Cyberkamer. Veroordeling voor het aanschaffen van ongeveer 1885 zgn. ‘bots’ op Genesis Market met de bedoeling om daarmee strafbare feiten te plegen, voor diefstal van geldbedragen in computers van financiële instellingen en voor het voorhanden hebben van gegevens die bestemd war
Wetboek van Strafrecht
Art. 57 Sr
Genoemd in 818 uitspraken · Officiële wettekst
818 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Doodslag op echtgenote (art. 287 Sr) en haar ongeboren kind (art. 287 jo. 82a Sr) op 27/28 februari 2019 te Leens. 1. Opzet op de dood van het ongeboren kind? 2. Is voor doodslag op een ongeboren kind opzet op de levensvatbaarheid van de vrucht vereist? 3. Samenloop bij gevolgdel
Eendaadse samenloop en afzonderlijke kwalificatie van bewezenverklaarde feiten. Toepassing van art. 57 Sr i.p.v. art. 55 Sr bij de strafoplegging. N-o wegens ontbreken van rechtens te respecteren belang bij vernietiging. Het Hof heeft het onder 1 bewezenverklaarde gekwalificeerd
Maximale duur taak- en werkstraffen bij samenloop. Verdachte is o.m. veroordeeld tot 240 uren werkstraf en in een gelijktijdig behandelde zaak tot 120 uren OATAN. Hoewel uit de toelichting blijkt dat de wetgever in art. 22c.2 Sr de duur van de taak- en werkstraf heeft beperkt tot
Conclusie AG. Politiemol Mark M. Schending van het ambtsgeheim en computervredebreuk door als politieambtenaar gegevens op te zoeken in computersystemen van de politie en te verstrekken aan onbevoegde derden, art. 272 en 138ab Sr. Kan het geautoriseerd inloggen door de verdachte
Hoger beroep. Boete wegens feitelijk leidinggeven aan overtreding van artikel 5:25i, tweede lid en artikel 5:58, eerste lid, aanhef en onder d van de Wet financieel toezicht. Informatie als bedoeld in artikel 5:53 van de Wet financieel toezicht (koersgevoelige informatie) niet vo
Art. 242 Sr en meerdaadse samenloop. Het bewezenverklaarde heeft plaatsgevonden begin november 2001, in de namiddag, in een woning en verdachte is toen op meer dan 1 wijze het lichaam van het s.o. seksueel binnengedrongen. De samenhang enerzijds – ook in de tijd – tussen die door
HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR NJ 2002, 77. De appeldagvaarding is, bij gebreke van een inschrijving in de GBA, aan de griffier betekend en na vergeefse aanbieding op het door verdachte in de appelakte opgegeven adres, als gewone brief naar dat adres verzonden. ’s
1. Falende klacht over grondslagverlating. 2. N.a.v. klacht vermindert de Hoge Raad zelf de duur van de vervangende hechtenis, die in een geval als het onderhavige waarin sprake is van samenloop a.b.i. art. 57 Sr, o.g.v. art. 60 Sr jo. art. 24c.3 Sr ten hoogste één jaar mag bedra
OM-cassatie. Duur proeftijd. Art. 14b.2 Sr. HR: ‘s Hofs oordeel dat i.c. niet is voldaan aan de in art. 14b.2 Sr genoemde voorwaarde dat ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor d
Opiumwetdelicten (art. 3.B en 11b Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beperk
1.Gewoontewitwassen. Art. 420ter Sr. Voorhanden hebben voorwerp afkomstig uit zelf begaan misdrijf. 2. Svm. en vervangende hechtenis. Art. 36f. 3 (oud) Sr en art. 24c Sr. Ad 1. HR herhaalt ECLI:NL:HR:2010BM4440 en ECLI:NL:HR:2013BX6910. Met zijn op zijn vaststellingen gebaseerde
1. Voorbereiding cfm. art. 10a lid 1 Opiumwet is ook strafbaar als (poging tot) misdrijf waarop de voorbereiding ziet is gevolgd. 2. Inkijkoperatie. Het cfm. art. 9 Opiumwet betreden pand was geen woning; hof hoefde niet te onderzoeken of pand onder art. 8 lid 1 EVRM viel.
