1. Art. 51 Sr. Ontbonden rechtspersoon of daarmee gelijkgestelde entiteit. Ontvankelijkheid OM. 2. Artt. 1.a en 30 Wet op de kansspelen. Internetgokkast. Internetzuil. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 1994/408 en HR LJN NJ 2008/550 m.b.t. de vervolgbaarheid van
Wetboek van Strafrecht
Art. 55 Sr
Genoemd in 514 uitspraken · Officiële wettekst
514 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 5 · live
Ontvankelijkheid vordering benadeelde partij, rechtstreekse schade. In cassatie kan niet met vrucht voor het eerst worden geklaagd over de ontvankelijkheid in de vordering tot schadevergoeding van een benadeelde partij op de grond dat deze niet rechtstreeks in haar belang is getr
In deze zaak is tenlastegelegd het zonder vergunning in werking hebben van een inrichting voor het opslaan van afvalstoffen, bestaande uit (natte) aardappeltarragrond, afkomstig uit het proces van aardappelverwerking van een fritesfabriek, het lozen van vocht afkomstig van natte
Economisch delict. OM-cassatie. 1. Art. 55 Sr. 2. Art. 65.3 (oud) Ffw. ’s Hofs oordeel dat het bewezenverklaarde vangen van kraaien i.c. niet strafbaar is en dat verdachte daarom moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, is onjuist noch ontoereikend gemotiveerd.
Antilliaanse zaak. Medeplegen. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan, anders dan het Hof heeft overwogen, niet worden afgeleid dat de container waarin de slachtoffers op 22-11-2005 werden vastgehouden, op dat moment door verdachte aan A in gebruik was gegeven en evenmin dat verdach
Oormerkverplichting. 1. Oormerken schending van in art. 36 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) neergelegde verbod op dierenmishandeling? 2. Verhouding Verordening (EG) nr. 21/2004 en Richtlijn 92/102/EEG. Ad 1. De opvatting dat verdachte niet kan worden verweten dat zi
Oormerkverplichting. 1. Oormerken schending van in art. 36 Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) neergelegde verbod op dierenmishandeling? 2. Verhouding Verordening (EG) nr. 21/2004 en Richtlijn 92/102/EEG. Ad 1. De opvatting dat verdachte niet kan worden verweten dat zi
sterke drank, Urk, alcohol
1. Vermelding toepasselijke wetsbepalingen voor uitlevering. 2. Vermelding feiten waarvoor uitlevering kan worden toegestaan. Ad 1. De bestreden uitspraak houdt als de in art. 28.3 UW voorgeschreven vermelding van de toepasselijke wetsbepalingen in: “de artikelen 57, 140, 225 en
Verjaring overtredingen ex art. 48.1 Douanewet en ex art. 2 (oud) Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen. HR ambtshalve: Feit 2 is strafbaar gesteld bij art. 48.1 Douanewet jo. art. 47 Sr en wordt als overtreding aangemerkt in art. 72 AWR, welke bepaling hier
OM-cassatie. Verhouding art. 266.1 en 285.1 (oud) Sr tot art. 285b.1 Sr in het licht van art. 55.2 Sr. ’s Hofs oordeel dat sprake is van “een systematische specialis verhouding” tussen enerzijds art. 266.1 Sr en art. 285.1 (oud) Sr en anderzijds art. 285b Sr, dus dat elk van eers
Bewijsoverwegingen ten aanzien van medeplegen bankovervallen, voorwaardelijk opzet op medeplegen, toepassing meerderjarigenstrafrecht op jeugdige verdachte. Gevangenisstraf voor de duur van negen jaren wegens deelneming in georganiseerd verband aan reeks gewapende overvallen op o
OM-cassatie. Het middel, gericht tegen ’s hofs oordeel dat het OM niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging t.z.v. overtreding van art. 10.2 Wmb (oud), treft doel op de gronden als vermeld in de conclusie van de AG. Conclusie AG: 1. Het hof heeft blijk gegeven
15 april 2003 Strafkamer nr. 00502/02 AG/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 5 maart 2001, nummer 23/002094-00, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
-
-
-
-
-
-
-