Art. 5:1, lid 3, Awb; art. 51 Sr. Naheffing loonheffing van een vof mede over periode voorafgaande aan schriftelijke vastlegging van het firmacontract. Vergrijpboete opgelegd na ontbinding vof. HR ambtshalve: vof kan geen inhoudingsplichtige zijn vóór haar totstandkoming.
Wetboek van Strafrecht
Art. 51 Sr
Genoemd in 460 uitspraken · Officiële wettekst
460 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG. Drie middelen. Middel drie klaagt over de oplegging van de bijkomende straf tot ontzetting van het recht bepaalde beroepen uit te oefenen (art. 28 Sr). Besproken wordt onder meer de wettelijke regeling van die bijkomende straf, het begrip ‘beroep’ en de verhouding m
Beklag ex art. 552a Sv door supermarkt na vordering ex art. 126nda Sv tot verstrekken beelden van beveiligingscamera’s. Mishandeling in supermarkt van klant die geen mondkapje draagt, waarbij bestuurder/aandeelhouder en teamleider van klaagster (rechtspersoon die supermarkt explo
A-G Ettema behandelt in deze conclusie de vraag of aan een fiscale eenheid voor de omzetbelasting een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. In de onderhavige zaak gaat het om een verzuimboete (artikel 67c Awr). In de zaak die bij de Hoge Raad bekend is onder rolnummer 19/03179,
A-G Ettema behandelt in deze conclusie de vraag of aan een fiscale eenheid voor de omzetbelasting een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. In de onderhavige zaak gaat het om een vergrijpboete (artikel 67f Awr). In de zaak die bij de Hoge Raad bekend is onder rolnummer 19/04310
De aanleiding voor deze nadere conclusie is dat de A-G, na voltooiing van de initiële conclusie van 21 februari 2017, nadere gedingstukken onder ogen zijn gekomen, welke de vraag oproepen of daarin alsnog een feitelijke grondslag kan zijn gelegen voor cassatie. Rechtbank en Hof z
Eén van de voormalig firmanten van belanghebbende exploiteerde in de jaren 2007, 2008 en 2009 een agrarisch loonbedrijf in de vorm van een eenmanszaak. Op 1 oktober 2009 is deze eenmanszaak met terugwerkende kracht per 1 januari 2009 omgezet in een vennootschap onder een firma (V
Conclusie AG. Profijtontneming. Kon het hof w.v.v. uit vennootschap onder firma toerekenen aan firmant? Conclusie strekt tot verwerping cassatieberoep. Samenhang met 24/03921 en 24/03922.
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Veroordeling voor het medeplegen van een overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 tot een geldboete van 7.500 euro waarvan 5.000 euro voorwaardelijk. Bewezen is verklaard dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gehandeld door de verontreiniging op de weg (
Conclusie AG. Strafzaak. Samenhang 22/00898 P. Verdachte is een (ontbonden) maatschap. Middel klaagt over niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep. Ambtshalve bespreking ontvankelijkheid cassatieberoep. Uitleg juridisch kader art. 3:170 BW/3:171 BW. Conclusie str
De verdachte werd vervolgd voor het feitelijke leidinggeven aan het door een rechtspersoon - of daarmee gelijk te stellen rechtsvorm - opzettelijk handelen in strijd met artikel 13 van de Flora- en faunawet door kaviaar te verkopen en ten verkoop voorhanden of in voorraad of onde
Verwijzing na Hoge Raad. Naheffingsaanslag Loonheffingen. Belanghebbende slaagt niet in het bewijs dat de nader door de inspecteur verdedigde naheffing onjuist is. De inspecteur ziet echter over het hoofd dat de oorspronkelijke naheffing in de uitspraak op bezwaar is verminderd,
verzoek om een voorschot te verstrekken uit het Voorschotfonds wordt afgewezen nu de kantonrechter van oordeel is dat onder het begrip ‘rechtspersoon’ in artikel 36f lid 7 Sr ook de vennootschap onder firma moet worden begrepen.
Art. 301.4 Sv. Ook indien ervan moet worden uitgegaan dat de verklaring die X als verdachte ttz. in e.a. in zijn eigen strafzaak heeft afgelegd, geen deel uitmaakt van het dossier in de onderhavige strafzaak en die verklaring ook niet ttz. in h.b. aan de orde is gesteld, heeft ve
Overschrijding redelijke termijn in cassatie. Overige middelen: art. 81 RO.
1. Bewijsklacht opzet. Art. 225 Sr. 2. Denaturering. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat de verdachte in de bewezenverklaarde periode (voorwaardelijk) opzettelijk valse of vervalste identiteitsdocumenten voorhanden heeft gehad in zijn administratie geeft geen blijk van een onjuiste
Verdachte had samen met zijn broers een bedrijf waar hij illegalen uit India liet werken. De fabriek was continue in bedrijf en de illegalen werkten in twee ploegen. De betaling was ver onder het wettelijk minimumloon en de werkomstandigheden waren relatief zwaar. In hoger beroep
Verdachte had samen met zijn broers een bedrijf waar hij illegalen uit India liet werken. De fabriek was continue in bedrijf en de illegalen werkten in twee ploegen. De betaling was ver onder het wettelijk minimumloon en de werkomstandigheden waren relatief zwaar. In hoger beroep
Verdachte had samen met zijn broers een bedrijf waar hij illegalen uit India liet werken. De fabriek was continue in bedrijf en de illegalen werkten in twee ploegen. De betaling was ver onder het wettelijk minimumloon en de werkomstandigheden waren relatief zwaar. In hoger beroep
Vast staat dat de besloten vennootschap International Tile Company B.V. nimmer is opgericht, dat deze vennootschap de ten laste gelegde AWR-feiten dus niet heeft begaan en dat verdachte daartoe/-aan bijgevolg geen opdracht dan wel feitelijke leiding heeft gegeven. In zoverre moet
Is een stadsdeel/deelgemeente een rechtspersoon in de zin van artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht? Verdachte heeft een aannemersbedrijf werkzaamheden laten uitvoeren op een terrein dat was verontreinigd met asbest, terwijl hij wist dat daardoor schade aan het milieu kon ons
De OvJ heeft een naar de voorschriften van het (economisch) strafproces strafrechtelijk niet relevante entiteit gedagvaard en is daarom niet-ontvankelijk (Vgl. Hof ’s-Gravenhage 4 juni 1953, na verwijzing door de Hoge Raad bij arrest van 17 maart 1953).
HR ambtshalve: Het hof heeft bij de oplegging van de geldboetes i.s.m. art. 24c.1 Sr bepaald dat bij gebreke van betaling of verhaal vervangende hechtenis zal worden toegepast terwijl verdachte een rechtspersoon is. De HR herstelt de misslag.