1. Psychische overmacht. 2. Non-punishmentbeginsel. Ad 1. Het Hof heeft bij het gedane beroep op psychische overmacht als maatstaf gehanteerd of sprake is geweest van een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kon en ook niet behoefde te bied
Wetboek van Strafrecht
Art. 40 Sr
Genoemd in 99 uitspraken · Officiële wettekst
99 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Net als de rechtbank Zutphen (LJN: BM0268) veroordeelt het hof de verdachte voor doodslag, diefstal met braak, diefstal en opzetheling tot een gevangenisstraf van 15 jaar. Het hof spreekt verdachte, anders dan de advocaat-generaal had gevorderd, vrij van moord en gekwalificeerde
Bevestiging vonnis rechtbank (LJN BK4917): moord
Steken met een mes in de rug van het slachtoffer. Geen wettig en overtuigend bewijs voor poging tot moord, wel wettig en overtuigend bewijs voor poging tot doodslag. Vrijspraak voor de bedreiging
Overmacht i.d.z.v. noodtoestand m.b.t. telen van hennep t.b.v. geneeskundige toepassing van cannabis. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BC7938. In aanmerking genomen dat een beroep op noodtoestand in geval als i.c. slechts bij hoge uitzondering kan worden aanvaard, he
HR: 81 RO.
HR: 81 RO.
Gedeeltelijke veroordeling voor smokkelen Irakees Arnhem, 11 februari 2009 - Onder de naam ‘Uranus’ heeft een strafrechtelijk onderzoek plaats gevonden naar vier mannen die onder meer verdacht werden van het smokkelen van Irakezen naar Nederland en van de deelname aan een crimine
Medeplegen van mensensmokkel door verhuur van woonruimte aan illegaal in Nederland verblijvende personen.
Bestrijding overlast stadsduiven op grond van APV gemeente Groningen. Verdachten strafbaar geoordeeld. Beroep op afwezigheid materiele wederrechtelijkheid en overmacht verworpen.
Verdachte heeft zijn (ex-)vriendin gewurgd. I.c. is zowel aan het primaire verweer dat opzet ontbreekt als aan het subsidiaire verweer dat sprake is geweest van psychische overmacht, ten grondslag gelegd dat verdachte leed aan een zogenaamde dissociatieve stoornis. Het hof heeft
Conclusie AG over overtreding art. 2.1 Leerplichtwet 1969 als voortdurend delict en verjaring ex art. 72 Sr. Art. 2.1 Leerplichtwet 1969 bevat een voortdurende verplichting, die voortdurend wordt overtreden zolang van geregeld schoolbezoek geen sprake is. Dat betekent dat de verj
Verdachte, een gemeente, wordt wegens het medeplegen (met een bouwbedrijf en een belastingadviseur) van het doen van valse belastingaangifte en van het medeplegen (met de belasingadviseur) van valsheid in geschrifte veroordeeld tot een geldboete van EUR 95.000,-.
1. ’s Hofs oordeel dat verdachte wordt verweten dat hij zich heeft onttrokken aan zijn taak als schildwacht door in slaap te vallen en dat hij dus niet als schildwacht in de zin van het Wetboek van Militair Strafrecht is opgetreden, is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs oord
1. ’s Hofs oordeel dat verdachte wordt verweten dat hij zich heeft onttrokken aan zijn taak als schildwacht door in slaap te vallen en dat hij dus niet als schildwacht in de zin van het Wetboek van Militair Strafrecht is opgetreden, is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs oord
1. ’s Hofs oordeel dat verdachte wordt verweten dat hij zich heeft onttrokken aan zijn taak als schildwacht door in slaap te vallen en dat hij dus niet als schildwacht in de zin van het Wetboek van Militair Strafrecht is opgetreden, is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs oord
1. ’s Hofs oordeel dat verdachte wordt verweten dat hij zich heeft onttrokken aan zijn taak als schildwacht door in slaap te vallen en dat hij dus niet als schildwacht in de zin van het Wetboek van Militair Strafrecht is opgetreden, is onjuist noch onbegrijpelijk. 2. ’s Hofs oord
Van psychische overmacht is sprake bij een van buiten komende drang waaraan de verdachte redelijkerwijze geen weerstand kan en ook ook niet behoeft te bieden. Onder omstandigheden kan het feit dat de verdachte zich heeft gebracht in de situatie waarin die drang op hem is uitgeoef
Beroep op noodweer bij doodslag in relatiesfeer. 's Hofs verwerping van het beroep op noodweer, waarbij het heeft overwogen dat bij eerdere incidenten tussen verdachte en het slachtoffer nimmer sprake was van een levensbedreigende situatie, is onbegrijpelijk. Het hof heeft kennel
1. Beoordeling van beroep van arts op noodtoestand na actief levensbeëindigend handelen bij een patiënte met een zeer korte levensverwachting, die daartoe geen verzoek heeft kenbaar gemaakt, doch die tevoren op een daartoe strekkende vraag van de arts had te kennen gegeven te kie
Art. 359 lid 7 Sv; motivering hogere straf dan gevorderd. A-G bij hof vorderde 4 jaar gevangenisstraf en tbs. Hof legt 7 jaar gevangenisstraf op. Het hof heeft blijkens de strafmotivering acht geslagen op de vordering van de A-G. Gelet daarop moet het gemotiveerde oordeel van het
De opvatting dat, na opheffing van een eerder gegeven bevel tot voorlopige hechtenis, voor gevangenneming van de verdachte bij vonnis of arrest waarbij hij tot vrijheidsstraf wordt veroordeeld sprake moet zijn van nieuwe bezwaren, vindt geen steun in het recht.
-
-