Conclusie AG. Beklag, beslag. Inbeslagneming van medisch patiëntendossier en verpleegkundig-zorgdossier van in zorgcentrum opgenomen en overleden patiënt. Beroep op het verschoningsrecht door arts die wordt verdacht van het plegen van een levensdelict jegens patiënt. Middel over
Wetboek van Strafrecht
Art. 289 Sr
Genoemd in 152 uitspraken · Officiële wettekst
152 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 2 · live
Intrekken Nederlandse nationaliteit vanwege een terroristisch misdrijf. Beroep ongegrond.
Veroordeling voor moord, op 18 december 2018 in een school te Rotterdam, en wapenbezit; 20 jaar gevangenisstraf en TBS met dwangverpleging ‘Voorwaardelijke’ voorbedachte raad: uitvoering is gegeven aan een eerder genomen besluit waarbij de verdachte het heeft laten aankomen op ee
Schietpartij in een café in Oostburg, waarbij het slachtoffer om het leven is gekomen. Het hof spreekt verdachte (bestuurder) vrij van medeplichtigheid aan (het medeplegen van) moord en doodslag, maar veroordeelt hem ter zake van begunstiging tot 6 maanden gevangenisstraf, met af
CAG. Poging tot doodslag op zoontje door toediening van (in Nederland verboden) rattengif. Middelen over opzet, vrijwillige terugtred en strafmotivering kunnen volgens de AG niet tot cassatie leiden. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO
OM-cassatie. Syriëganger. 1. Voorbereiding/bevordering van een in art. 289a Sr omschreven misdrijf; art. 96.2 Sr. 2. "Werven van gelden" a.b.i. art. 140.4 Sr. Ad 1. Het oordeel van het Hof dat voor de toepassing van art. 96.2 Sr is vereist dat "tijd, plaats en wijze van uitvoerin
Voorbedachte raad. De HR herhaalt de relevante overwegingen t.a.v. voorbedachte raad uit HR LJN BR2342. Blijkens zijn bewijsvoering heeft het Hof vooral belang toegekend aan de "geruime tijd" die de verschillende in de bewijsoverweging nader omschreven handelingen van de verdacht
Militaire zaak. OM-cassatie. Vrijspraak primair tenlastegelegde poging moord. Voorbedachte raad. V.zv. het middel erop berust dat het Hof blijk heeft gegeven van een onjuiste uitleg van het bestanddeel ‘voorbedachte raad’, faalt het. V.z.v het middel erover klaagt dat ’s Hofs oor
1. Voorbereiding ex art. 46 Sr. 2. Verbeterde lezing. 3. Art. 56 Sr en belang . Ad 1. Het Hof heeft vastgesteld dat de mededader een mes heeft “geregeld” met het oog op het vermoorden van het slachtoffer op het fabrieksterrein aan de Zaalbergweg te Leiden, en dat dat mes daartoe
Conclusie AG. Deelneming terroristische organisatie (art. 140a Sr) en voorbereiding terroristische misdrijven (art. 96.2 Sr). M1: AG gaat in op zaaksoverstijgende vraag hoe het (in lidmaatschaps- en gedragsvereiste uiteenvallende) criterium voor deelneming aan een terroristische
Het hof heeft vastgesteld dat verdachte en de medeverdachte zich – in samenwerking met anderen – meer dan een jaar intensief hebben beziggehouden met het (proberen te) traceren, observeren en filmen van verschillende locaties en personen. Vrijspraak voorbereiding van moord, veroo
medeplegen van voorbereiding van moord; 6 jaar gevangenisstraf
Conclusie AG. Poging doodslag, poging moord en verboden wapenbezit, art. 287 Sr, art. 289 Sr, art 26 WWM. Eergerelateerd geweld. Het cassatieberoep van de verdachte richt zich tegen de afwijzing van getuigenverzoeken i.h.k.v. de vraag of sprake is van eerwraak, de bewezenverklari
