138aa Sr. Toewijzing hoger beroep OvJ tegen afwijzing vordering inbewaringstelling. Art. 67a lid 3 Sv. niet aan de orde, gelet op eerder aantreffen van verdachte op haventerrein (openstaande zaak t.z.v. art. 138aa Sr.) .
Wetboek van Strafrecht
Art. 461 Sr
Genoemd in 56 uitspraken · Officiële wettekst
56 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod. Gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van voorarrest.
Themazitting ‘uithalers’. Vrijspraak voor artikel 10a Opiumwet. Niet is gebleken dat de verdachte met opzet heeft gehandeld om drugsinvoer voor te bereiden of te bevorderen. Wel bevond de verdachte zich onbevoegd op het terrein van een containerterminal, maar niet is komen vast t
Themazitting ‘uithalers’. Vrijspraak voor artikel 10a Opiumwet. Niet is gebleken dat de verdachte met opzet heeft gehandeld om drugsinvoer voor te bereiden of te bevorderen. Wel bevond de verdachte zich onbevoegd op het terrein van een containerterminal, maar niet is komen vast t
Themazitting ‘uithalers’. Vrijspraak voor artikel 10a Opiumwet. Niet is gebleken dat de verdachte met opzet heeft gehandeld om drugsinvoer voor te bereiden of te bevorderen. Wel bevond de verdachte zich onbevoegd op het terrein van een containerterminal, maar niet is komen vast t
Beslissing raadkamer gevangenhouding in havenzaak ; toepassing art. 138aa Sr.
Concl. plv. AG. Verdachte is veroordeeld voor overtreding van art. 5 WVW 1994 en art. 461 Sr door met een motorcrossfiets op een voor motorvoertuigen verboden bosweg te rijden. 1. 's Hofs oordeel dat de verdachte door met (te) hoge snelheid van 60-80 km/h om 9 uur in de ochtend m
Conclusie A-G. Verstoring gemeenteraadsvergadering Zeist door demonstranten. Klachten over schending van art. 10 en 11 EVRM en art. 19 en 21 IVBPR. Voorts klacht over het bestanddeel “bevoegde ambtenaar” als bedoeld in art. 139 Sr. Tot slot klacht over de gedane vordering als bed
Medeplegen van kraken, art. 138a Sr. Kan een caravan op een terrein bij twee loodsen worden aangemerkt als een "gebouw" a.b.i. art. 138a.1 Sr? Onder ”gebouw” a.b.i. art. 138a.1 Sr moet worden verstaan een bouwwerk dat - in tegenstelling tot een ”woning” in de zin van dit artikel
Openlijk in vereniging geweld plegen tegen hekwerken en prikkeldraad rondom detentiecentrum, art. 141.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2006:AW3560 m.b.t de uitleg van ‘openlijk’ in de zin van art. 141.1 Sr. Het Hof heeft vastgesteld dat het geweld tegen de
HR: art. 81.1 RO.
huurders flat niet gehouden aan bijdrage onderhoud groenvoorziening
HR: art. 81.1 RO.
Art. 461 Sr. Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof vastgesteld dat de rechthebbende aan de verdachte toestemming heeft gegeven om zich op het militair terrein te bevinden onder meer onder de op de ingangen van het terrein geplaatste borden vermelde voorwaarde verbonden dat men
Art. 461 Sr. Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof vastgesteld dat de rechthebbende aan de verdachte toestemming heeft gegeven om zich op het militair terrein te bevinden onder meer onder de op de ingangen van het terrein geplaatste borden vermelde voorwaarde verbonden dat men
Art. 461 Sr. Blijkens de bewijsvoering heeft het Hof vastgesteld dat de rechthebbende aan de verdachte toestemming heeft gegeven om zich op het militair terrein te bevinden onder meer onder de op de ingangen van het terrein geplaatste borden vermelde voorwaarde verbonden dat men
Arubaans recht. Openbare weg? Een weg kan als openbare weg worden aangemerkt wanneer de rechthebbende hieraan deze bestemming heeft toegekend, of wanneer de weg geruime tijd voor een ieder vrij toegankelijk is geweest. Op grond van de aldus ontstane bestemming moet de rechthebben
Militair terrein Den Helder. Verkeersregeling als voorwaarde bij toegangsverbod. Handhaving ter zake.
Regels inzake de ad informandum gevoegde feiten bij gemachtigde raadsman a.b.i. art. 279 Sv. Mede in aanmerking genomen dat een gemachtigd raadsman niet optreedt als vertegenwoordiger van verdachte in die zin dat zijn verklaringen in bewijsrechtelijke zin niet kunnen worden aange
Verjaring bij verzet. Ingeval volgens de wet verzet openstaat en door verdachte verzet is gedaan, kan o.g.v. art. 402 (oud) en art. 403 (oud) Sv de vraag of het recht tot strafvordering door verjaring is vervallen, pas aan de orde komen als verdachte te dienenden dage in rechten
Strafrechtelijke ontruiming van een pand (redelijk vermoeden van overtreding van artikel 429sexies en artikel 461 Sr). Van belang is de vraag of de Staat, op grond van redelijk vermoeden van overtreding van met name artikel 429sexies Sr, door over te gaan tot feitelijke ontruimin
Art. 184 Sr en art. 2 Politiewet 1993. Art 184.1 Sr eist een “krachtens wettelijk voorschrift” gedane vordering. Een dergelijk voorschrift moet uitdrukkelijk inhouden dat de betrokken ambtenaar gerechtigd is tot het doen van een vordering. Art. 2 Politiewet 1993 bevat een algemen
Onrechtmatige daad. Gedaagde heeft een baksteen door het keukenraam van eiseres gegooid. Eiseres vordert materiële en immateriële schadevergoeding. Boosheid omtrent het gedrag van de echtgenoot van eiseres vormt geen rechtvaardigingsgrond ex artikel 6:162 lid 2 BW.
1. Besloten erf i.d.z.v art. 138 Sr. 2. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling. 3. Redelijke termijn. 4. Benadeelde partij. Ad 1. Van een “besloten erf” a.b.i. art. 138 Sr is sprake indien dat erf kenbaar van de omgeving is afgescheide
1. Middelen van cassatie, 2. Verjaring. Ad 1. De middelen ingediend door verdachte, advocaat, kunnen niet als middelen van cassatie worden aangemerkt vzv. die klachten bestaan uit een herhaling van in feitelijke aanleg gehouden vertogen. Dat geldt ook vzv. in die klachten niet me