Economische zaak. Tank overgelopen bij het lossen van gasolie. De uitleg van een vergunningsvoorschrift is van feitelijke aard. Daarom kan de stelling dat niet in strijd is gehandeld met een vergunningsvoorschrift niet voor het eerst in cassatie worden ingenomen.
Wetboek van Strafrecht
Art. 55 Sr
Genoemd in 514 uitspraken · Officiële wettekst
514 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 9 · live
Veroordeling medeplichtig aan moord
Economische zaak. Bewijsklacht. De bewezenverklaring kan niet zonder meer uit de bewijsmiddelen worden afgeleid.
Economisch delict. OM-cassatie. 1. Art. 55 Sr. 2. Art. 65.3 (oud) Ffw. ’s Hofs oordeel dat het bewezenverklaarde vangen van kraaien i.c. niet strafbaar is en dat verdachte daarom moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, is onjuist noch ontoereikend gemotiveerd.
Economisch delict. OM-cassatie. 1. Art. 55 Sr. 2. Art. 65.3 (oud) Ffw. ’s Hofs oordeel dat het bewezenverklaarde vangen van kraaien i.c. niet strafbaar is en dat verdachte daarom moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging, is onjuist noch ontoereikend gemotiveerd.
Wots-zaak. Art. 31a Wots. Het oordeel van de Rb dat het vonnis waarvan de overname van de tul wordt verzocht, niet mede tot verbeurdverklaring maar tot de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel strekt, is niet onbegrijpelijk. Voorts heeft de Rb kennelijk en niet onbegri
Ontucht met minderjarige dochters en vriendinnetje van dochter. Bezit kinderporno. Eendaadse samenloop. Lagere straf dan gevorderd.
Schuld ex. art. 6 WVW 1994. HR herhaalt de relevante overwegingen uit HR LJN AO5822. Het Hof heeft vastgesteld dat verdachte als bestuurder van een personenauto ’s nachts met een snelheid van 50 à 60 km/u rijdende over een buitenweg die niet van straatverlichting was voorzien, zo
Fiscale fraude horecabedrijven 1. Veroordeling wegens medeplegen van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften, meermalen gepleegd. Het hof stelt voorop dat een natuurlijk persoon als pleger zoals bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt, ook a
Fiscale fraude horecabedrijven 1. Veroordeling wegens medeplegen van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften, meermalen gepleegd. Het hof stelt voorop dat een natuurlijk persoon als pleger zoals bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt, ook a
Fiscale fraude horecabedrijven 1. Veroordeling wegens medeplegen van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften, meermalen gepleegd. Het hof stelt voorop dat een natuurlijk persoon als pleger zoals bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt, ook a
Fiscale fraude horecabedrijven 1. Veroordeling wegens medeplegen van het opzettelijk doen van onjuiste aangiften, meermalen gepleegd. Het hof stelt voorop dat een natuurlijk persoon als pleger zoals bedoeld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt, ook a
Bewijsklachten. De bewezenverklaringen van feit 1 en 2 zijn niet naar de eisen der wet met redenen omkleed. Verder kan uit de gebezigde bewijsmiddelen niet worden afgeleid dat verdachte het onder 3 bewezenverklaarde heeft begaan. Ook de bewezenverklaring van feit 4 is ontoereiken
Verjaring overtredingen ex art. 48.1 Douanewet en ex art. 2 (oud) Warenwetbesluit Visserijproducten, slakken en kikkerbillen. HR ambtshalve: Feit 2 is strafbaar gesteld bij art. 48.1 Douanewet jo. art. 47 Sr en wordt als overtreding aangemerkt in art. 72 AWR, welke bepaling hier
OM-cassatie. Verhouding art. 266.1 en 285.1 (oud) Sr tot art. 285b.1 Sr in het licht van art. 55.2 Sr. ’s Hofs oordeel dat sprake is van “een systematische specialis verhouding” tussen enerzijds art. 266.1 Sr en art. 285.1 (oud) Sr en anderzijds art. 285b Sr, dus dat elk van eers
Grondslagverlating? Tenlastelegging inleidende dagvaarding: 1. medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving; 2. medeplegen bedreiging. Na wijziging tenlastelegging in eerste aanleg: 1. primair: medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, 1. subsidiair: medeplegen van medeplic
Antilliaanse uitleveringszaak. De uitleveringsrechter is bij toelaatbaarverklaring niet verplicht de kwalificatie naar het strafrecht van de Nederlandse Antillen op te nemen. Vermelding van de toepasselijke wetsbepalingen is voldoende.
Opzettelijk handelen i.s.m. een ex art. 28.1 WED door de OvJ als voorlopige maatregel gegeven bevel. Zo’n bevel is ex art. 31 WED dadelijk uitvoerbaar en verliest zijn rechtskracht slechts ex art. 28.3 WED door intrekking door de OvJ of – al dan niet op verzoek van de verdachte –
Art. 55.1 Sr en kwalificatie. Het hof heeft terecht art. 55.1 Sr vermeld als wettelijk voorschrift waarop de straf mede berust en de bepaling toegepast waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld. Het hof heeft - gelijk het kon doen - de strafbare feiten (afpersing en bedreiging) e
1. In een op art. 285b Sr toegesneden tenlastelegging behoeft wat betreft het bestanddeel “met het oogmerk de ander te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden dan wel vrees aan te jagen” niet te worden gespecificeerd op welk doen, nalaten of dulden het oogmerk van de dade
-
-
-
-
-