Voorhanden hebben van wapen (art. 26.1 WWM) en zich in dat wapen bevindende munitie (art. 26.1 WWM). Meerdaadse samenloop a.b.i. art. 57 Sr? Belang bij cassatie? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2017:1111 tot en met HR:2017:1115 m.b.t. eendaadse samenloop en voortgezette
Belaging door gedurende periode van bijna 5 maanden 130 briefjes met beledigende en bedreigende teksten en brandbare vloeistoffen (o.m. terpentine) in brievenbus van buurvrouw te gooien (art. 285b.1 Sr, feit 1) en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht door buurvrou
Voorbereidingshandelingen plofkraak door o.m. geprepareerd ontstekingsmechanisme (stroomstootwapen) voorhanden te hebben (art. 46 jo. 157.1/311.1 Sr) en voorhanden hebben van datzelfde stroomstootwapen (art. 26.1 WWM). Eendaadse samenloop of meerdaadse samenloop, art. 55.1 en 57
1. Art. 50 Sr, artt. 3 en 11 Ow, uitoefening van bedrijf of beroep, medeplegen, 2. Kwalificatie. Ad. 1 De opvatting dat art. 11.3 Ow als een persoonlijk werkende strafverhogende omstandigheid i.d.z.v. art. 50 Sr moet worden aangemerkt is onjuist. De wetsgeschiedenis van art. 11.
1. Witwassen, art. 420bis.1.b Sr. Verwerven, omzetten en gebruik maken van (contant) geld afkomstig uit prostitutiewerkzaamheden. 2. Maximumduur vervangende hechtenis bij oplegging meerdere schadevergoedingsmaatregelen, art. 24c Sr, art. 60a Sr en art. 36f Sr. Ad 1. Het middel do
Strafoplegging, art. 57 en art. 63 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR 19 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AS5556 i.v.m. het i.c. toepasselijke strafmaximum. HR bepaalt de straf met inachtneming van art. 63 op 16 jaren.
Verkrachting. Art. 242 Sr. 1. Feitelijkheden die hebben plaatsgevonden voor de tlgd. periode mede redengevend voor het bewijs van de uitgeoefende dwang? Verjaring van die feitelijkheden. 2. Inspelen op devotie of godvruchtigheid een ‘andere feitelijkheid’ i.d.z.v. art. 242 Sr? Ad
1. Systematische specialiteit in de zin van art. 55.2 Sr. 2. Art. 55.1 Sr. Ad 1. De klacht berust op de opvatting dat de strafbepaling van art. 142a.2 Sr zich ten opzichte van art. 142.2 Sr verhoudt als een bijzondere tot een algemene strafbepaling in die zin dat in gevallen als
Art. 57 en 63 Sr. Het Hof had zich bij de strafoplegging i.c. ingevolge art. 63 Sr rekenschap moeten geven van de beperkingen die art. 57 Sr aan een cumulatie van straffen stelt. Het Hof heeft dit miskend door voor alle in beide zaken bewezenverklaarde misdrijven een gevangenisst
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 33-jarige vrouw uit Den Haag tot een gevangenisstraf van 30 maanden, voor het medeplegen van oplichting, medeplegen van witwassen en deelname aan criminele organisatie. Ook moet zij de Rabobank een schadevergoeding betalen van 1,04 miljoen
Wots-zaak. Overname van een in België opgelegde straf. Detentieduur. Art. 44 van het Europees verdrag inzake de geldigheid van strafvonnissen, Trb. 1971, 137 (EVIG) jo. art. 31.1 WOTS en de VI-regeling. De HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit ECLI:NL:HR:1999:ZD1570 en ECLI:
Motivering strafoplegging. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt? Het Hof heeft het aangevoerde klaarblijkelijk niet opgevat als een u.o.s. i.d.z.v. art. 359.2, tweede volzin, Sv. Dat oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting. Kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft het H