Veroordeling voor faillissementsfraude Het hof acht bewezen dat verdachte zich herhaaldelijk heeft schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. De schade voor de schuldeisers is berekend op bijna één miljoen euro. In de periode 2006-2010 handelde verdachte onder de vlag van een gro
Wetboek van Strafrecht
Art. 343 Sr
Genoemd in 105 uitspraken · Officiële wettekst
105 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 4 · live
Motiveringseisen opleggen gevangenisstraf ex art. 359.6 Sv. Het hof heeft de verdachte t.z.v. bedrieglijke bankbreuk bij rechtspersonen veroordeeld tot een gs van zes maanden, waarvan twee vw met een proeftijd van twee jaren, en daartoe overwogen dat “een deels voorwaardelijke ge
De verdachte heeft zich op de bewezenverklaarde wijze schuldig gemaakt aan bedrieglijke bankbreuk alsmede aan verduistering. Het hof veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) maanden. Tevens veroordeelt het hof de verdachte tot een geldboete van €
Art. 344 Sr. Art. 343 Sr. Noch de tekst van de wet, noch de wetsgeschiedenis biedt steun voor de aan het verweer in hoger beroep en aan het middel ten grondslag gelegde opvatting dat art. 344 Sr een specialis behelst van art. 343 Sr. ’s Hofs dienovereenkomstige oordeel is juist.
1.Vrijspraak faillissementsfraude. Geen (voorwaardelijk) opzet op benadeling van schuldeisers. 2.Ontslag van alle rechtsvervolging voor overtreding van artikel 2:55, lid 1 Wet op het financieel toezicht.
Eenvoudige bankbreuk, art. 342.ahf.3 (oud) Sr. Falende middelen over grondslagverlating en kwalificatie m.b.t. het misdrijf van art. 342.ahf.3 (oud) Sr. Het Hof heeft de tll. aldus verstaan, dat daarin aan verdachte primair wordt verweten dat hij eraan feitelijk leiding heeft geg
De rechtbank Overijssel veroordeelt een ex-directeur van The Entertainment Group (TEG) tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk. De rechtbank acht bewezen dat de man een bedrag van €304.250,- heeft onttrokken aan de boedel van het bedrijf, dat in 2
Inmiddels failliete B.V. verrichte voor aangesloten tussenpersonen zogenaamde backofficewerkzaamheden. De bestuurder van de B.V. (tevens aandeelhouder) was met zijn eigen assurantiekantoor contractspartij van de B.V., evenals de twee andere aandeelhouders van de BV. Er ontstaat e
Incident tot verschoning te getuigen. (Bewijsincident). Art. 165 lid 2 onder a (familiaal verschoningsrecht). Art. 165 lid 3 Rv ('nemo tenetur'-beginsel). Partij(getuige).
De rechtbank Oost-Nederland veroordeelde een toen 58-jarige man uit Enschede tot een gevangenisstraf van 21 maanden voor het meermalen plegen van een bedrieglijke bankbreuk, medeplegen van oplichting en verduistering.
1. Slagende bewijsklacht “ter bedrieglijke verkorting van de rechten van de schuldeisers” a.b.i. art. 341 Sr. 2. Art. 359.2 Sv. Uos inzake delictsomschrijving art. 341 Sr en normadressaat. Ad 1. HR herhaalt HR LJN BI4691 m.b.t. het opzet. Het middel is terecht voorgesteld Ad 2.
Veroordeling voor oplichting van de voormalige HBU-bank voor een bedrag van bijna 1,4 miljoen euro door deze bank - in strijd met de waarheid - voor te spiegelen dat het bedrijf van verdachte bezig was met een lucratieve aan- en verkoop van een partij textiel, terwijl dit in werk
Ongegronde bewijsklachten t.a.v. witwassen en medeplegen van verduistering.
Faillissementsfraude en valsheid in geschrift medegepleegd door bestuurder van de vennootschap en zijn adviseurs, onder wie verdachte. Valse pandrechtconstructie, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van schuldeisers van de vennootschap. Ook baten aan de boedel onttrekken e
Art. 261.1 Sr. “ruchtbaarheid geven”. Hyves, smaad. HR herhaalt relevante overwegingen uit LJN BC9186. ’s Hofs oordeel getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting omtrent art. 261 Sr, terwijl het evenmin onbegrijpelijk is.
Partiële nietigheid wegens obscuur libel. Vrijspraak bedrieglijke bankbreuk, maar bewezenverklaring eenvoudige bankbreuk. Vrijspraak van verduistering (321 sr), omdat onttrekking aan pandrecht (348 sr), ook volgens officier van justitie, bewezen wordt geacht, hetgeen niet ten las
Bedrieglijke bankbreuk bij een rechtspersoon. 1) Als bestuurder in de zin van artikel 343 Wetboek van Strafrecht kan ook degene worden aangemerkt die zich feitelijk als bestuurder van de vennootschap heeft gedragen (zie bijvoorbeeld HR 3 december 1974, NJ 1975, 229). 2) Niet vold
Procesrecht. Hoger beroep; eiswijziging die voortvloeit uit bij pleidooi aangevoerde nieuwe grief; uitzondering op strakke regel, dat eiswijziging schriftelijk moet worden gedaan (art. 130 lid 1 Rv.) en in beginsel niet op later moment dan bij memorie van grieven of van antwoord
Art. 343 Sr. Bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers. Daadwerkelijke verkorting vereist? HR: De in art. 343 Sr gebezigde bewoordingen “ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeisers” brengen tot uitdrukking dat verdachte het opzet moet hebben gehad op
1. Bewijsmiddel ex art. 344.1 aanhef sub 2 Sv? 2. Noodweerexces. Ad 1. De tot het bewijs gebezigde inhoud van het pv behelst onderdelen die niet kunnen worden aangemerkt als mededelingen van f&o die door de verbalisanten zelf zijn waargenomen of ondervonden, maar hebben te gelde
Benadeelde partijen. 1. Medelen korte inhoud. 2. Rechtstreekse schade. Ad 1. Het middel behelst o.m. de klacht dat het mededelen van de korte inhoud van de zich t.t.v. het onderzoek ttz. bij de stukken van het dossier bevindende voegingsformulieren van de b.p., vzv. deze formulie
Bestuurdersaansprakelijkheid voor het ontrekken van activa aan de boedel in het zicht van faillissement. Samenloop faillissementspauliana en vordering tot schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad.
ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
bedrieglijke bankbreuk door niet tevoorschijn brengen van bescheiden
-