285, 37a, 37b Sr: Het hof komt tot een bewezenverklaring van twee bedreigingen met zware mishandeling en wijdt overwegingen aan de redelijke vrees en het opzet op de bedreiging. Verdachte is volledig ontoerekeningsvatbaar. Anders dan de rechtbank, die tot een bewezenverklaring va
Wetboek van Strafrecht
Art. 285 Sr
Genoemd in 621 uitspraken · Officiële wettekst
621 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 24 · live
Art. 55. Eendaadse samenloop van poging tot verkrachting en bedreiging met verkrachting. Of een en dezelfde gedraging van een verdachte kan leiden zowel tot bewezenverklaring van poging tot verkrachting als van bedreiging met verkrachting, is afhankelijk van het bij verdachte be
Proces-verbaal terechtzitting. Vervolging in strijd met ne bis in idem-beginsel? Rechtstreekse werking van art. 50 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie. Disciplinaire bestraffing ex artikel 50 lid 1 Penitentiaire Beginselenwet. De directeur van een Penitentiaire Inri
Steken met een mes in de rug van het slachtoffer. Geen wettig en overtuigend bewijs voor poging tot moord, wel wettig en overtuigend bewijs voor poging tot doodslag. Vrijspraak voor de bedreiging
De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 12 april 2010 een bloemenkiosk in Gouda heeft overvallen. Hij heeft de daar aanwezige medewerksters bedreigd met een mes en hen, in combinatie met het uiten van verbale bedreigingen, een geldbedrag uit de kassa afhandig gemaakt. Tegelijk
Poging tot doodslag op beveiligingsmedewerker Time Out te Handel en bedreiging van een andere beveiligingsmedewerker. Vrijspraak voor poging doodslag en poging zware mishandeling (met een auto inrijden op een derde slachtoffer). Voorwaardelijk opzet: (...) Uit de omstandigheid da
Art. 322.3 Sv. Nu uit het laatste pv. ttz. niet blijkt dat de AG bij het Hof en verdachte hebben ingestemd met hervatting van het o.ttz. had het Hof op die zitting het onderzoek opnieuw moeten aanvangen. Volgt vernietiging.
Oplegging OBM. Het Hof heeft, gelet op art. 60 Sr, ten onrechte de bijkomende straf OBM voor meer dan één misdrijf opgelegd. Voorts kan, gelet op de artt. 179 en 179a WVW, die bevoegdheid niet worden ontzegd voor twee van de bewezenverklaarde feiten.
Van belang bij de beoordeling of al dan niet sprake is van bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht is de beantwoording van de vraag of verdachte de opzet heeft gehad om bij [politicus] de vrees op te wekken dat tegen hem geweld zal worden aangewend. De
Gesloten stelsel van rechtsmiddelen. Gebreken van een aan een vordering tot bewaringstelling voorafgaande inverzekeringstelling kunnen geen zelfstandige grond vormen voor afwijzing van deze vordering en dus ook niet voor afwijzing van een vordering tot gevangenhouding (vgl. HR NJ
Ambtshalve overweging met betrekking tot het vervallen van het recht tot strafvordering door verjaring. Vóór de wetswijziging van 1 februari 2006 (art. 304 Wetboek van Strafrecht) was mishandeling van een levensgezel geen strafverzwarende omstandigheid. Resteert voor de periode
Wie betaalt de schade bij politie-inval? huurder ogv 7:218 BW
Promis-vonnis. Veroordeling voor poging zware mishandeling en bedreiging van zijn vader, bedreigingen onder meer van een buurvrouw, en vernielingen: opgelegd wordt een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van voorarrest en terbeschikkingstelling met dwangverplegi
Noodweerexces. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR LJN BC6794. Vzv. het middel klaagt dat het Hof heeft miskend dat ook nadat een noodweersituatie is geëindigd sprake kan zijn van noodweerexces, mist het feitelijke grondslag nu het Hof die regel met zoveel woorden tot uitga
Bewijs bedreiging met openlijk geweld. Van “openlijk (geweld)” in “bedreigd met openlijk geweld” a.b.i. in art. 285 Sr, is sprake bij geweld dat zich door onverholen, niet-heimelijk bedreven daden openbaart zodat daardoor de openbare orde wordt aangerand, zonder dat evenwel is ve
Onrechtmatige overheidsdaad. Schadevergoeding gevorderd in verband met de omstandigheid dat voorlopige hechtenis langer heeft geduurd dan de uiteindelijk opgelegde straf. Vordering afgewezen.
OM-cassatie. Bedreiging. HR herhaalt toepasselijke overwegingen uit HR LJN AT3659. Het Hof heeft geoordeeld dat de omstandigheden waaronder de woorden “ik ga jullie doodmaken” en “jullie gaan dood, jullie gaan eraan” en “je gaat dood, je gaat eraan” door verdachte zijn gebezigd,
Verdachte veroordeeld voor aandeel in schietpartij in Hoorn. Aan de verdachte is de laagste straf opgelegd, een gevangenisstraf voor de duur van 72 dagen, waarvan 30 dagen voorwaardelijk, nu deze verdachte zich weliswaar eveneens heeft schuldig gemaakt aan het tezamen met anderen
OM-cassatie. Art. 285a.1 Sr. Het Hof heeft geoordeeld dat voor het bewijs van het in art. 285a.1 Sr bedoelde strafbare feit, moet worden vastgesteld dat de getuige daadwerkelijk in zijn verklaringsvrijheid is belemmerd. Dat oordeel geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting, om
HR ambtshalve: duur proeftijd. Aangenomen moet worden dat art. 14b.2 Sr bij vergissing niet is aangepast aan de nieuwe nummering van art. 14c.2 Sr. Gelet hierop heeft het Hof ten onrechte een proeftijd van drie jaren vastgesteld. De HR herstelt deze misslag (HR LJN BB3999).
Blijkens de strafmotivering heeft het Hof bij de strafoplegging rekening gehouden met de omstandigheid dat uit de omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebrachte rapporten blijkt dat de door hem gepleegde strafbare feiten in licht verminderde mate aan hem kunnen worden toege
Transactie ingevolge art. 74 Sr: kan degene op wiens naam gevolg is gegeven aan een transactievoorstel van het OM, daarvan terugkomen op de grond dat hij persoonlijk onkundig was van dat voorstel van en van de daarop gevolgde betaling door zijn partner?
Het hof spreekt de verdachte, in de pers aangeduid als Nouriddin El F., vrij van deelname aan een criminele organisatie. De Hofstadgroep heeft onvoldoende organisatorische substantie gehad om tot het bestaan van een organisatie, als bedoeld in de artikelen 140 en 140a Sr, te kunn
Het hof spreekt de verdachte, in de pers aangeduid als Jason W., vrij van deelname aan een criminele organisatie. De Hofstadgroep heeft onvoldoende organisatorische substantie gehad om tot het bestaan van een organisatie, als bedoeld in de artikelen 140 en 140a Sr, te kunnen conc
Het hof spreekt de verdachte, in de pers aangeduid als Ismail A., vrij van deelname aan een criminele organisatie. De Hofstadgroep heeft onvoldoende organisatorische substantie gehad om tot het bestaan van een organisatie, als bedoeld in de artikelen 140 en 140a Sr, te kunnen con