettelijk afleveren/verstrekken/vervoeren van 106 kilo heroïne, medeplegen voorbereidi
De ongeldigverklaring van het rijbewijs vindt niet haar directe oorsprong in het strafbare feit waarvoor verdachte thans terecht staat. OM ontvankelijk in vervolging.
OM-cassatie. Hetzelfde feit (ne bis in idem). Strafvervolging en bestuurlijke boete. Art. 68 Sr en art. 243.2 jo. 255.1 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2011:BM9102. Bij de artt. 197a en 197b Sr - waarin gedragingen zijn omschreven die als misdrijven strafbaa
Fraude. Minimega. Een 50-jarige eigenaar van een administratiekantoor is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden en een geldboete van 16.500 euro voor het opzettelijk onjuist doen van aangifte van omzetbelasting en voor witwassen. Het kantoor heeft gedurende enige jare
Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de relevante bepalingen en wetsgeschiedenis – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat een op de voet van art. 257f.3 Sv j
Vordering wijziging tll. Art. 313 Sv. Art. 257f.3 Sv. Art. 68 Sr. ’s Hofs oordeel geeft – gelet op de relevante bepalingen en wetsgeschiedenis – niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. De aan het middel ten grondslag liggende opvatting dat een op de voet van art. 257f.3 Sv j
Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging terzake overtreding van artikel 163 WVW (weigeren adem-/bloedonderzoek). Aan verdachte is een alcoholslotprogramma (asp) opgelegd. Ondanks vernietiging van het besluit daartoe door de Afdeling bestuursre
Tussenarrest. Terrorismewetgeving. Wijziging tenlastelegging in hoger beroep. Vertrouwensbeginsel.
Tussenarrest.Terrorismewetgeving. Wijziging tenlastelegging in hoger beroep. Vertrouwensbeginsel.
Hennepteelt. Herziening en terugvordering. Bestuurlijke boete naast strafrechtelijke sanctie. Niet dezelfde gedraging. Betalingsverplichting aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Draagkracht.
HR: art. 80a RO
HR: art. 80a RO
Fraudezaak. Ondernemer schoonmaakbranche wordt, o.a. als feitelijk leidinggever, veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Gezien de ernst en omvang van de bewezen feiten acht de rechtbank, anders dan het OM, een deels onvoorwaarde