Conclusie A-G. Veroordeling voor o.m. medeplegen van poging tot invoer van cocaïne (art. 2.A Opiumwet). 1. Klacht over verwerping van verweer strekkend tot bewijsuitsluiting van de in de woning van de verdachte opgenomen OVC-gesprekken. 2. Klacht over ’s hofs oordeel dat sprake i
Wetboek van Strafrecht
Art. 45 Sr
Genoemd in 237 uitspraken · Officiële wettekst
237 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Conclusie AG. Een serie van (poging tot) brandstichtingen. Art. 45 en Art. 157 Sr. Falende klachten over 1) oordeel hof dat er gelet op uiterlijke verschijningsvorm een begin van uitvoering was gericht op de voltooiing van brandstichting en 2) motiveringsklachten bewezenverklarin
Conclusie AG. Medeplegen van poging tot oplichting, meermalen gepleegd. Bewijsklachten onder meer over begin van uitvoering. Conclusie strekt tot verwerping. Samenhang met 20/03652 en 20/03650.
Conclusie AG. Art. 45.1 Sr en art. 2.A Opiumwet. Medeplegen van poging tot invoer van verdovende middelen in Nederland. Zijn de gedragingen naar uiterlijke verschijningsvorm gericht op de voltooing van invoer van cocaine in Nederland? Klacht over de vaststelling dat de partij ver
Poging tot seksueel verleiden van minderjarige meisjes d.m.v. van chat- en whatsappberichten en geven van sommen geld en andere giften door (voormalig) lid van Europees Parlement, art. 248a Sr. 1. Uos dat verklaringen van één van de aangeefsters dusdanig onbetrouwbaar zijn dat de
CAG over noodweer(exces). Mishandeling van slachtoffer die deel uitmaakte van een groep personen. Oordeel hof dat aan verdachte geen beroep toekomt op noodweer(exces) volgens de AG onvoldoende gemotiveerd.
De verdachte heeft geprobeerd drie minderjarige meisjes in de leeftijd tussen de 14 en 16 jaar te verleiden tot het plegen dan wel dulden van seksuele handelingen. De verdachte was ten tijde van de bewezen verklaarde feiten zelf tussen de 31 en 33 jaar oud. Het hof verwerpt het v
Conclusie AG over de verwerping van het beroep op noodweerexces bij een verdachte die in Curaçao wordt verdacht van doodslag en poging tot doodslag, over toepassing van de samenloopregeling en over de strafmotivering. De AG geeft de Hoge Raad in overweging het cassatieberoep (dee
Poging tot afpersing, in vereniging, art. 317 Sr. HR: de klacht berust kennelijk op de opvatting dat geen sprake kan zijn van een poging tot het dwingen tot afgifte van enig goed a.b.i. art. 317 Sr, indien het goed op het moment van de uitvoeringshandeling van de poging (nog) nie
Eiser is bij besluit van 18 september 2007 ongewenst verklaard op grond van artikel 67, eerste lid, aanhef en onder c, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en op 29 september 2007 uitgezet naar Tunesië. Eiser heeft bij de rechtbank in Tunesië zijn naam laten wijzigen en die naam een nieuw
Oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, art. 310 Sr. Casus: verdachte neemt een fotocamera van aangever mee om “zijn vordering kracht bij te zetten”. In het bestreden arrest ligt als oordeel van het Hof besloten dat verdachte door te trachten als heer en meester te beschikken
45.1 Sr en 232 Sr. Gelet op de door het Hof vastgestelde f&o geeft het oordeel van het Hof dat de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte - te weten: een pinterminal losschroeven en een gat in de behuizing daarvan branden nadat hij zich had laten insluiten in het filiaal van
HR: 81.1 RO. Strafvermindering i.v.m. overschrijding redelijke termijn.
Aanscherping van artikel 3.86 van het Vreemdelingenbesluit 2000 is niet in strijd met het rechtszekerheids- en evenredigheidsbeginsel.
Poging. Begin van uitvoering. In het licht van de uit de gebezigde bewijsmiddelen blijkende toedracht dat de verdachte geld, navigatiemateriaal en een GSM met SIM-kaart heeft ontvangen/aangenomen en dat hij met een auto is afgereisd naar Roemenië en/of Hongarije met de bedoeling
ongewenstverklaring; vaststelling vluchtelingenschap Verweerder heeft onvoldoende deugdelijk gemotiveerd dat hetgeen eiser stelt te vrezen bij terugkeer naar Iran, onvoldoende is om aan te nemen dat eiser als vluchteling moeten worden aangemerkt. Verweerder heeft niet zonder meer
Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan "skimmen”. Verdachte heeft meermalen met zijn mededader apparatuur geplaatst op een betaalautomaat van verschillende benzinestations, met behulp van welke apparatuur de pasgegevens en de bijbehorende pincode konden word
skimmen; technische vrijspraak; plaatsen van skimapparatuur; feiten vervullen de delictsomschrijving van artikel 234 Sr en niet van 232 Sr. De meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem spreekt verdachte vrij van het hem onder tenlastegelegde. Aan verdachte is het plaatsen v
OM-cassatie. Strafbare poging tot hennepteelt? Verdachte en zijn medeverdachte hadden in hun woning een voor de teelt van hennep ingerichte ruimte. Het oordeel dat in dat geval geen sprake is van een begin van uitvoering van het telen, bereiden, bewerken, verwerken en aanwezig he
Ongewenstverklaring / 8 EVRM / ten onrechte overwogen dat geen sprake is van inmenging Naar het oordeel van de rechtbank leidt de omstandigheid dat verweerder in het bestreden besluit ten onrechte heeft overwogen dat geen sprake is van inmenging op het recht op gezinsleven, zoal
Eiser is door de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND) tot ongewenst vreemdeling verklaard. Daartegen heeft hij beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank stelt eiser in het gelijk en oordeelt dat het besluit van de IND moet worden vernietigd. Het besluit van de IND is ero
Vrijwillige terugtred ex art. 46b Sr. Het hof heeft tot uitdrukking gebracht dat het beroep op vrijwillige terugtred dient te worden verworpen omdat de voorgenomen gewapende overval slechts niet is voltooid t.g.v. niet van de wil van de verdachte afhankelijke omstandigheid dat de
-