Bewezenverklaringen en (partiële) vrijspraken ter zake 197a en 197b van het Wetboek van Strafrecht. OVAR ter zake het onder 197a bewezenverklaarde omdat de rechtbank van oordeel is dat artikel 197b Sr is aan te merken als een specialis van artikel 197a Sr.
Wetboek van Strafrecht
Art. 55 Sr
Genoemd in 514 uitspraken · Officiële wettekst
514 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Bewezenverklaringen en (partiële) vrijspraken ter zake 197a en 197b van het Wetboek van Strafrecht. OVAR ter zake het onder 197a bewezenverklaarde omdat de rechtbank van oordeel is dat artikel 197b Sr is aan te merken als een specialis van artikel 197a Sr.
Bewezenverklaringen en (partiële) vrijspraken ter zake 197a en 197b van het Wetboek van Strafrecht. OVAR ter zake het onder 197a bewezenverklaarde omdat de rechtbank van oordeel is dat artikel 197b Sr is aan te merken als een specialis van artikel 197a Sr.
Conclusie AG. Zaak A (Geep): veroordeling voor o.a. medeplegen van moord en pogingen tot moord (art. (45 en) 289 Sr) en medeplegen voorhanden hebben van wapens, waaronder een volautomatisch aanvalsgeweer. Zaak B (Baudette): veroordeling voor o.a. medeplegen voorbereiding van moor
Verdachte wordt veroordeeld voor 'Een ander uit winstbejag behulpzaam zijn bij het zich verschaffen van verblijf in Nederland, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk is, terwijl het feit wordt begaan door een persoon die daarvan e
Rechtbank Oost-Brabant wel bevoegd in deze mensensmokkelzaak van het functioneel parket. Verweer onrechtmatige start onderzoek is verworpen. Het ten laste gelegde feit, mensensmokkel ex artikel 197a Sr is wettig en overtuigend bewezen geacht. Het bewezen verklaarde feit is niet s
Vrijspraak poging tot doodslag. Geen bewijs voor levensbedreigend letsel. Geen bewijs over hoe en met welke kracht er is gestoken. Veroordeling voor poging zware mishandeling. Verwerping noodweer. Straf: gevangenisstraf van twee jaar met aftrek nu de poging zware mishandeling gre
Conclusie plv-AG. Zedenzaak. Het eerste middel richt zich terecht tegen de onjuiste kwalificaties van beide bewezenverklaarde feiten. Die onjuistheid kan in dit geval door de Hoge Raad worden verbeterd. Aangezien het tweede middel feitelijke grondslag mist, strekt de conclusie vo
Conclusie AG. Vervolging van een politieagent n.a.v. de dood van arrestant. De conclusie gaat in op de afscherming van de identiteit van de verdachte en de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Namens de verdachte zijn middelen voorgesteld met betrekking tot (1) de bewezenverk
Concl. plv. AG. Belaging (art. 285b Sr) en bedreiging met misdrijf tegen het leven (art. 285 Sr) door het meerdere malen in de brievenbus van het slachtoffer stoppen van brandbare vloeistoffen en briefjes met o.m. de tekst “ik ga jou vermoorden met raketten kankerhoer”. 1. Beweze
Conclusie AG over de vraag of een beslissing tot het bepalen van de straf a.b.i. art. 423.4 Sv is begrepen onder de vernietiging door de HR wat betreft de strafoplegging. Vervolg op ECLI:NL:HR:2016:2021.
Art. 47, 57 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11 en 11a (thans 11b) van de Opiumwet. De verdachte heeft zich samen met anderen langere tijd bezig gehouden met - kort gezegd - hennephandel. Ook heeft de verdachte deel uitgemaakt van een criminele organisa
"Hofstadgroep", deelneming aan een (terroristische) criminele organisatie
Bewijsklacht. Art. 141 Sr. HR leest de kwalificatie verbeterd. Openlijk “in vereniging” geweld plegen tegen goederen en personen. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BH9029. Het Hof heeft klaarblijkelijk geoordeeld dat verdachte een voldoende significante of wezenlijke
1. Voorbereiding ex art. 46 Sr. 2. Verbeterde lezing. 3. Art. 56 Sr en belang . Ad 1. Het Hof heeft vastgesteld dat de mededader een mes heeft “geregeld” met het oog op het vermoorden van het slachtoffer op het fabrieksterrein aan de Zaalbergweg te Leiden, en dat dat mes daartoe
Art. 55 lid 1 Sr en kwalificatie. Hetzelfde feit vervult de delictsomschrijving van art. 242 en 246 Sr en is als feit 1 en 2 als afzonderlijke overtredingen van deze bepalingen tenlastegelegd, bewezenverklaard en gekwalificeerd. Met de aanhaling van art. 55 Sr heeft het Hof tot u
-
-
Stiefkind.
Medeplegen uitvoer hashish naar Duitsland, meermalen gepleegd (art. 3.A Opiumwet). 1. Geldigheid inleidende dagvaarding. Is tenlastelegging innerlijk tegenstrijdig? 2. Beroep op onrechtmatig verkregen bewijs. 3. Onttrekking aan het verkeer van diverse voorwerpen. 4. Kwalificatiek
De verdachte heeft een verblijfsvergunning voorhanden gehad, waarvan hij weet dat deze vals was. De tenlastelegging is toegesneden op artikel 225 lid 2 Sr, maar het bewezenverklaarde kan worden gekwalificeerd onder artikel 231 lid 2 Sr. Verweren niet-ontvankelijkheid openbaar min
Mensensmokkel; artt 197a lid 2 en 197b Sr: bewezen dat verdachte twee illegale vreemdelingen behulpzaam is geweest bij verblijf en hen tewerk heeft gesteld. Rb gaat in op vraag op art. 197b een specialis is t.o.v. art. 197a lid 2 en beantwoordt die vraag bevestigend op basis van
Conclusie AG. OM-cassatie en cassatie verdachte. Opiumwetdelicten. Partij cocaïne van 1136,6 kilogram is in beslag genomen, waarna een representatief monster van 110 gram is teruggeplaatst. Middel OM, inhoudende dat het hof een onjuiste maatstaf heeft toegepast bij de partiële vr
Eendaadse samenloop van brandstichting met gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar, alsmede gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander (art. 157 jo. art. 55 Sr). Volgens de AG heeft het hof kunnen bewezenverklaren dat door de gedraging van de verdachte “levensgevaar”
Ontucht met iemand in verminderde staat van bewustzijn en eendaadse samenloop van poging tot verkrachting en aanranding van de eerbaarheid. Overwegingen over de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster en de verminderde staat van bewustzijn. Oplegging van een onvoorwaard