Vordering tot cassatie in het belang der wet. Euthanasietoepassing op patiënte met vergevorderde dementie op schriftelijk verzoek. Rechtbank ontsloeg de vervolgde arts van alle rechtsvervolging. De vordering hangt samen met de tegelijkertijd ingediende vordering in de tuchtzaak (
Concl. plv. AG. Bedreiging met zware mishandeling en een misdrijf tegen het leven, poging moord en mishandeling. Kan verdachte in cassatieberoep worden ontvangen voor zover het klaagt over verwerping verzoeken in tussenarrest, terwijl hof nadien ttz. anders heeft beslist t.a.v. d
Concl. plv. AG. Voorbedachte raad. Poging moord. 1. Vooropgezet plan tot plegen geweld? Hof heeft het bestaan van vooropgezet plan tot plegen geweld kunnen afleiden uit het gedurende ruim twintig minuten in de buurt van de plaats delict rondlopen en rondkijken en in een brandgang
Medeplegen moord in vakantiewoning op camping in Ewijk door met vuurwapen kogel af te vuren op ander (art. 289 Sr) en medeplegen opzettelijke brandstichting auto waarin stoffelijk overschot lag (art. 157.1 Sr). 1. Voorbedachte raad. 2. Medeplegen moord. 3. Strafmotivering. HR: ar
Veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf van zes maanden wegens bedreiging met een terroristisch misdrijf, meermalen gepleegd. Verdachte heeft op meerdere tijdstippen dreigende uitlatingen gedaan tegen medewerkers van de PI. De bedreigingen van verdachte zagen op het ve
Bewezenverklaring van samenspanning ter voorbereiding van misdrijven met een terroristisch oogmerk, deelneming aan een terroristische organisatie en aan financiering van terrorisme, waarmee wezenlijke bijdragen zijn geleverd dan wel beoogd zijn te leveren aan de gewelddadige jiha
Paroxetine-moord. Voorbedachte raad. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:963. I.c. is aan het verweer dat voorbedachte raad ontbreekt o.m. ten grondslag gelegd dat verdachte als gevolg van de inname van het medicijn paroxetine acathisie heeft ontwikkeld en dat
Medeplegen versus andere deelnemingsvormen. Wanneer is de samenwerking zo nauw en bewust geweest dat van medeplegen mag worden gesproken? HR formuleert aandachtspunten voor de strafrechtelijke beoordeling van tlgd medeplegen. HR stelt voorop dat de kwalificatie van medeplegen all
1. Art. 50 Sr, artt. 3 en 11 Ow, uitoefening van bedrijf of beroep, medeplegen, 2. Kwalificatie. Ad. 1 De opvatting dat art. 11.3 Ow als een persoonlijk werkende strafverhogende omstandigheid i.d.z.v. art. 50 Sr moet worden aangemerkt is onjuist. De wetsgeschiedenis van art. 11.
Herziening. Zaak Hagemann. Veroordeling tot levenslang wegens moord op twee kinderen. De in de aanvraag tot herziening gepresenteerde nova kunnen noch op zichzelf genomen noch in onderling verband en samenhang beschouwd het ernstig vermoeden wekken a.b.i. art. 457.1 aanhef en ond
1. Moord, voorbedachte raad. 2. N-o verklaring b.p. in vordering immateriële schade. Ad 1. De HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2012:BR2342 en ECLI:NL:HR:2013:963. Het Hof heeft geoordeeld dat uit de f&o die uit de gebezigde bewijsmiddelen blijken, rechtstreeks vo
Overlevering. In het middel en de toelichting daarop wordt betoogd dat de bestreden uitspraak meer feiten betreft dan die welke in de uitspraak van de Spaanse rechter met verwijzing naar het EAB, zoals uitgevaardigd door de OvJ, zijn opgenomen. Anders dan het middel betoogt, moch