Antilliaanse zaak. Art. 366 SrA, vernielen en onbruikbaar maken van een lijk. 1. Verhouding art. 366 SrA en art. 157 SrA (wegmaken van een lijk). 2. Toebehoren van een lijk. 3. Onbruikbaar maken. Ad 1. ’s Hofs oordeel dat geen sprake is van een (systematische) specialis-verhoudin
Wetboek van Strafrecht
Art. 310 Sr
Genoemd in 371 uitspraken · Officiële wettekst
371 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 15 · live
De verdachte wordt schuldig bevonden aan het medeplegen van een poging tot zware mishandeling. De officier van justitie heeft in strijd met de richtlijnen voor het openbaar ministerie gevorderd dat aan de verdachte, een zeer actieve veelpleger, de zogenaamde ISD-maatregel wordt o
Onmiddelijkheidsbeginsel. Samenstelling gerecht. Na inhoudelijke behandeling wordt in een tussenarrest bepaald dat het dossier moet worden gecomplementeerd met de door de rb toegestane wijziging tenlastelegging. Dit stuk wordt op een nadere terechtzitting overgelegd, waarna het h
Verkeersaansprakelijkheid. Geschil tussen automobilist en WAM-verzekeraar van eigenaar van de bij het verkeersongeval betrokken auto die kort daarvoor was gestolen, over de uitsluiting van aansprakelijkheid van de WAM-verzekeraar, begrip ‘diefstal’ in art. 3 lid 1 WAM, reikwijdte
Bewijsuitsluiting als in art. 359a Sv voorzien rechtsgevolg kan uitsluitend aan de orde komen indien het bewijsmateriaal door het verzuim is verkregen en voorts door de onrechtmatige bewijsgaring een (belangrijk) strafvorderlijk voorschrift of rechtsbeginsel in aanzienlijke mate
Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat de PR geen einduitspraak heeft gegeven t.a.v. het onder 3 tenlastegelegde feit. O.g.v. die vaststelling heeft het hof vervolgens terecht beslist dat het appel van verdachte zich niet kon uitstrekken tot dit feit.
Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat de PR geen einduitspraak heeft gegeven t.a.v. het onder 3 tenlastegelegde feit. O.g.v. die vaststelling heeft het hof vervolgens terecht beslist dat het appel van verdachte zich niet kon uitstrekken tot dit feit.
Ex art. 359.1 jo. art. 415 Sv dient het arrest, op straffe van nietigheid (art. 359.8 Sv) de vordering van de AG te bevatten. Het hof heeft het PR-vonnis bevestigd. Het zittings-pv vermeldt de inhoud van de vordering. In ’s hofs arrest staat dat het “heeft kennis genomen van de v
Vrijspraak; telefoontikken geen goed in de zin van art. 310 Sr. De politierechter is van oordeel dat allereerst niet bewezen is dat verdachte zich telefoontikken heeft toege-eigend en dat voorts telefoontikken niet zijn te beschouwen als een goed in de zin van artikel 310 Sr en a
Ter terechtzitting is bij de rechtbank het beeld ontstaan dat verdachte ernstige psychiatrische problemen heeft. Zo heeft de rechtbank onder meer moeten vaststellen dat verdachte in de veronderstelling verkeert dat bij hem een zendertje is geïmplanteerd dat het anderen mogelijk m
's Hofs oordeel dat het bewezenverklaarde - het doen van een betaling via een betaalautomaat met gebruikmaking van een giropas en de daarbij behorende pincode door een ander dan de daartoe gerechtigde - oplevert diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn berei
1. De als middel van cassatie gepresenteerde motiveringsklacht is geen middel aangezien daarin niet is aangegeven waarom het bestreden oordeel niet begrijpelijk zou zijn. 2. HR verwerpt klacht over afwijzing aanhoudingsverzoek door raadsman die stelt niet in staat te zijn geweest
Belaging ex art. 285b Sr. 1. Art. 2.1 Vierde Protocol EVRM verhindert niet ook gedragingen op de openbare weg strafbaar kunnen zijn. 2. Uitleg "inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer". 3. Uitleg "stelselmatig" en "oogmerk". Ad 2. In aanmerking genomen hetgeen de bewijsmidde
Verdachte heeft verklaard dat hij in de veronderstelling was dat de door hem van [betrokkene] afgepakte helm toebehoorde aan hem, verdachte. Hij had deze helm eerder die dag meegenomen naar het Azielzoekerscentrum, was bij zijn vertrek daar de helm vergeten mee te nemen en was we
7 oktober 2003 Strafkamer nr. 00384/03 IV/SM Hoge Raad der Nederlanden Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 24 juni 2002, nummer 23/002864-01, in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961
-
-
Bewaring / strafrechtelijk voortraject / toetsing. De bewaring is bevolen in aansluiting op een strafrechtelijke aanhouding ter zake de diefstal van een fiets. De gedingstukken en de verklaring van de vreemdeling ter zitting hebben bij de rechtbank twijfels opgeroepen omtrent de
-
Bewaring / EU-onderdaan. Aangezien een vreemdeling, gezien artikel 59, eerste lid, Vw 2000 slechts in bewaring kan worden gesteld met het oog op uitzetting, volgt uit artikel 8.13 Vb 2000 dat een onderdaan van een staat die partij is bij de Europese Unie, slechts dan in vreemdeli
-
Openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en diefstal portefeuille (art. 310 Sr). Bewijsklacht diefstal. Kon verdachte portefeuille beschouwen als gevonden voorwerp? Bewezenverklaring is, ook v.zv. deze inhoudt dat verdachte desbetreffende portefeuille heeft weggenomen met oogmerk