Art. 261 Sv. Nietige dagvaarding? De aan art. 420bis.1 aanhef en onder b Sr jo. art. 420ter.1 Sr ontleende termen “omzetten” en “een gewoonte maken” komen voldoende feitelijke betekenis toe.
Wetboek van Strafrecht
Art. 417 Sr
Genoemd in 40 uitspraken · Officiële wettekst
40 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Een gewoonte maken van het bezit van kinderporno, art. 240b.2 Sr. HR: 81.1 RO en ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf i.v.m. de overschrijding van de redelijke termijn.
Overzichtsarrest witwassen i.v.m. de inwerkingtreding van de Wet aanpassing witwasregeling m.i.v. 1 januari 2017 waarbij art. 420bis.1 Sr (“eenvoudig witwassen“) en art. 420quater.1 Sr (“eenvoudig schuldwitwassen”) worden ingevoerd. De art. 420bis, eerste lid, Sr en 420quater, ee
Slagende bewijsklacht opzetheling.
1. Beperking voeren woord tot verdediging. Art. 311, lid 2, Sv. 2. Herhalen inhoud pleitnota eerste aanleg en het op voorhand toesturen van de pleitnota in hoger beroep. Ad 1. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR 23 maart 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC9251, inhoudende dat de r
Conclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 343 (oud) Sr en art. 344a Sr) en opzettelijk zonder vergunning optreden als betaaldienstverlener, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt (art. 2:3a.1 Wft). Klachten over bewezenverklaring van opzet op bedrieglijke bankbreuk en van 'het
Tussenvonnis. Heling. Civiele aansprakelijkheid van strafrechtelijk veroordeelde gewoonteopzetheler. Causaliteit: schade rechtstreeks gevolg van heling. Toerekening: diefstal en uitkering door verzekeraar voorzienbare gevolgen van heling.
Een 52-jarige man is veroordeeld tot 30 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk onder meer omdat hij op 4 december 2022 een vuurwerkbom tot ontploffing bracht bij een woning in Amsterdam
Aansprakelijkheids- en schadevergoedingsrecht. Toerekening ex art. 6:98 BW bij heling en vergelijkbaar niet te goeder trouw handelen. Vordering tegen handelaar in auto-onderdelen bij wie gestolen onderdelen worden aangetroffen en die niet naar behoren plicht ex art. 437 Sr naleef
Militaire zaak. Van het bezit van kinderpornografische afbeeldingen een gewoonte maken, art. 240b.2 Sr. Falende klachten m.b.t. in bezit hebben, een gewoonte maken en innerlijke tegenstrijdigheden in arrest. HR: art. 81.1 RO.
Slagende bewijsklacht opzetheling.
1. Art. 50 Sr, artt. 3 en 11 Ow, uitoefening van bedrijf of beroep, medeplegen, 2. Kwalificatie. Ad. 1 De opvatting dat art. 11.3 Ow als een persoonlijk werkende strafverhogende omstandigheid i.d.z.v. art. 50 Sr moet worden aangemerkt is onjuist. De wetsgeschiedenis van art. 11.
Inreisverbod voor de duur van tien jaren. De wijze waarop de wetgever in het Vb 2000 uitvoering heeft gegeven aan het begrip ernstige bedreiging voor de openbare orde, is niet in strijd met artikel 11 van de Terugkeerrichtlijn. Uit de systematiek van de Terugkeerrichtlijn maakt d
Martelcontainerzaak. Gewoontewitwassen van geldbedragen (art. 420ter.1 Sr). Grondslagverlating. Heeft hof grondslag van tll. verlaten door gewoontewitwassen bewezen te verklaren, terwijl het heeft bewezenverklaard dat verdachte en zijn mededaders redelijkerwijs moesten vermoeden
Conclusie AG. Martelcontainerzaak (samenhang met 23/04982, 23/05052 en 23/05054). (1) (Mede)plegen gewoontewitwassen en (2) deelneming aan criminele organisatie. Bewijsklachten falen. Hof heeft grondslag tenlastelegging verlaten door verdachte vrij te spreken van opzettelijk witw
Conclusie AG. Grootschalige DigiD-fraude. Heeft het hof het onder 5. bewezenverklaarde feit ten onrechte gekwalificeerd als gewoonteheling? AG is van mening dat de klacht slaagt maar gelet op het gehele feitencomplex waarvoor de straf is opgelegd niet tot cassatie hoeft te leiden
Ontnemingszaak onderzoek Arville. Schatting wederrechtelijk verkregen voordeel gebaseerd op artikel 36e lid 2 Sr. Het hof stelt het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat - overeenkomstig de ontnemingsbeslissing van de rechtbank - vast op: € 614.582. N
Conclusie AG. Profijtontneming. 1 en 2. Middelen over het oordeel dat betrokkene w.v.v. uit opzetheling of witwassen heeft behaald, 3. Schending redelijke termijn. Conclusie sterkt tot verwerping. Samenhang met 20/02083; 20/02024; 20/02023
Verdachte heeft zich in korte tijd schuldig gemaakt aan mishandeling, heling, meerdere diefstallen en tot slot aan het kort na elkaar plegen van een overval op een supermarkt en het afpersen van een kassière van een supermarkt. Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf
Conclusie AG. Beklag ex. art. 552a Sv over beslag ex 94 Sv op geldbedrag van een stichting. Falende klacht over oordeel rechtbank dat beklag ongegrond is omdat klager - hoewel hij enig bestuurder is van de stichting - op persoonlijke titel niet redelijkerwijs als rechthebbende k
Conclusie AG. Middel over verjaring van 'voorhanden hebben 3 patronen resp. een boksbeugel' slaagt volgens A-G, nu de absolute verjaringstermijn van tweemaal zes jaren moet worden aangehouden en mitsdien het recht tot strafvordering is komen te vervallen. Ook het (tweede) middel
Medeplegen gewoontewitwassen (art. 420ter Sr) en medeplegen valsheid in geschrift (art. 225 Sr). Middel klaagt over verwerping verweer dat het “EVRM [is] geschonden” omdat raadsman tijdens het politieverhoor geen verhoorbijstand heeft kunnen verlenen aan verdachte. HR herhaalt re
Bewezenverklaring van het medeplegen van gewoonteheling van auto-onderdelen op grote schaal en het niet juist bijhouden van het verplicht gestelde opkopersregister. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 43 maanden. Daarnaast dient de verdachte aan verschillend
Bewezenverklaring van het medeplegen van gewoonteheling van auto-onderdelen op grote schaal. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Daarnaast dient de verdachte aan verschillende benadeelde partijen een schadevergoe
Het hof heeft het wederrechtelijk verkregen voordeel geschat op 322.777,22 en aan betrokkene de verplichting opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen. De duur van de gijzeling wordt bepaald op ten hoogste 1080 dagen. Anders dan de advocaat-generaal ziet het hof geen aanleiding