Conclusie AG. Complexe faillissementsfraude waarbij is vastgesteld dat verdachte als bestuurder van zijn BV een sterfhuisconstructie heeft opgezet en uitgevoerd. Veroordelingen wegens feitelijk leiding geven aan meerdere vormen van bedrieglijke bankbreuk, doen van onjuiste belast
Wetboek van Strafrecht
Art. 341 Sr
Genoemd in 98 uitspraken · Officiële wettekst
98 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 3 · live
Conclusie AG. Beleggingsfraude. Middelen bevatten bewijsklachten gericht tegen bewezenverklaring oplichting (art. 326 Sr) en bedrieglijke bankbreuk (art. 341 Sr). Middel 5 keert zich met deelklachten tegen oplegging bijkomende straf van ontzetting van het recht tot uitoefening va
Conclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 341 (oud) jo. 51 Sr). Bewijsklachten over feitelijk leidinggeven aan onttrekking van goederen aan de boedel en verzuimen van verplichtingen in verband met administratie. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 19
Conclusie AG. Bedrieglijke bankbreuk (art. 341 (oud) jo. 51 Sr). Bewijsklachten over feitelijk leidinggeven aan onttrekking van goederen aan de boedel en verzuimen van verplichtingen in verband met administratie. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. Samenhang met 19
Faillissement. Onthouden van vergoedingen aan de boedel door betalingen buiten de boedel om te verrichten. Verschillende (rechts)personen zijn aansprakelijk voor deze onrechtmatige constructie.
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 59-jarige man uit Friesland tot een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast mag hij 3 jaar lang geen bestuurder of vennoot van een bedrijf zijn. De man is onder andere schuldi
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 37-jarige man tot een gevangenisstraf van 2 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Als leidinggevende van een zwembad in Dalfsen heeft hij zich schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. Daarnaast heeft hij het zwembad doorverkocht terwijl h
Tenlastegelegd: het medeplegen van, subsidiair de medeplichtigheid aan, bedrieglijke bankbreuk als bedoeld in artikel 341, onder a sub 1 en 2, van het Wetboek van Strafrecht (oud) en het medeplegen van, subsidiair de medeplichtigheid aan, bedrieglijke bankbreuk als bedoeld in art
fraude/witwassen
Conclusie plv. AG. Bedrieglijke bankbreuk en feitelijk leidinggeven. Falende bewijsklachten inzake "enig goed onttrokken aan de boedel", het verzwijgen van goederen voor de curator en het feitelijk leidinggeven. Strekt tot verwerping van het beroep.
Feit (faillissementsfraude) wel bewezen, maar OVAR omdat feit niet strafbaar is. Gelet op de wijze van tenlasteleggen is de bewezenverklaring niet als een van de mogelijk van toerpassing zijnde faillissementsfraude-artikelen (341, 343 en 344 Sr) te kwalificeren.
Medeplegen bedrieglijke bankbreuk, art. 341.1 Sr. Bewijsklachten medeplegen en opzet van verdachte op de verkorting van de rechten van de schuldeisers. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 16/05696 en 16/05698.
Een 58-jarige vrouw uit Hengelo is veroordeeld tot 9 maanden celstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. De vrouw hield zich met haar ex-man gedurende een langere periode samen bezig met faillissementsfraude, gewoontewitwassen en heeft daarnaast de cu
Een 53-jarige man uit Hengelo is veroordeeld tot 10 maanden celstraf. Daarnaast mag hij 3 jaar lang geen statutair bestuurder zijn van een vennootschap. De man heeft zich gedurende een langere periode samen met zijn ex-echtgenote bezig gehouden met faillissementsfraude, gewoontew
Overheidsaansprakelijkheid. uitleg ontnemingsbeschikking. Interpretatie artikel 81 RO-arrest Hoge Raad.
Bedrieglijke bankbreuk door een r.p. terwijl verdachte daaraan feitelijke leiding heeft gegeven (meermalen gepleegd), verduistering in functie gepleegd (meermalen gepleegd) en gewoontewitwassen door grote bedragen (in totaal 2,4 miljoen euro) aan vennootschappen te onttrekken, wa
Bedrieglijke bankbreuk, art. 341 (oud) Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BI4691 m.b.t. het bestanddeel ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers’. I.c. is de bewezenverklaring, v.zv. behelzende dat verdachte heeft gehandeld ‘ter be
Uitspraak in strafzaak Eurocommerce (onderzoek Kirishima). Verdachte D (echtgenote van verdachte A) is vrijgesproken van faillissementsfraude.
Uitspraak in strafzaak Eurocommerce (onderzoek Kirishima). Verdachte B (zoon van verdachte A) is veroordeeld tot 12 maanden cel voor faillissementsfraude.
Witwassen. Art. 420bis.1.b Sr. 1. Geldbedragen afkomstig uit enig misdrijf. 2. Omzetten a.b.i. art. 420bis.1.b Sr. Ad 1. Het hof heeft kennelijk geoordeeld dat de witgewassen geldbedragen afkomstig zijn uit de eveneens bewezenverklaarde bedrieglijke bankbreuk. Dat oordeel getuigt
Cassatie OM en verdachte. Rotterdamse havenaffaire. OM-cassatie tegen: 1. vrijspraak van feitelijk leiding geven c.q. medeplegen van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. gefailleerde BV X; art. 341 (oud) en 343 (oud) Sr en 2. vrijspraak van bedrieglijke bankbreuk m.b.t. de gefailleerde
Veroordeling voor faillissementsfraude Het hof acht bewezen dat verdachte zich herhaaldelijk heeft schuldig gemaakt aan faillissementsfraude. De schade voor de schuldeisers is berekend op bijna één miljoen euro. In de periode 2006-2010 handelde verdachte onder de vlag van een gro
Bedrieglijke bankbreuk, art. 341.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:1996:ZD0569, NJ 1997/138, i.h.b. dat indien goederen buiten het faillissement vallen omdat ze aan een derde toebehoren geen sprake kan zijn van goederen die “rechtens onder het bereik en behe
Verdachte is ten laste gelegd dat hij feitelijk leiding zou hebben gegeven aan een bedrijf ter zake van het plegen van faillissementsfraude dan wel dat hij faillissementsfraude zou hebben gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte integraal vrij van het ten laste gelegde.
Art. 344 Sr. Art. 343 Sr. Noch de tekst van de wet, noch de wetsgeschiedenis biedt steun voor de aan het verweer in hoger beroep en aan het middel ten grondslag gelegde opvatting dat art. 344 Sr een specialis behelst van art. 343 Sr. ’s Hofs dienovereenkomstige oordeel is juist.