Koolvis-zaak. Mensensmokkel. Ne bis in idem. Verhoorprotocol. Hoewel vaststaat dat vele meisjes uiteindelijk in de prostitutie terecht zijn gekomen, acht het hof mensenhandel in enige vorm bij verdachte niet bewezen. Verdachte heeft wel contact gehad met personen waarvoor de meis
Wetboek van Strafrecht
Art. 2 Sr
Genoemd in 161 uitspraken · Officiële wettekst
161 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 6 · live
Koolvis-zaak. Rechtsmacht. Verhoorprotocol. Vrijspraak van het deelnemen aan een criminele organisatie.
Koolvis-zaak. Mensenhandel. Verhoorprotocol. Voor het misdrijf mensenhandel bestaan voor de rechtspraak geen specifieke oriëntatiepunten ten behoeve van de bepaling van de strafmaat. Van twee van de 4 meisjes is vast komen te staan dat zij ook daadwerkelijk in de prostitutie tere
Koolvis-zaak. Mensensmokkel. Verhoorprotocol. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van mensensmokkel van drie jonge Nigeriaanse meisjes. Verdachte heeft hen onderdak verschaft in zijn woning, gedurende enkele weken, waarna de meisjes naar het buitenland zijn gebra
Voorbereiding/bevordering cocainetransport vanuit Zuid-Amerika. Artikel 10A van de Opiumwet. Verdachte uitgezet uit Venezuela en overgebracht naar Nederland. Verweer dat sprake is van onrechtmatige verkapte uitlevering verworpen. Verweer dat niet gebleken is van dubbele strafbaar
Verdachte wordt veroordeeld voor diefstal en oplichting, meermalen gepleegd, en wederrechtelijke vrijheidsberoving, de dood tot gevolg hebbend, tot 10 jaar gevangenisstraf.
Kort geding. Vordering tot verbod uitlevering aan Marokko afgewezen. Niet geconcludeerd kan worden dat aan Nederland rechtsmacht toekomt, zodat eiser geen aanspraak kan maken op een terugkeergarantie.
Ontslag van alle rechtsvervolging ten aanzine van de invoer van verdovende middelen in België, nu gelet op artikel 1 van het Wetboek van Strafrecht bij de vraag naar de strafbaarheid van een feit de tekst van de wet een leidende rol speelt. De tekst van de wet, die letterlijk spr
Het gerechtshof in Den Haag heeft de klacht van de stichting Greenpeace Nederland tegen het niet vervolgen door het Nederlandse openbaar ministerie van het bedrijf Trafigura BV en anderen voor het dumpen van illegaal afval in Ivoorkust afgewezen, omdat de haalbaarheid van vervolg
Mensenhandel. Criminele organisatie. Sneep.
Sneep-zaak. Mensenhandel. Misdadige organisatie. Toetsingskader mensenhandel. Bewijswaardering. Geheimhoudersgesprekken en strafvermindering. Beoordeling rechtsmacht op grond van art. 2 Sr.
De in Duitsland en Groot-Brittannië verrichte pinopnames hebben ook financiële gevolgen in Nederland, zodat het strafbare feit mede in Nederland is gepleegd als bedoeld in artikel 2 Sr. De rechtbank is derhalve bevoegd om kennis te nemen van alle ten lastegelegde feiten, ook voor
De in Duitsland en Groot-Brittannië verrichte pinopnames hebben ook financiële gevolgen in Nederland, zodat het strafbare feit mede in Nederland is gepleegd als bedoeld in artikel 2 Sr. De rechtbank is derhalve bevoegd om kennis te nemen van alle ten lastegelegde feiten, ook voor
Kort geding; tussenvonnis. Uitlevering naar Marokko mogelijk onrechtmatig, aangezien niet is uit te sluiten dat Nederland (straf)rechtsmacht heeft over de feiten waarvoor de uitlevering is gevraagd. Artt. 6 EUV, 2 Sr. [Noot: zie tevens LJ nr. BM1143]
Kort geding; gevorderd verbod tot uitlevering aan Marokko afgewezen. Uitlevering zonder terugkeergarantie niet onrechtmatig, aangezien eiser uitsluitend de Marokkaanse heeft en niet aannemelijk is geworden dat Nederland rechtsmacht heeft over de feiten waarvoor de uitlevering is
Rechtsmacht. Ingevolge art. 2 Sr is de NL strafwet toepasselijk op ieder die zich in NL aan enig strafbaar feit schuldig maakt. Indien naast in ook buiten NL gelegen plaatsen kunnen gelden als plaats waar een strafbaar feit is gepleegd, is o.g.v. de hiervoor genoemde wetsbepaling
Ontneming van ruim 1 miljoen euro terzake witwassen.
Sneep-zaak, zes verdachten. Allen schuldig aan vrouwenhandel ten aanzien van een of meer vrouwen. Gedeeltelijke vrijspraak op dit punt mede als gevolg van de formulering van de tenlaste¬leggingen. Vijf verdachten tevens schuldig aan deelneming en/of leiding geven aan een criminel
Levenslange gevangenisstraf. Cumulatie. Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat in een geval als i.c., waarin de verdachte voor een eerder gepleegd feit is veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en die straf o.g.v. gratieverlening nog niet is beëindigd of “op
Witwassen door middel van Hawala-bankieren. 1. Verwerping verweren strekkende tot nietigheid van de dagvaarding vanwege ontbreken in de tenlastelegging van een feitelijke omschrijving van de begrippen ‘verbergen’ en ‘verhullen’ als bedoeld in artikel 420bis Sr en het begrip ‘geld
Tussenbeslissing in de strafzaak tegen de 39-jarige Rwandees J.M. die verdacht wordt van genocide en oorlogsmisdrijven, gepleegd in 1994 in Rwanda. De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvervolging ter zake van genocide, gepleegd in Rwanda in
Mensenhandel. Verdachte en zijn mededaders hebben meerdere vrouwen gedurende langere periode in de prostitutie gedwongen. Zij hebben deze vrouwen veelal onder valse voorwendselen naar Nederland laten komen door hen werk in de schoonmaakbranche of tuinbouwkassen te beloven of een
Mensensmokkel. Uitleg van het bestanddeel “behulpzaam zijn bij”. Voor zover de vervolging ter zake van het onder 1 tenlastegelegde blijkens de zinsnede “of in Bangladesh en/of in Thailand, in elk geval (elders) in het buitenland” is gericht op niet, althans niet mede in Nederland
Terrorisme-zaak. 1. Algemene overwegingen omtrent verhouding BVD-onderzoek en strafrechtelijk onderzoek; mate van controle strafrechter van BVD-onderzoek en toetsing bruikbaarheid in strafproces van door BVD vergaard materiaal. 2. Consequenties van onregelmatigheden in onderzoek
1. “publiek” ex art. 82 Wtk 1992. 2. Vordering benadeelde partij niet van eenvoudige aard. Ad 1. Art. 82 Wtk 1992 beschermt niet de professionele marktpartijen, aangezien deze worden geacht zelf voldoende in staat te zijn de financiële soliditeit van de instelling waaraan zij hun