Vervolging t.z.v. oplichting van vrouw die haar partner (X) onder meer een huwelijk in het vooruitzicht stelde. 1. Art. 14 EVRM noopt niet tot analoge toepassing van art. 338 jo. art. 316.1 Sr op een ander samenlevingsverband dan bedoeld in art. 90octies en 316.1 Sr. 2. Een beroe
Wetboek van Strafrecht
Art. 316 Sr
Genoemd in 45 uitspraken · Officiële wettekst
45 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
OM-cassatie en cassatie verdachte. Terroristische misdrijven i.h.k.v. een niet-internationaal gewapend conflict op Sri Lanka. Veroordeling van “Tamil Tijger” wegens deelname aan een internationale criminele organisatie (LTTE) en een nationale criminele organisatie (TCC) die tot o
Ontvankelijkheid OM in strafvervolging. Art. 316, 350.1 (oud) en 353 Sr. Uitsluiting strafvervolging van dader of medeplichtige die de niet van tafel en bed of van goederen gescheiden echtgenoot is van hem tegen wie het misdrijf is gepleegd. Gelet op het wettelijk kader en de vas
Conclusie AG. Medeplegen van afdreiging. 1. Staat de omstandigheid dat een aantal slachtoffers niet binnen de termijn van art. 66.1 Sr aangifte heeft gedaan dan wel een klacht heeft ingediend in de weg aan de ontvankelijkheid van het OM? 2. Mocht de politie vermoedelijke slachtof
OM-cassatie. Terroristische misdrijven i.h.k.v. een niet-internationaal gewapend conflict op Sri Lanka. Veroordeling van “Tamil Tijger” wegens deelname aan een internationale criminele organisatie (LTTE) en een nationale criminele organisatie (TCC) die tot oogmerk hebben het pleg
Klachtvereiste echtgenoot bij diefstal. Art. 316 Sr. Echtscheiding. ’s Hofs vaststelling dat het huwelijk tussen X en verdachte t.t.v. de tlgd. periode door echtscheiding was ontbonden, brengt mee dat verdachte op het moment dat de strafvervolging tegen haar is aangevangen geen e
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de strafvervolging. Relatief klachtdelict. Op grond van artikel 316, lid 2 Sr in samenhang met artikel 324 Sr vindt - indien de verdachte een bloed-of aanverwant, hetzij in de rechte linie, hetzij in de tweede graad van de zijlinie,
Klachtdelict. Niet-ontvankelijkheid Openbaar Ministerie wegens ontbreken klacht. De enkele aangifte van het misdrijf door aangeefster houdt hier niet in een klacht tegen de verdachte. Uit dit stuk kan niet worden afgeleid dat zij ook de uitdrukkelijke bedoeling had dat een vervol
OM-cassatie en cassatie verdachte. Terroristische misdrijven i.h.k.v. een niet-internationaal gewapend conflict op Sri Lanka. Veroordeling van “Tamil Tijger” wegens deelname aan een internationale criminele organisatie (LTTE) en een nationale criminele organisatie (TCC) die tot o
Afpersing ex-echtgenote. Vervolgingsuitsluitingsgrond. Bewijsklacht faalt. Art. 316, 317 en 319 Sr. HR stelt voorop dat een vervolgingsuitsluitingsgrond slechts tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging kan leiden en als zodanig een bewezenverkl
Afpersing ex-echtgenote. Vervolgingsuitsluitingsgrond. Bewijsklacht faalt. Art. 316, 317 en 319 Sr. HR stelt voorop dat een vervolgingsuitsluitingsgrond slechts tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging kan leiden en als zodanig een bewezenverkl
Veroordeling tot een gevangenisstraf van 215 dagen voor twee bedreigingen, twee vernielingen en oplichting. Voor de twee bedreigingen wordt ook tbs met voorwaarden opgelegd. Eén van die bedreigingen is een geweldsmisdrijf zodat de tbs in geval van omzetting naar tbs met dwangverp
Onderzoek Aurelia, verdenking van moord (feit 1), poging tot (gekwalificeerde) diefstal (feit 2) en gekwalificeerde diefstal (feit 3 primair) of verduistering (feit 3 subsidiair). Ten aanzien van alle feiten is het slachtoffer de moeder van verdachte. De rechtbank verwerpt het pr
Artikelen 45, 300, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling en aan een poging zware mishandeling van zijn echtgenote. Het handelen van verdachte is naar het oordeel van de rechtbank aan te merken als ‘intieme terreur’, een
Openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte ten aanzien van twee tenlastegelegde feiten, omdat uit de aangifte en de niet ondertekende klacht niet zonder meer tot de conclusie gekomen kan worden dat aangever de wens had dat verdachte zou worden vervolgd v
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren en het verkopen van harddrugs. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen van de Opiumwet. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het overtreden van een tijdelijk huisverbod. Gevangenisstr
Conclusie plv. AG. Verduistering en diefstal door de geregistreerd partner van de kleinzoon van het slachtoffer. Middel waarin wordt betoogd dat niet is voldaan aan het klachtvereiste moet volgens de plv. AG falen. Conclusie strekt tot vernietiging van de straf en tot strafvermin
opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken. Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf h
Vernieling van tablet en telefoon, art. 350.1 Sr. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging, vervolgingsuitsluitingsgrond van art. 316.1 Sr. Moet verdachte worden aangemerkt als “echtgenoot” a.b.i. art. 316.1 jo. 353 Sr, omdat hij volgens islamitische wetgeving met aangeef
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk ten aanzien van afpersing en vernieling. Relatieve klachtdelicten. Uit het dossier blijkt niet dat de ouders de bedoeling hebben gehad dat de verdachte zou worden vervolgd. Vrijspraak bedreiging. Veroordeling fietsendiefstal. Tbs-maatregel me
Conclusie AG. Vernieling (art. 350 Sr) en wederspannigheid (art. 180 Sr). Verdachte en aangeefster zijn getrouwd voor de islamitische wet. Is de verdachte daarmee een ‘echtgenoot’ in de zin van art. 316 Sr jo. 353 Sr? Conclusie strekt tot partiële vernietiging en terugwijzing.
Art. 300 Sr, 285 Sr, 8 WVW 1994 en 184a Sr, voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf en een 38v-maatregel.
Conclusie AG. Middel m.b.t. klachttermijn a.b.i. art. 316, derde lid, Sr en bewijsklacht valselijk opmaken a.b.i. art. 225 Sr. Beide middelen falen en kunnen worden afgedaan met de aan art. 81 RO ontleende motivering. Ambtshalve constatering overschrijding redelijke termijn, het
gepubliceerd naar aanleiding arrest van de Hoge Raad
.