Falende bewijsklacht verduistering.
Wetboek van Strafrecht
Art. 321 Sr
Genoemd in 308 uitspraken · Officiële wettekst
308 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Bewijsklacht. Uit de gebezigde bm kan niet zonder meer worden volgen dat verdachte zich de ID kaart wederrechtelijk, d.w.z. dat hij zonder daartoe gerechtigd te zijn zich als heer en meester over dat goed beschikt (HR NJ 1990, 256), heeft toegeeigend.
Art. 313 Sv. Vordering wijziging tll. “Hetzelfde feit”. HR herhaalt relevante toetsingskader uit HR LJN BM9102. De tll is toegesneden op art. 416/417bis Sr en de vordering wijziging tll. op art. 321 Sr. Zowel het verschil in de juridische aard van de aan verdachte verweten feiten
Verduistering in dienstbetrekking. Bewijsklacht. In de tenlastelegging en bewezenverklaring is het begrip ‘zich wederrechtelijk toe-eigenen’ gebezigd in de betekenis die daarin in art. 321 Sr toekomt. Van zodanig toe-eigenen is sprake indien een persoon zonder daartoe gerechtigd
Conclusie AG. Verduistering van een gevonden portemonnee in een casino (art. 321 Sr). Het middel houdt in dat de verdachte geen opzet heeft gehad op de wederrechtelijke toe-eigening van de portemonnee. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Examenfraude scholengemeenschap Ibn Ghaldoun. Medeplegen van opzetheling van “fotografische opnames van gestolen eindexamenopgaven” en “een gegevensdrager met daarop opgeslagen afbeeldingen van eindexamenopgaven”. Door diefstal verkregen goederen ex art. 416.1 Sr? Uit de bewijsvo
Heling en verduistering van 'credits'. In zijn nadere bewijsoverweging heeft het Hof tot uitdrukking gebracht dat de term 'credit' moet worden opgevat in de economische betekenis die daaraan in het normale spraakgebruik wordt toegekend, te weten als gebruikseenheid om de daarmee
-
Verduistering van gevonden voorwerpen, art. 321 Sr. Opzettelijke wederrechtelijke toe-eigening van bankpas, ov-kaart en pasjes? Hof heeft vastgesteld dat op het politiebureau de kaart en passen op naam van een ander dan verdachte zijn aangetroffen tussen de bezittingen van verdac
Diefstal met valse sleutels, art. 311.1.5 Sr. Falende klacht over kwalificatie ”valse sleutels”. HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op stelling dat de vaste jurisprudentie dat een sleutel die wordt gebruikt door iemand die daartoe geen recht heeft een valse sleutel is in de zin van ar
1. Aanwezigheidsrecht. 2. “toebehorende aan”, art. 321 Sr. Ad 1. o.m. o.g.v. een “ID-staat SKDB” in het dossier moet worden aangenomen dat in het p-v ttz. a.g.v. een kennelijke misslag is opgenomen dat verdachte was gedetineerd. Ad 2. Zonder miskenning van de uitdrukking “toebeho
Recht op bijstand van advocaat tijdens politieverhoor (Salduz, Navone en Richtlijn 2013/48/EU)
Conclusie AG. Middel over (1) anders dan door misdrijf verkregen als bedoeld in art. 321 Sr en veroordeling wegens opzettelijke overtreding van art. 82, eerste lid, Wet toezicht kredietwezen 1992 (oud), (2) kwalificatie ‘meermalen gepleegd’. Geen ambtshalve vernietiging meer in v
Verduistering door als penningmeester van voetbalclub verduisterde geldbedragen over te boeken naar eigen rekening, art. 321 Sr. Anders dan door misdrijf onder zich hebben. Bestanddeel moet aldus worden uitgelegd dat niet enig door verdachte begaan misdrijf ertoe heeft geleid dat
Betekenis van toeeigenen cfm. art. 321 Sr; toereikend bewijs van het als heer en meester — zij het tijdelijk — beschikken over andermans gelden en deze te eigen nutte aanwenden; de gestelde solvabiliteit van verdachte doet daaraan niet af.
Conclusie AG. Ontvankelijkheid OM. De opvatting dat een appelschriftuur enkel als zodanig kan worden aangemerkt voor zover in het schriftelijke stuk bezwaren zijn geformuleerd ten aanzien van de feiten die daarin zijn opgenomen, is volgens de AG te beperkt en vindt geen steun in
Verduistering gehuurde steigermaterialen, art. 321 Sr. Bewijsklacht “zich wederrechtelijk toe-eigenen”. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2015:57 m.b.t. begrip zich wederrechtelijk toe-eigenen. Mede in aanmerking genomen de door het Hof tot het bewijs gebezigde ve
1. Verduistering van een personenauto na proefrit, art. 321 Sr. 2. Strafmotivering, art. 359.6 Sv. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2001:AD4573 m.b.t. de uitleg van het bestanddeel “anders dan door misdrijf onder zich had”. In de bestreden uitspraak ligt al
Gekwalificeerde doodslag, art. 288 Sr. De opvatting dat van het oogmerk om aan zichzelf of andere deelnemers het bezit van het wederrechtelijk “verkregene” te verzekeren, pas sprake kan zijn nadat het strafbare feit (i.c. de verduistering van een hoeveelheid heroïne) waarmee de
Mega Zevenblad, omvangrijke boilerroomfraude. Beroep specialiteitsbeginsel verworpen. Oplichting met valsheid in geschrifte. Criminele organisatie.
De rechtbank Overijssel veroordeelt een 41-jarige man tot een gevangenisstraf van 24 maanden. De man verduisterde een bedrag van in totaal ruim 2,8 miljoen euro. Hij ontving het geld van inschrijfgeld en donaties die betaald werden door mensen die wilden procederen tegen de Neder
Conclusie plv-AG. De verdachte verdwijnt met een voor een proefrit meegegeven auto geheel uit beeld. De enkele omstandigheid dat een auto niet op tijd wordt terug gebracht, is niet voldoende voor het aannemen van ‘het zich wederrechtelijk toe-eigenen’ in de zin van art. 321 Sr. I
Conclusie AG. Beleggingsfraude in concernverband. Gewoontewitwassen, art. 420bis jo. 420ter Sr. Bewijsklacht over feitelijke leidinggeven en middel van de benadeelde partij over het oordeel dat haar vordering een onevenredige belasting voor het strafgeding vormt. Uiteenzetting ov
Internetoplichting, aannemen valse hoedanigheid. Art. 326 Sr. Het Hof heeft met juistheid geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat iemand zich i.s.m. de waarheid voordoet als bonafide verkoper die in staat en voornemens is de bij hem gekochte en aan hem vooruitbetaalde goederen
1. Slagende bewijsklacht verduistering. 2. Vordering herroeping voorwaardelijke invrijheidstelling, art. 15i Sr. De opvatting dat ingeval de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke vrijheidstelling in strijd met art. 15i.2 Sr niet "onverwijld" is ingediend, zulks dient te