1. Art. 301.4 Sv. Gelijktijdig doch niet gevoegd behandelde zaken. 2. Begin van uitvoering. 3. Vrijwillige terugtred en deelneming. Art. 45.1 Sr en art. 46b Sr. Ad 1. Het ernstig vermoeden rijst dat het Hof, daar waar het verwijst naar onderzoeksresultaten uit het dossier X, ten
Wetboek van Strafrecht
Art. 45 Sr
Genoemd in 237 uitspraken · Officiële wettekst
237 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Conclusie AG in zedenzaak. Poging tot ontuchtige handelingen die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam en bezit van dierenpornografische afbeeldingen (art. 254a Sr). De AG bespreekt in het bijzonder het ‘begin van uitvoering’ als voorwaarde voor een strafb
Eendaadse samenloop van poging tot verleiding tot ontuchtige handelingen van 15-jarige leerling door leraar op middelbare school, art. 248a Sr en poging tot grooming, art. 248e Sr. 1. Is bewezenverklaring van poging tot verleiding toereikend gemotiveerd? 2. Is poging tot grooming
Poging tot medeplegen invoer 250 kilo cocaïne in Nederland door als bemiddelaar op te treden tussen leverancier van cocaïne in Colombia en afnemers van cocaïne in Nederland, terwijl politie ingrijpt op het moment dat cocaïne voor kust van Colombia op zee drijft in afwachting van
OM-cassatie. Vrijspraak poging doodslag op geboren baby’s omdat niet duidelijk is dat zij tijdens de poging leefden. Ondeugdelijke poging? Art. 45.1 Sr. Het Hof heeft tot uitgangspunt genomen dat voor het antwoord op de vraag of sprake is van een strafbare poging tot (kinder)dood
Medeplegen voorbereiding moord (art. 289 Sr) en voorbereiding van opzettelijke brandstichting en/of ontploffing teweegbrengen begaan met terroristisch oogmerk (art. 157 jo. art. 176a Sr), deelneming aan terroristische organisatie (art. 140a.1 Sr), medeplegen voorbereiden/bevorder
Vrijspraak samenspanning, voorbereiding en bevorderen van terroristische misdrijven. Veroordeling voor poging tot deelname aan een terroristische organisatie. Geen toepassing jeugdrecht.
OM-cassatie. Strafbare poging tot hennepteelt? Verdachte en zijn medeverdachte hadden in hun woning een voor de teelt van hennep ingerichte ruimte. Het oordeel dat in dat geval geen sprake is van een begin van uitvoering van het telen, bereiden, bewerken, verwerken en aanwezig he
Conclusie plv. AG. Poging tot verleiding (art. 248a Sr) en poging tot grooming (art. 284e Sr) (in eendaadse samenloop). Eerste middel klaagt tevergeefs dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van een begin van uitvoering van verleiding. Conclusie draait met name o
Veroordeling ter zake van o.m. plegen van een plofkraak op een pinautomaat. Klacht dat de bewijsvoering t.a.v. de bewezenverklaring innerlijk tegenstrijdig is, althans dat het bewezenverklaarde niet naar de eis van de wet voldoende met redenen is omkleed. HR: art. 81.1 RO. Samenh
1. Vordering AG in arrest. 2. Poging tot vervoeren cocaïne. 3. Absoluut ondeuglijke poging? 4. Art. 27.1 Sr. 5. N-o OM. Ad 1. Ingevolge art. 359.1 jo. art. 415 Sv dient het arrest de vordering van de AG bij het hof te bevatten. Niet-naleving van dit voorschrift leidt ingevolge ar
Conclusie AG. Onderzoek Vidar. Medeplegen poging en daadwerkelijke uitvoer van verdovende middelen. Falende middelen over i) verwerping van verweer strekkende tot bewijsuitsluiting vanwege ‘uitlokking’ door criminele burgerinfiltrant en ii) ‘begin van uitvoering’ in het kader van
Conclusie AG. Diamantroof op Schiphol in 2005. Falende klachten over afwijking uitdrukkelijk onderbouwd standpunt signalement, over bewijsvoering daderschap uitvoering diefstal met geweld, over gebruik uitlatingen in OVC-gesprek voor bewijs, en over bewezenverklaring poging. Conc
Verweerder heeft de weigering van de VOG terecht gehandhaafd. Het bestreden besluit is zorgvuldig tot stand gekomen. Aan het objectieve en subjectieve criterium is voldaan. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel, gelijkheidsbeginsel en de menselijke maat, slaagt niet. Beroep on
Vrijspraak van poging tot moord c.q. doodslag, maar veroordeling voor voorbereiding van moord en mishandeling. TBS met dwangverpleging. Verweren inzake zwijgrecht en Salduz, opzet en voorbedachte raad en ontoerekeningsvatbaarheid. Het hof is van oordeel dat verdachte zich schuldi
Conclusie AG. Poging tot deelneming aan een terroristische organisatie, art. 140a Sr. AG besteedt ambtshalve aandacht aan de vraag of poging tot deelneming aan organisatie a.b.i. art. 140(a) Sr strafbaar is. Klachten over bewezenverklaring, dadelijke uitvoerbaarheid bijzondere vo
Voor een veroordeling t.z.v. art. 288 Sr is niet vereist dat de bewezenverklaring alle bestanddelen behelst van "het strafbaar feit" als in die bepaling bedoeld. Wel zal daarin met voldoende duidelijkheid tot uitdrukking moeten zijn gebracht op welk strafbaar feit wordt gedoeld,
-
Conclusie AG. Medeplegen diverse Opiumwetdelicten en gewoontewitwassen. Middelen 2 t/m 4 bevatten verscheidene falende bewijsklachten omtrent de Opiumwetdelicten. Conclusie strekt tot strafvermindering i.v.m. slagend eerste middel over overschrijding redelijke inzendtermijn in ca
Poging tot medeplegen wederrechtelijk verblijven op een in haven gelegen besloten plaats voor distributie, opslag en/of overslag van goederen (art. 138aa.1 en 138aa.3 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht poging, begin van uitvoering a.b.i. art. 45.1 Sr. Kan uit bewijsvo
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Medeplegen van: een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door - zich of een ander gelege
Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd. Poging tot medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod. Medeplegen van om een feit, bedoeld
Conclusie AG. Veroordeling voor werven voor de gewapende strijd van IS in Syrië a.b.i. art. 205 Sr. Het tweede middel, dat zich keert tegen het oordeel van het hof dat de inleidende dagvaarding geldig is, werpt de vraag op of poging van art. 205 Sr absoluut uitgesloten is. De AG
De rechtbank veroordeelt een 52-jarige verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, een contactverbod met het slachtoffer en een vordering van €5.000. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een vijftal strafbare feiten, waaronder o.m. het
Vrijspraak van poging moord, poging doodslag, poging zware mishandeling. Veroordeling voor mishandeling (dichtknijpen keel). Verdachte wordt in verminderde mate toerekeningsvatbaar geacht. Gevangenisstraf van 396 dagen, waarvan 180 voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar, bijzondere voo