Bewezenverklaring van zowel schuldheling als schuldwitwassen. Samenloop. Overwegingen van de HR over de combinatie van heling en witwassen aan de hand van de wetsgeschiedenis. Gelet daarop en in aanmerking genomen dat uit de bewezenverklaringen en de door het Hof gebezigde bewijs
Wetboek van Strafrecht
Art. 57 Sr
Genoemd in 818 uitspraken · Officiële wettekst
818 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
OM-cassatie betreffende de toepassing van art. 63 Sr. Na veroordeling tot 20 jaar gevangenisstraf wegens medeplegen moord wordt verdachte schuldig verklaard aan vóór die veroordeling gepleegde gewapende overvallen en wordt hem te dier zake geen straf of maatregel opgelegd. Art. 6
Klimop-zaak. Oud-notaris. 1. Valsheid in geschrift. Opzet. Art. 225 Sr. 2. Tll. Opgave feit. Artt. 261.1 Sv. en 1 en 9 Wet Mot. 3. Strafverzwarende omstandigheid. Art. 44 Sr. Ad 1. Gelet op de specifieke f&o van het onderhavige geval, heeft het Hof uit de bewijsvoering kunnen afl
Conclusie AG. Verdachte die behandelingen uitvoert met iboga(ïne) veroordeeld voor o.a. doodslag. Overlevering o.g.v. EAB. Klachten over o.a. ontvankelijkheid OM (M1) en strafoplegging (M4) v.w.b. niet in EAB genoemde feiten; en over motivering opzet (M2) en causaliteit (M3) bewe
Kwalificatie. Vrijheidsberoving en gijzeling. Artt. 282 en 282a Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:1695 m.b.t. het feit dat de dader van het in art. 282a Sr omschreven feit slechts strafbaar is indien hij handelt met het oogmerk een ander dan de gijzelaar
Conclusie AG. Art. 22c, 57 en 63 Sr. Middel 2: maximale duur taakstraf bij meerdaadse samenloop. Middel vraagt om herijking HR:2006:AY8324 en klaagt dat maximale duur taakstraf is overschreden, doordat met inachtneming van taakstraf in samenhangende zaak meer dan 240 uren taakstr
Poging tot diefstal (art. 310 Sr) en belediging opsporingsambtenaar (art. 266.1 jo. 267.2 Sr). Hof heeft verdachte t.z.v. beide misdrijven veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 42 dagen en voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken. Voldoet strafoplegging aan art
Strafoplegging. Art. 57 Sr. Conclusie AG: Nu sprake is van samenloop van misdrijven waarop een gelijksoortige hoofdstraf is gesteld, had het Hof voor zover het betreft de ten aanzien van deze feiten afzonderlijk opgelegde hoofdstraffen één straf(combinatie) moeten opleggen. HR le
Vordering tot cassatie in het belang der wet m.b.t. de vraag of het voorschrift van art. 38.3 Sr, inhoudend dat naast TBS met voorwaarden maximaal vijf jaar gevangenisstraf mag worden opgelegd, ook gevolgen heeft voor de mogelijkheid om bij een volgende berechting een gevangeniss
Conclusie AG. Rijden onder invloed van middelen (art. 8 lid 5 WVW 1994). Het hof heeft verzuimd de tijd die het rijbewijs al ingetrokken is geweest af te trekken van een (voorwaardelijke) ontzegging motorrijtuigen te besturen. Belang bij cassatie bij een kennelijke fout die zich
Conclusie AG. Medeplegen inbraak en poging inbraak. M1 en M2: bewijsklachten over de verwerping van alternatief scenario en het niet door verdachte voldoen aan een signalement. M3: eerste deelklacht over strafoplegging, nl. dat het hof ten onrechte twee vrijheidsstraffen heeft op
Conclusie A-G. Uitleg impliciet cumulatieve tenlastelegging. Volgens het hof ziet het hoger beroep op één feit, maar het kwalificeert dat bewezenverklaarde feit als ‘oplichting, meermalen gepleegd’ onder aanhaling van art. 57 Sr. Volgens M1 heeft het hof veroordeeld voor een feit
Conclusie plv. AG. 285 en 300 Sr. Levert het het omverduwen van het slachtoffer in een hoop bladeren mishandeling op? Plv. AG is van oordeel dat hiertegen gerichte klacht slaagt (M1). Falende klacht over straftoemeting (M2). Plv. AG stelt voor de vrijheidsbeperkende maatregelen u
Conclusie AG. Vervoer cocaïne (art. 2 onder B Opiumwet) en medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïnehandel (art. 10 lid 4 Opiumwet). Het eerste middel dat (1) met een bewijsklacht opkomt tegen het bewezenverklaarde onder 1 en (2) een klacht bevat over het oordeel van het hof d
Conclusie AG. Vervoer cocaïne (art. 2 onder B Opiumwet), medeplegen witwassen (420bis Sr), medeplegen voorbereidingshandelingen cocaïnehandel (art. 10 lid 4 Opiumwet). Het eerste middel dat de klacht inhoudt dat (1) het arrest ten aanzien van de voorbereidingshandelingen cocaïneh
Conclusie AG. Drie middelen van cassatie. 1) Klachten over verwerping van het verweer dat schending van de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten moet leiden tot bewijsuitsluiting of strafvermindering. 2) Klachten over d
Conclusie AG. 1. Falende klacht dat hof i.s.m. art. 57 en 63 Sr een proeftijd van drie jaren heeft opgelegd, nadat bij een tussenliggende veroordeling een proeftijd van twee jaren was opgelegd. 2. Falende klachten over de beslissing op de vordering van de benadeelde partij (een r
Een 23-jarige man uit Hengelo is door de rechtbank Overijssel veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaar. Hij lokte het 24-jarige slachtoffer naar zijn woning en zorgde ervoor dat hij niet meer weg kon. Hij werd daar tegen zijn hoofd geslagen en moest zich – op zijn boxershor
Opiumwetdelicten (art. 10a en 10.5 Opiumwet). Eendaadse samenloop (art. 55.1 Sr) en voortgezette handeling (art. 56.1 Sr). De HR wijdt algemene beschouwing aan eendaadse samenloop en voortgezette handeling vanwege het belang van deze regelingen in feitelijke aanleg. De zeer beper
Veroordeling voormalig gedeputeerde Provincie Noord-Holland wegens omkoping, witwassen, medeplegen valsheid in geschrift en feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift begaan door een rechtspersoon. OM-cassatie en cassatie verdachte. Middelen m.b.t. o.a. (i) beroep op kwalif
HR: art. 81.1 RO en strafvermindering wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.
Economische zaak. Het in hoger beroep door de raadsvrouwe van de verdachte aangevoerde betreft onmiskenbaar de uitleg van het vergunningsvoorschrift dat zou zijn overtreden. Aldus is een verweer gevoerd waaromtrent het Hof op straffe van nietigheid uitdrukkelijk een met redenen o
1. Kwalificatie van voorhanden hebben diverse patronen van cat. II en III. 2. Strafoplegging. Ad 1. Ingevolge art. 26.1 WWM is het verboden munitie van de cat. II en III voorhanden te hebben. In art. 55.1 (oud) WWM is het handelen i.s.m. die bepaling strafbaar gesteld zonder dat
1. Verplichting tot onderhoud en verzorging ex art. 255 Sr. 2. Strafmotivering. Ad 1. Verdachte heeft X, tot wiens onderhoud en verzorging hij verplicht was, tezamen en in vereniging met diens moeder, zijnde zij de ouder die ex art. 1:247 jo. 245 BW verplicht was X als haar minde