Veroordeling voor het aanzetten tot zelfdoding en behulpzaam zijn bij zelfdoding. Oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden met een proeftijd van 3 jaren en een maximale taakstraf van 240 uren. Niet-ontvankelijk verklaring van de vordering van de benadeelde
Wetboek van Strafrecht
Art. 294 Sr
Genoemd in 30 uitspraken · Officiële wettekst
30 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Hulp bij zelfdoding van zijn (stief)moeder door niet-arts, art. 294.2 Sr. 1. Overmacht in de zin van noodtoestand? 2. Verweer dat art. 294.2 Sr buiten toepassing moet blijven omdat toepassing daarvan in strijd is met art. 8 EVRM. Kan verdachte zich als naaste van (stief)moeder be
Hulp bij zelfdoding van zijn (stief)moeder door niet-arts, art. 294.2 Sr. 1. Overmacht in de zin van noodtoestand? 2. Verweer dat art. 294.2 Sr buiten toepassing moet blijven omdat toepassing daarvan in strijd is met art. 8 EVRM. Kan verdachte zich als naaste van (stief)moeder be
Strafrechtelijk handhaven van verbod op hulp bij zelfdoding is niet onrechtmatig. Geen strijd met artikel 8 EVRM.
Hulp bij zelfdoding van zijn (stief)moeder door niet-arts, art. 294.2 Sr. 1. Overmacht in de zin van noodtoestand? 2. Verweer dat art. 294.2 Sr buiten toepassing moet blijven omdat toepassing daarvan in strijd is met art. 8 EVRM. Kan verdachte zich als naaste van (stief)moeder be
Hulp bij zelfdoding. Het hof is van oordeel dat bij het handelen van de verdachte geen sprake was van een conflict van plichten (noodtoestand), zodat hem geen beroep op overmacht in de zin van noodtoestand toe komt. De Nederlandse wetgeving is bovendien niet in strijd met art. 8
Veroordeling voor: opzettelijk een ander bij zelfdoding behulpzaam zijn en opzettelijk een ander de middelen tot zelfdoding verschaffen, terwijl de zelfdoding volgt (art. 294 Sr.). Verweer (subjectieve) overmacht in de zin van handelen in een (verontschuldigbare) noodtoestand dan
Hulp bij zelfdoding. Art. 294.2 Sr. Stichting De Einder. Klacht over het causaal verband tussen de geboden hulp en de zelfdoding. Bij de vraag of verdachte behulpzaam is geweest of middelen heeft verschaft a.b.i. art. 294.2 Sr gaat het erom of verdachte het door zijn handelen voo
Is verbod op hulp bij zelfdoding (art. 294 lid 2 Sr.) in strijd met art. 8 EVRM? Bij toetsing formele wet aan EVRM is rechter gebonden aan rechtspraak EHRM. Ontvankelijkheid mede-eisers naast belangenorganisatie in art. 3:305a BW procedure.
Opzettelijk een ander bij zelfdoding behulpzaam zijn en opzettelijk een ander de middelen tot zelfdoding verschaffen, terwijl de zelfdoding volgt.
Arbeidsrecht WWZ. Klokkenluidersregeling. Hoger beroep van ECLI:NL:RBLIM:2024:711
vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het verlenen van hulp bij zelfdodingen in de zin van artikel 294 lid 2 Sr.
vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het verlenen van hulp bij zelfdodingen in de zin van artikel 294 lid 2 Sr.
vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het verlenen van hulp bij zelfdodingen in de zin van artikel 294 lid 2 Sr.
veroordeling voor deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het verlenen van hulp bij zelfdodingen in de zin van artikel 294 lid 2 Sr. Opgelegd wordt een voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden, met een proeftijd van 1 jaar.
veroordeling voor deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het verlenen van hulp bij zelfdodingen in de zin van artikel 294 lid 2 Sr, het medeplegen van het opzettelijk een ander de middelen tot zelfdoding verschaffen terwijl de zelfdoding is gevolgd, en het opz
vrijspraak wegens het ontbreken van bewijs voor deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het verlenen van hulp bij zelfdodingen in de zin van artikel 294 lid 2 Sr.
Bezwaarschrift tegen de dagvaarding (art 262 Sv). Tenlastelegging inzake art 140 m.b.t. organisatie die levensbeëindigende middelen zou verstrekken (al dan niet in strijd met art. 294 Sr) is niet ongeldig of inadequaat enkel omdat niet alle bestanddelen van art. 294 Sr zijn verme
Bezwaarschrift tegen de dagvaarding (art 262 Sv). Tenlastelegging inzake art 140 m.b.t. organisatie die levensbeëindigende middelen zou verstrekken (al dan niet in strijd met art. 294 Sr) is niet ongeldig of inadequaat enkel omdat niet alle bestanddelen van art. 294 Sr zijn verme
Rechtbank spreekt zelfdodingsconsulent vrij.