Strafzaak tegen negen Somalische piraten. Ten laste is gelegd medeplegen van zeeroof ex artikel 381 van het Wetboek van Strafrecht en medeplegen van poging moord/poging doodslag c.q. daden van geweld tegen Nederlands marinepersoneel. Verhouding militaire taken en opsporingstaken
Wetboek van Strafrecht
Art. 381 Sr
Genoemd in 15 uitspraken · Officiële wettekst
15 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Wederrechtelijke vrijheidsberoving, art. 282 Sr. Ten laste van verdachte is bewezenverklaard dat hij aangeefster een kop/beker koffie met een heimelijk daarin vermengd slaapmiddel heeft doen drinken ten gevolge waarvan zij in slaap is gevallen waardoor hij haar de bewegingsvrijhe
Jeugdstrafrecht, rechtsmacht van Nederland, Com-netwerken, bewezenverklaring van verkrachting (op afstand), afdreiging en mishandeling met voorbedachten rade (op afstand). Geen sprake van terroristisch oogmerk. Aan de verdachte wordt een jeugddetentie van 12 maanden opgelegd, waa
Zeden, cybercrime. Veroordeling voor grootschalige, internationale sextortion (afdreiging, dwang, feitelijke aanranding van de eerbaarheid, gekwalificeerde opzetverkrachting) en kinderporno tot een gevangenisstraf van 7 jaar en tbs met verpleging van overheidswege. Daarbij ook ee
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Anti-piraterijmissie Somalië. Art. 5 EVRM. Artt. 105 en 110 UNCLOS. Verhouding tussen defensiebelang en strafvorderlijk belang. Geen willekeurige vrijheidsbeneming a.b.i. art. 5.1 aanh sub c EVRM gedurende de periode vanaf de arrestatie op zee door de Commandant Nederlandse Mari
Strafzaak tegen negen Somalische piraten. Ten laste is gelegd medeplegen van zeeroof ex artikel 381 van het Wetboek van Strafrecht en medeplegen van poging moord/poging doodslag c.q. daden van geweld tegen Nederlands marinepersoneel. Verhouding militaire taken en opsporingstaken
Beroep op niet-ontvankelijkheid OM wegens schending gelijkheidsbeginsel (niet alle op zee aangehouden piraten zijn vervolgd). HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR 16 april 1996, NJ 1996/527. Het Hof heeft het verweer verworpen op gronden welke die verwerping kunnen drage
Kinderrechter. Art. 495.3 Sv. Leeftijd verdachte niet exact vast te stellen. Blijkens de p-v’s van de tz. in e.a. is aldaar noch door verdachte noch door diens raadsman aangevoerd dat ex art. 495.3 Sv de kinderrechter diende deel te nemen aan het ottz. Gelet hierop en in aanmerki
HR: 81.1 RO
Vonnis in derde Somalische piratenzaak. De verdachte is in de wateren bij Somalië aangetroffen op de Feddah, een Iranese vissersboot. Deze boot bleek later bij een eerdere gelegenheid te zijn gekaapt. Nederlandse mariniers benaderden de Feddah om poolshoogte te nemen. Vervolgens
Strafzaak tegen een Somalische verdachte voor betrokkenheid bij piraterij. Ten laste is gelegd zeeroof ex artikel 381 van het Wetboek van Strafrecht. Veroordeling voor het deelnemen aan zeeroof als schepeling, meermalen gepleegd, waarbij bij één zeeroof geweld is aangewend tegen
Promis. Strafzaak tegen vijf Somalische piraten. Ten laste is gelegd zeeroof ex artikel 381 van het Wetboek van Strafrecht. Verwerping van de verweren strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie. Nederland heeft in het Wetboek van Strafrecht universele recht